De engel op de Jakobsladder als schizoïde rolmodel

Herken je dit?

Als er iemand goed tegen alleen zijn kan, dan ben jij het wel. Sterker nog. Jij hebt het nodig om regelmatig alleen te kunnen zijn, want anders raak je geïrriteerd en vermoeid. Als je een ‘outdoor’ type bent, laad jij je energie weer op door buiten te gaan sporten en solo in de natuur te zijn (het liefste lang en sober met alleen een rugzak). Als je meer een ‘indoor’ type bent trek je je graag terug in de veilige beslotenheid van je eigen huis om daar vervolgens in ‘splendid isolation’ helemaal op te gaan in je favoriete bezigheden.

Anders dan de rest

Dat jij graag op jezelf bent is begrijpelijk, want jij beschikt over een uiterst rijke, geniale, heldere, fijngevoelige, fantasievolle of creatieve gedachtenwereld. Dit is iets dat je zelf terdege beseft, want als je heel eerlijk bent, heb je van jongs af aan al het gevoel dat jij een bijzonder iemand bent. Iemand die iets unieks aan deze wereld toe te voegen heeft wat het gros van de mensheid nou eenmaal niet aan deze wereld toe te voegen heeft.

Relatie

Aangezien op jezelf kunnen zijn zo belangrijk voor je is, voel jij je in een relatie over het algemeen het prettigste bij een autonoom persoon. Iemand die, net als jij, privé goed zijn of haar eigen gang kan gaan. Of iemand die een groot deel van de tijd volledig opgaat in zijn of haar werk, zodat jij alsnog veel alleen kunt zijn en je eigen gang kunt gaan.

Bij partners die zich afhankelijk opstellen en die steeds een emotioneel appèl op je doen, hou jij het niet lang uit. Dit soort gedrag maakt jou namelijk uitermate onrustig en ongedurig. Jij streeft in een relatie veel meer naar een brede tussenruimte waarin jij goed je autonomie kunt behouden, dan naar versmelting met de ander.

In een conflict ben je geneigd een analytische, feitelijke, intellectuele benadering te kiezen. Iets waardoor je partner vaak het gevoel krijgt dat jij jezelf volledig boven of buiten het probleem (of zelfs buiten de relatie) plaatst. Jij snapt op jouw beurt de (in jouw ogen) irrationele aanvliegroute van je partner vaak niet en ziet niet in dat het rationele spectrum in een ruzie vaak bijdraagt aan nog meer afstand in plaats van aan de nabijheid en de warmte waar de ander op zo’n moment meestal behoefte aan heeft.

Voorgeschiedenis

In je voorgeschiedenis spelen vaak thema’s als een moeder die ongewenst, veel sneller dan verwacht of ongepland zwanger van jou raakte of zich niet lekker voelde tijdens de zwangerschap of een zware bevalling (en jij dus een zware geboorte) doormaakte. Soms werd je vlak na de bevalling abrupt van je familie gescheiden door een complicatie bij de geboorte of door ziekte. Hierdoor bracht jouw allereerste contact met de wereld voor jou meer de smaak van angst en schrik met zich mee, dan de gevoelssensatie van een warm en veilig welkom.

Mogelijkerwijs speelden er rond jouw geboorte dingen in het leven van je ouders die maakten dat ze niet met hun volle aandacht bij de start van jouw leven aanwezig konden zijn. Bijvoorbeeld door onverwerkte rouw om een gestorven familielid of onopgeloste dader-slachtoffer thematiek. De blik in hun ogen weerspiegelde in zulke gevallen naar jou ook iets van intens verdriet, razernij of angst, waardoor deze (voor een volstrekt weerloos kind zeer pijnlijke en heftige) elementen al in een heel vroeg stadium onderdeel uit gingen maken van jouw indruk en beleving van de buitenwereld.

Ook kan het zijn dat één of beide ouders diep in hun hart eigenlijk liever een zoon of een dochter hadden gehad. Of dat de familie van je vader structureel als beter dan die van je moeder werd gezien of omgekeerd. ‘Iets’ in jou kon er dan steeds niet zijn of hoorde er vanaf het begin af aan al minder bij dan de rest.

Dit soort hele vroege ervaringen kunnen ervoor zorgen dat in jouw leven de volgende thema’s een grote rol spelen: Je niet welkom voelen. Je snel angstig voelen. Het gevoel hebben er niet bij te horen. Moeite je eigen plek te vinden. Angst voor afwijzing. Je een buitenstaander, een toeschouwer of ‘anders’ voelen. Het gevoel hebben dat de wereld voor jou een onveilige plek is waar jij je niet goed tegen kunt verweren, je daarom liever terugtrekken dan volledig aan het leven deel te nemen. Niet volledig JA kunnen zeggen tegen het leven, etc.

Contact met de buitenwereld

Al dit soort thema’s maken dat het gemak en het plezier waarmee jij op jezelf kunt zijn in schril contrast staan met de energie die het kost om je tot de buitenwereld te verhouden. Doordat jij je vaak ‘anders’ voelt dan anderen, vraagt contact met andere mensen voor jouw gevoel om het continu moeten overbruggen van dit ‘anders zijn’. Dat alleen al is buitengewoon vermoeiend. Verder gaat contact met de buitenwereld voor jou meestal ook nog eens gepaard met verhoogde alertheid en angst rond twee soorten vragen.

Existentiële vragen

De eerste categorie vragen wenst eigenlijk een respons van de ander: “Ben ik welkom?”, “Ben ik gewenst?”, ‘Ben ik hier veilig?’, “Hoor ik er bij?”, “Wijs je me af?”.

De tweede categorie bestaat uit vragen die je jezelf regelmatig stelt: “Ben ik wel op de juiste plek terecht gekomen?”, “Hoor ik hier wel?”, “Wat doe ik hier eigenlijk?”, “Wat is nou toch mijn roeping?” of mogelijk zelfs een stuk extremer “Waarom moet ik, omdat jullie zo nodig kinderen wilden, in hemelsnaam door dit hele leven heen, had mij lekker daarboven gelaten, ik heb hier toch zelf niet om gevraagd?”.

Gepersonaliseerde tatoeage op je voorhoofd

In het onwaarschijnlijke geval dat je op een dag iemand tegenkomt die jou ter plekke zou dwingen een passende tekst op je voorhoofd te laten tatoeëren, zou de vraag waarin jij jezelf het meeste herkent een goede optie zijn (behalve dan die laatste vraag misschien, want dan krijg je zo’n vol voorhoofd). De meest basale vragen zijn over het algemeen echter wel : ‘Ben ik hier wel welkom?’ en ‘Ben ik hier wel veilig?’.

Altijd alert

Omdat je nog niet geleerd hebt van binnenuit zelf een krachtig antwoord op deze vragen te geven, ben je voortdurend je omgeving aan het scannen op zoek naar antwoorden. Doordat je zo alert bent, pik jij in de buitenwereld heel veel signalen op die een ander totaal niet oppikt. Tot en met uiterst subtiele signalen aan toe. Nog een reden overigens waarom contact met de buitenwereld zo vermoeiend voor jou kan zijn. Jij hebt immers veel meer informatie te ‘processen’ dan iemand die deze alertheid niet heeft.

Afwijzing

Doordat je in de basis het gevoel hebt dat je niet welkom bent, interpreteer je bepaalde signalen niet alleen veel sneller, maar ook veel sterker als een afwijzing dan iemand anders dat zou doen. Omdat afwijzing hetgeen is dat jij het meeste vreest, sluit je je meestal compleet af voor dit soort gevoelens en zeker ook voor personen en situaties die deze gevoelens bij je op kunnen roepen. Soms neem je op voorhand al afstand om de pijn van afwijzing te voorkomen. Alleen zijn is voor jou dus ook een prima remedie tegen het risico om afgewezen te worden. Ironisch genoeg krijg je hierdoor zelf iets afwijzends, iets extreem kritisch, iets ongrijpbaars of iets verhevens over je.

Ik wil hier weg!

Op het leven van een kluizenaar na, zit bijna geen enkel leven zo in elkaar dat je alleen kunt zijn wanneer je dat maar wilt. Dit maakt dat jouw sterke behoefte om je terug te kunnen trekken je regelmatig parten speelt. Met name op momenten waarop je fysiek niet weg kunt, terwijl het contact met de buitenwereld eigenlijk te spannend, te onveilig, te pijnlijk, te emotioneel, te vermoeiend, te ergerlijk, te imperfect of gewoon veel te saai voor je is.

Als een engel op een Jakobsladder

Op dit soort momenten los je de onmogelijkheid om op te staan en weg te gaan op door fysiek weliswaar aanwezig te blijven, maar innerlijk wel degelijk richting hoger gelegen sferen te vertrekken. Allereerst kom je via de vertrouwde vluchtweg naar boven in je eigen hoofd terecht. Vervolgens ga je emotioneel en geestelijk helemaal uit contact en laat je lichaam als het ware onbemand achter. Een noodmaatregel in de vorm van dissociatie. Of, als je deze beweging wat poëtischer wilt benaderen: als een engel op een Jakobsladder vertrek je naar een hoger gelegen plek. Jij verbindt je nou eenmaal liever en makkelijker met de hemelse eenheid dan met de aardse dualiteit.

Uit contact – Grauwe waas – Bloedeloos – Uit – Onzichtbaar

Als de mensen die bij je zijn een beetje opletten voelen ze op zo’n moment aan dat je uit contact gaat. De blik in je ogen krijgt iets afwezigs en je gezicht trekt witjes weg. Er trekt een soort grauwe waas over je die jouw gehele voorkomen wat bloedeloos maakt. Het levendige, sprankelende verdwijnt en de energie van jouw aanwezigheid glijdt geruisloos weg. Je gaat als het ware “uit” en krijgt iets onzichtbaars. Soms vergeten anderen helemaal dat jij er ook nog bent of kunnen ze zich jou later nog maar moeilijk herinneren. Dit geeft aan hoe goed jij in verdwijnen bent.

Koude handen en voeten – Dalend lichaamsbewustzijn – In je hoofd – Afwezig

Als je zelf merkt dat je innerlijk aan het vertrekken bent, voel je meestal eerst je handen en voeten koud worden. Vervolgens trekt je gevoel zich meestal van onder naar boven uit je lichaam terug. Soms krijg je hierdoor zelfs slapende en daarmee letterlijk gevoelloze ledematen. Als je op een stoel zit kan het opeens heel moeilijk worden om je billen op de stoel te voelen of beide voeten op de grond te houden. Je begint te geeuwen, omdat je met je aandacht al vertrokken bent. Of je zet je ademhaling vast en bent zo minder verbonden met wat er in het hier en nu gebeurt. Omdat je totaal niet meer geaard bent, worden je gedachten wazig of draaien ze rond in cirkels. Je kunt hier letterlijk een beetje misselijk of onbestemd van worden. Als je je angstig en onveilig voelt, neemt dit alleen maar toe, omdat spanning zich nou eenmaal alleen maar via contact met de grond laat afvoeren. Als iemand je plots aanstoot en vraagt “waar zit je met je gedachten?” schrik je en kun je vaak niet eens antwoord geven. Je bent (zelfs voor jezelf) afwezig en je kunt je naderhand ook niet meer goed herinneren wat er tijdens jouw afwezigheid allemaal is gezegd en gebeurd.

Het leven gaat aan jouw neus voorbij

In je eigen wereld is het nu dus opeens een stuk minder prettig dan normaal. Dat komt dat je er dit keer niet vrijwillig, maar noodgedwongen terecht bent gekomen. In plaats van op te laden, zoals normaal gesproken het geval is als je op jezelf bent, vloeit je levensenergie volledig weg en gaat het leven aan jouw neus voorbij. Je ziet het allemaal nog wel gebeuren, maar je maakt er zelf geen onderdeel meer van uit. Het is alsof je heel sterk uitgezoomd staat of alles achter een glasplaat waarneemt.

Afgesneden

De innerlijke overtuiging van niet welkom zijn, er niet bijhoren, toeschouwer zijn in je eigen leven en onveilig zijn, wint door deze ervaring opnieuw aan kracht. Door innerlijk te vertrekken bevestig je onbewust dus eigenlijk de ervaring waar je juist van weg wilt bewegen. Dit levert zo’n eenzame, angstige en van het leven afgesneden rotervaring op, dat je er vroeg of laat wat op zult moeten verzinnen.

De boel buiten jezelf plaatsen

Als je de schizoïde thematiek niet of niet voldoende bij jezelf onderkent (en je jezelf niet heelt van de pijn die ermee gepaard gaat), bestaat het risico dat je de buitenwereld, die jou voor jouw gevoel niet onvoorwaardelijk welkom heeft geheten en die jou in al haar dualiteit vervolgens ook nog zo vaak heeft gekwetst, zelf gaat afwijzen en zelf gaat buitensluiten. Je terugtrekken in de natuur of in de veilige beslotenheid van je huis wordt dan een enkele reis in plaats van een retourtje. De beweging terug de wereld in blijft uit. De engel blijft bovenaan de ladder en keert niet terug.

De hand in eigen boezem steken

Je opdracht is om jezelf te helen van de pijn die maakt dat je liever veilig alleen bent dan risicovol verbonden. Het is aan jou om de vluchtweg naar boven uit eigen beweging en in je eigen tempo op te geven en, dwars door alle waarschuwingen die eerdere ervaringen je influisteren, keer op keer opnieuw in contact met je lichaam en met de buitenwereld te treden. Alleen daar kun je namelijk leren om te gaan met het duale aspect dat nou eenmaal voor iedereen onderdeel is van dit leven. Zo kun je groeien en kom je stap voor stap zelf tot diep doorvoelde antwoorden op de vragen die je voorheen steeds aan de ander en jezelf stelde. Dit geeft bedding, rust en richting.

Je bent welkom

Weet dat juist jouw aanwezigheid ontzettend welkom is. Hoognodig zelfs, want alleen als de engel vrij tussen hemel en aarde heen en weer kan bewegen komt het goede van boven ook hier beneden.

“Zoveel soorten van verdriet

ik noem ze niet.

Maar één, het afstand doen en scheiden.

En niet het snijden doet zo’n pijn,

maar het afgesneden zijn.”

Vasalis

© 2018 Mariëlle Borst
N.B. Met dank aan alle leerervaringen die ik tijdens de ITIP opleiding heb kunnen opdoen met de karakterstructuren die oorspronkelijk gebaseerd zijn op het werk van Wilhelm Reich, Alexander Lowen en John Pierrakos.

%d bloggers liken dit: