Pap, Mam: Ik blijf tot mijn 45e thuis wonen hoor…

IKEA als overgangsritueel

De meeste kinderen verlaten zo rond hun 18e het ouderlijk huis. Je weet wel. Zo’n grote weekendtas, een bezoek aan IKEA, een boedelbak. Ruzie met je vader over welk schroefje waar moet bij het in elkaar zitten van je gloednieuwe Billy boekenkast en je moeder die, zowel ongemerkt als net in het zicht, heel lief een traantje wegpinkt. En dan is het zover: je woont op kamers en je voelt je super volwassen. Behalve dan in het weekend en als de was gedaan moet worden.

Vrijheid in gebondenheid

Afhankelijk van hoe de relatie met je ouders was, zal je er behoefte aan hebben om dingen hetzelfde of juist 180 graden anders aan te pakken dan thuis. In beide gevallen ben je, al dan niet bewust, nog gebonden aan je ouders. In het eerste geval door ze te volgen en in het tweede geval door je tegen hen af te zetten.

De blik op de buitenwereld

Over het algemeen ga je in deze fase van je leven vooral de interactie aan met je nieuwe buitenwereld. Studie, relaties en vrienden nemen alle aandacht in beslag. Als er iets misgaat word je geraakt en soms niet al te zuinig ook. Je lost op wat er op te lossen valt of je laat het achter je zonder het echt op te lossen. Je loopt door en bent er (afhankelijk van je karakter) van overtuigd dat het hele gebeuren aan jezelf, aan de ander of aan de omstandigheden lag en dat het vanaf nu vast anders zal gaan lopen. Mogelijkheden zat.

Patronen herhalen zich, je loopt vast

Vroeg of laat komt er in je leven een moment waarop dit jeugdige optimisme tot het verleden gaat behoren of op zijn minst danig op de proef wordt gesteld. Het leven loopt anders dan je dacht, je krijgt met onomkeerbare tegenslag te maken of je loopt vast in iets dat belangrijk voor je is. Je wordt geconfronteerd met de consequenties van je eigen gedrag en de keuzes die je gemaakt hebt. Terugkijkend op je jeugd, je studie, je carrière en je relaties besef je dat er een patroon zit in de dingen waar je tegen aan loopt. Het lukt niet meer om je leven op de oude voet voort te zetten.

Crisis: De illusie van maakbaarheid lost op

Een crisis dient zich aan in de vorm van een ziekte, een burn-out, een ongeval, scheiding, het verlies van een dierbare, een reorganisatie, ontslag of niet weten wat je nou écht wilt qua werk. Wat niet (of niet meer) mogelijk is voelt opeens een stuk dichterbij dan wat wel mogelijk is. Meestal gebeurt dit zo rond je 40e-45e levensjaar. Het leven is minder maakbaar dan je dacht en er doen zich problemen voor die misschien wel helemaal niet op te lossen zijn of niet op de manier waarop jij of de mensen om je heen dat graag zouden willen. Van binnen strijden stemmen die willen vechten “Het is ook allemaal jouw schuld!” of vluchten “Is dit het nou?” met een stem die het wil nemen zoals het komt “Het is zoals het is”.

Welke weg kies je?

Afhankelijk naar welke stem je luistert gebeurt er nu het volgende. Óf je houdt vast aan de illusie van almacht en maakt structureel ruzie met je ouders, je partner, je baas of je kind. Het ligt tenslotte overduidelijk allemaal aan hen en niet aan jou. Óf je houdt vast aan de illusie van maakbaarheid en je vlucht naar voren in een volgende baan, relatie, kind, huis, aankoop, etc. Óf je kijkt de crisis die zich aandient, hoe pijnlijk ook, recht in de ogen.

Uitstel van executie of er dwars door heen?

De eerste twee wegen voeren je weg van je eigen verantwoordelijkheid en dieperliggende emotionele issues, maar bieden wel uitstel van executie. Belemmerende patronen zijn taaie rakkers (ook in een relatie met die befaamde tien jaar jongere nieuwe partner) en de prijs die je moet betalen als je blijft vechten of vluchten is hoog. De derde weg voert je dwars door alle vraagstukken heen. Niet omdat dit nou zo comfortabel is, maar omdat de crisis dit van je vraagt. Het is tijd om met je eigen antwoord te komen.

En dan verlaat je, rond je 45e, alsnog het ouderlijk huis…

Je wordt je bewust van patronen die in je jeugd zijn ontstaan. Je accepteert dat het is gegaan zoals het is gegaan. Je wijst voor alles dat fout ging niet langer naar je ouders, maar bent hen dankbaar voor het doorgeven van het leven en alles dat er wél was. Je ziet in dat zij, net als jij, ook maar mensen zijn die nou eenmaal fouten maken en die dingen in hun leven wel of niet opgelost krijgen. Je neemt de verantwoordelijkheid voor je eigen aandeel en de gevoelens die je als kind nog geen plek kon geven. Je laat je ouders hierin los en geeft hen daarmee terug aan zichzelf. De gebondenheid aan je ouders maakt plaats voor verbondenheid met je ouders.

Je gaat waarschijnlijk niet naar IKEA en de boedelbak (met zijn oude lading) koppel je ook af, maar je verlaat wel degelijk nog een keer het ouderlijk huis. Dit keer alleen niet fysiek, maar emotioneel.

“Tweemaal wordt een mens geboren, eenmaal uit zijn ouders en eenmaal uit zichzelf.”

© 2019 Mariëlle Borst

%d bloggers liken dit: