HELP, ik heb een NON STOP radio in mijn hoofd!

WAAR is hier de UIT-knop?

We denken wat af met zijn allen, dag in dag uit, jaar in jaar uit. Als onze eigen gedachten uitgezonden zouden worden op de radio, zou er de hele dag door aardig wat af gekletst worden over van alles en nog wat. Het zou zelden of nooit stil vallen en van de hak op de tak van het ene naar het onderwerp springen. Voor de luisteraars zou er waarschijnlijk dan ook geen touw aan vast te knopen zijn. Naar radio ‘IK-FM’ luisteren we ons hele leven, maar radio ‘JIJ-FM’ zouden we toch vrij snel gillend uit het raam gooien vermoed ik.

Waarom dan toch dat eindeloze geluister naar onze eigen gedachten? Zouden we in ons eigen hoofd ook niet eens flink op de uit-knop willen drukken? En wat treffen we dan eigenlijk aan onder al dat eindeloze gekwinkeleer in ons hoofd?

Alles komt, alles gaat

Stel je gedurende het lezen van dit artikel eens voor, dat je gedachten zich niet meer in je hoofd afspelen, maar in plaats daarvan zichtbaar zijn op een groot scherm, waar je op een afstandje goed naar kunt kijken. Je ziet vervolgens direct, dat de manier waarop je gedachten zich gedragen, eigenlijk best veel weg heeft van het weer. Ze zijn namelijk, net als het weer, continu aan verandering onderhevig. Iedere gedachte die in je opkomt wordt onherroepelijk vervangen door een volgende gedachte. Na regen komt zon, daarna weer wind of wat voor weertype dan ook. Alles komt, alles gaat.

Je gedachten hebben jou

Ondanks het feit dat gedachten van nature dus tijdelijk zijn, houden we, net als aan het weer (was het nog maar zo zonnig als gisteren), ook wel eens vast aan bepaalde gedachten. Bijvoorbeeld als we ons ernstig zorgen maken. We raken dan zo in de ban van ons denken, dat we geen onderscheid meer maken tussen wie we zijn en wat we denken. We verdwijnen als het ware helemaal in ons eigen denken. Je hebt dan geen gedachten meer, maar je gedachten hebben jou.

Na basisfout 1 ontkom je eigenlijk niet aan basisfout 2

Op het moment dat we volkomen opgaan in ons eigen denken, maken we basisfout nummer één. We identificeren ons dan namelijk zó met ons denken, dat we niet meer op een afstandje kunnen kijken naar het scherm waarop zojuist toch nog zo duidelijk te zien was dat onze gedachten stuk voor stuk komen en gaan. Dit maakt vervolgens, dat het ook gaat voelen alsof datgene waar we ons zo’n zorgen over maken niet meer komt en gaat, maar voor altijd zo zal blijven. En dat is basisfout nummer twee. Het is namelijk niet de zorgelijke situatie die gefixeerd is geraakt, maar het krampachtig vasthouden aan onze eigen gedachten erover.

De vicieuze cirkel in ons denkmechanisme

Omdat we via de gehechtheid aan ons eigen denken onze zorgen eeuwigheidswaarde gaan toekennen, gaan we ons automatisch nog meer zorgen maken. Zorgen die voelen alsof ze nooit en te nimmer op gaan houden, wegen immers een stuk zwaarder dan zorgen waarvan je beseft dat ze op een dag weer voorbij zullen zijn. Dit effect zorgt er vervolgens voor dat we nog meer aan onze gedachten blijven hangen dan al het geval was en we ons er dus ook nog sterker mee gaan identificeren dan al het geval was. Kortom: als je je eigen gedachten hun eigen gefixeerde gang laat gaan kom je in een niet al te effectieve vicieuze cirkel terecht

Je verleden verlengen

In zo’n vicieuze cirkel valt er helaas niet veel meer te beleven dan het eindeloos herhalen van oude patronen, opvattingen en gewoonten. Als je volledig geïdentificeerd bent met je eigen gedachten, verleng je onbewust je eigen verleden. Je doet wat je altijd doet in een bepaalde situatie en je krijgt dus wat je altijd kreeg in dergelijke situaties. Daarom is het zaak om niet al te gehecht te raken aan je eigen gedachten en ze, net als het weer, in vrijheid te laten komen en vooral ook weer te laten gaan.

Of bewust je eigen toekomst creëren?

Weet, dat het deel in jou dat van een afstandje naar het scherm waar jouw gedachten op staan kan kijken, veel beter in staat is jouw problemen op te lossen dan jouw gefixeerde gedachten over die problemen dat kunnen. Een gezonde afstand tussen jou en je denken maakt de weg vrij om te handelen vanuit bewustzijn. Dit gebied is per definitie een stuk minder beperkt dan je eigen denken. Door vanuit je bewustzijn (en dus bewust) te handelen, houdt het verlengen van je verleden op. Er ontstaat ruimte om je eigen toekomst te creëren. Je bent verbonden met je verleden, maar er niet meer in gevangen. Je verhoudt je met open vizier tot wat er op dit moment werkelijk in je leven gebeurt en niet louter en alleen tot wat ‘Radio IK-FM’ hierover te melden heeft.

© 2017 Mariëlle Borst

Pap, Mam: Ik blijf tot mijn 45e thuis wonen hoor…

IKEA als overgangsritueel

De meeste kinderen verlaten zo rond hun 18e het ouderlijk huis. Je weet wel. Zo’n grote weekendtas, een bezoek aan IKEA, een boedelbak. Ruzie met je vader over welk schroefje waar moet bij het in elkaar zitten van je gloednieuwe Billy boekenkast en je moeder die, zowel ongemerkt als net in het zicht, heel lief een traantje wegpinkt. En dan is het zover: je woont op kamers en je voelt je super volwassen. Behalve dan in het weekend en als de was gedaan moet worden.

Vrijheid in gebondenheid

Afhankelijk van hoe de relatie met je ouders was, zal je er behoefte aan hebben om dingen hetzelfde of juist 180 graden anders aan te pakken dan thuis. In beide gevallen ben je, al dan niet bewust, nog gebonden aan je ouders. In het eerste geval door ze te volgen en in het tweede geval door je tegen hen af te zetten.

De blik op de buitenwereld

Over het algemeen ga je in deze fase van je leven vooral de interactie aan met je nieuwe buitenwereld. Studie, relaties en vrienden nemen alle aandacht in beslag. Als er iets misgaat word je geraakt en soms niet al te zuinig ook. Je lost op wat er op te lossen valt of je laat het achter je zonder het echt op te lossen. Je loopt door en bent er (afhankelijk van je karakter) van overtuigd dat het hele gebeuren aan jezelf, aan de ander of aan de omstandigheden lag en dat het vanaf nu vast anders zal gaan lopen. Mogelijkheden zat.

Patronen herhalen zich, je loopt vast

Vroeg of laat komt er in je leven een moment waarop dit jeugdige optimisme tot het verleden gaat behoren of op zijn minst danig op de proef wordt gesteld. Het leven loopt anders dan je dacht, je krijgt met onomkeerbare tegenslag te maken of je loopt vast in iets dat belangrijk voor je is. Je wordt geconfronteerd met de consequenties van je eigen gedrag en de keuzes die je gemaakt hebt. Terugkijkend op je jeugd, je studie, je carrière en je relaties besef je dat er een patroon zit in de dingen waar je tegen aan loopt. Het lukt niet meer om je leven op de oude voet voort te zetten.

Crisis: De illusie van maakbaarheid lost op

Een crisis dient zich aan in de vorm van een ziekte, een burn-out, een ongeval, scheiding, het verlies van een dierbare, een reorganisatie, ontslag of niet weten wat je nou écht wilt qua werk. Wat niet (of niet meer) mogelijk is voelt opeens een stuk dichterbij dan wat wel mogelijk is. Meestal gebeurt dit zo rond je 40e-45e levensjaar. Het leven is minder maakbaar dan je dacht en er doen zich problemen voor die misschien wel helemaal niet op te lossen zijn of niet op de manier waarop jij of de mensen om je heen dat graag zouden willen. Van binnen strijden stemmen die willen vechten “Het is ook allemaal jouw schuld!” of vluchten “Is dit het nou?” met een stem die het wil nemen zoals het komt “Het is zoals het is”.

Welke weg kies je?

Afhankelijk naar welke stem je luistert gebeurt er nu het volgende. Óf je houdt vast aan de illusie van almacht en maakt structureel ruzie met je ouders, je partner, je baas of je kind. Het ligt tenslotte overduidelijk allemaal aan hen en niet aan jou. Óf je houdt vast aan de illusie van maakbaarheid en je vlucht naar voren in een volgende baan, relatie, kind, huis, aankoop, etc. Óf je kijkt de crisis die zich aandient, hoe pijnlijk ook, recht in de ogen.

Uitstel van executie of er dwars door heen?

De eerste twee wegen voeren je weg van je eigen verantwoordelijkheid en dieperliggende emotionele issues, maar bieden wel uitstel van executie. Belemmerende patronen zijn taaie rakkers (ook in een relatie met die befaamde tien jaar jongere nieuwe partner) en de prijs die je moet betalen als je blijft vechten of vluchten is hoog. De derde weg voert je dwars door alle vraagstukken heen. Niet omdat dit nou zo comfortabel is, maar omdat de crisis dit van je vraagt. Het is tijd om met je eigen antwoord te komen.

En dan verlaat je, rond je 45e, alsnog het ouderlijk huis…

Je wordt je bewust van patronen die in je jeugd zijn ontstaan. Je accepteert dat het is gegaan zoals het is gegaan. Je wijst voor alles dat fout ging niet langer naar je ouders, maar bent hen dankbaar voor het doorgeven van het leven en alles dat er wél was. Je ziet in dat zij, net als jij, ook maar mensen zijn die nou eenmaal fouten maken en die dingen in hun leven wel of niet opgelost krijgen. Je neemt de verantwoordelijkheid voor je eigen aandeel en de gevoelens die je als kind nog geen plek kon geven. Je laat je ouders hierin los en geeft hen daarmee terug aan zichzelf. De gebondenheid aan je ouders maakt plaats voor verbondenheid met je ouders.

Je gaat waarschijnlijk niet naar IKEA en de boedelbak (met zijn oude lading) koppel je ook af, maar je verlaat wel degelijk nog een keer het ouderlijk huis. Dit keer alleen niet fysiek, maar emotioneel.

“Tweemaal wordt een mens geboren, eenmaal uit zijn ouders en eenmaal uit zichzelf.”

© 2019 Mariëlle Borst

Ben je tevreden met je leven?

Een tijd geleden vroeg ik aan een hoogbejaarde vrouw of ze tevreden was over haar leven. Na enig overpeinzen zei ze: “Ja, want ik heb altijd mijn eigen keuzes gemaakt.” Ik vond dit, zeker gezien haar levensloop, zo’n fantastisch antwoord, dat ik besloot om dezelfde vraag diezelfde dag nog een keer aan iemand anders te stellen. De volgende vrouw antwoordde: “Ja, want ik heb altijd dichtbij mezelf geleefd.” Geraakt door de rijkdom van deze twee antwoorden vroeg ik me af of ik zelf eigenlijk tevreden ben over mijn leven. Het volgende kwam in me op: “Ja, want ik heb van mensen gehouden en er is van mij gehouden.” 

Hoe mooi ik al deze antwoorden ook vond (en vind), ze verbaasden me in eerste instantie eerlijk gezegd ook nogal, inclusief mijn eigen antwoord.

Ik maak mijn eigen keuzes

De eerste vrouw aan wie ik vroeg of ze tevreden was met haar leven, verloor namelijk haar man nadat hij jaren had geleden onder de gevolgen van een hele slordige medische fout. Niet iets waar je vrijwillig voor zou kiezen lijkt me, maar toch was haar antwoord op mijn vraag een volmondig: “Ja, want ik heb altijd mijn eigen keuzes gemaakt.” Blijkbaar heeft ze in ‘datgene-waar-je-absoluut-niet-zelf-voor-zou-kiezen-in-het-leven’ toch haar eigen keuzes kunnen maken in de manier waarop ze hier mee om heeft kunnen gaan. Ontroering en respect.

Ik leef dichtbij mezelf

De tweede vrouw aan wie ik vroeg of ze tevreden was over haar leven, verloor haar kind ten gevolge van een noodlottig verkeersongeval. Dus als zij terugblikt en met haar hand op haar hart kan zeggen: “Ja, ik ben tevreden over mijn leven, want ik heb altijd dichtbij mezelf geleefd”, dan springen de tranen je toch spontaan in de ogen? Bij mij in ieder geval wel, want ik weet en voel aan alles: Dichtbij jezelf leven moet in haar leven ook ongelooflijk veel pijn gedaan hebben. Wederom ontroering en respect.

Antwoord uit een diepere laag

En dan de verbazing over mijn eigen antwoord. Op zich al verbazingwekkend dat ik verbaasd ben over een antwoord dat ik zelf heb gegeven, maar goed. Een eigen antwoord is blijkbaar niet altijd iets dat voldoet aan de wetten van de logica of iets dat je zelf zo zou bedenken. Soms is het dus ook iets dat, na enige innerlijke stilte, zonder enige bemoeienis van het hoofd, spontaan uit een diepere laag in je naar boven kan komen. 

Op zich wel, maar…

Als het over de wat grotere vragen in het leven gaat zijn de antwoorden die uit een diepere laag voortkomen eigenlijk altijd verreweg de beste. Als ik aan het denken was geslagen had ik namelijk waarschijnlijk iets geantwoord in de trant van: “Op zich wel, maar ik baal er wel enorm van dat mijn gezondheid me meerdere keren in de steek gelaten heeft.” De reactie die hier vrijwel automatisch op volgt is misschien hooguit “Ja, ik begrijp dat je dat zegt”, maar wat heb ik daar (los van het feit dat het fijn is als iemand je begrijpt) nou eigenlijk écht aan? 

Balende voorouders

Ga maar na wat er gebeurt als ik dit ‘op-zich-wel-maar’ antwoord als leidraad neem voor de rest van mijn leven. Mijn glas zal dan altijd hooguit halfvol blijven en vooral ook eigenlijk halfleeg. Dat kán toch gewoon niet de bedoeling zijn? Ik bedoel maar, als ik me eens voorstel wat mijn ouders en voorouders allemaal wel niet doorstaan en overleefd moeten hebben om het stukje geschiedenis waarin ik geboren kon worden überhaupt mogelijk te maken…

In dat licht bezien is het toch ronduit magertjes en uitermate teleurstellend als ik dan aan het einde van die ellenlange levenslijn doodleuk aan kom zetten met een ‘comme ci, comme ça’-achtig antwoord? Ik zou er in ieder geval enorm van balen als ik voorouder was.

Ik heb lief

Neem dan het antwoord: “Ja, want ik heb van mensen gehouden en er is van mij gehouden.” Kijk, dáár kan ik tenminste wat mee: Want als ik dát antwoord ga leven, dan stroomt dat hele, voorheen nog ietwat hardnekkig halflege, glas opeens volledig over! Misschien kan er in dit scenario ook nog steeds van alles misgaan met mijn gezondheid, maar één ding weet ik nu van binnenuit voor eens en voor altijd zeker:

DE GRONDTOON VAN MIJN BESTAAN IS LIEFDE

Voor mij een diepe waarheid die het vermogen heeft om dat hele “comme ci, comme ça”achtige antwoord dat mijn hoofd wilde geven, volledig in zich op te nemen en tegelijkertijd compleet te overstijgen. Daardoor gaat het, precies op de plek waar het zeer deed, weer volop stromen…

Kortom

–      Ik maak mijn eigen keuzes

–      Ik blijf dicht bij mezelf

–      Ik heb lief

© 2019 Mariëlle Borst (met dank aan al die mooie, wijze vrouwen om me heen).

Oedipus en de ultieme verlosknop

Stel dat ik je bij deze een knop zou aanbieden waarmee je nare ervaringen compleet uit je leven zou kunnen verbannen: Zou je ja zeggen? Waarschijnlijk wel. En waar zou je die knop vervolgens voor gebruiken? Voor het vermijden van dood, ziekte en ongelukken? Het optimaliseren van je financiële situatie? Het terugdraaien van vreselijke vergissingen? Het wegpoetsen van schade en schande? 

Of zou je jouw eerste druk op de knop bewaren voor het vakkundig verwijderen van je baas? In dat laatste geval trouwens niet per ongeluk twee keer kort na elkaar op de knop drukken, want dan verwijder je per ongeluk alle autoriteitsfiguren uit je leven…

En wat zou je eigenlijk doen met de kleine huis tuin en keuken gerelateerde pech, zoals poep-schoen combinaties of een lading soja yoghurt, die vlak voordat je aan het werk moet over je outfit heen golft, omdat je dat laatste restje ietwat gehaast en onhandig uit het pak probeert te manoeuvreren? Grijp je dan ook gelijk naar die knop of los je dat gewoon nog even zelf op? 

De hamvraag

Verschillen in gebruik daargelaten zou zo’n ultieme verlosknop waarschijnlijk in no-time een nog grotere aantrekkingskracht op ons uitoefenen dan een Smartphone of IPad beeldscherm op een gemiddelde puber. De hamvraag is echter natuurlijk: 

Zouden we ook gelukkiger worden van zo’n verlosknop?

Voor het verkennen van deze vraag gaan we terug in de tijd. Dat kan namelijk ook met een ultieme verlosknop. Draai naar links en je vindt verlossing in het verleden. Draai naar rechts en je vindt verlossing in de toekomst. In dit geval draaien we ons nieuwe speeltje naar links. 

Het verhaal van Oedipus

Als de macht van de ultieme verlosknop je nog steeds niet naar het hoofd gestegen is, draai je rustig door, tot je merkt dat we ons met zijn allen in het oude Griekenland bij het orakel van Delphi bevinden. 

Precies op tijd voor het aanschouwen van het ontzette gezicht van Koning Laius van Thebe, die net te horen krijgt dat zijn pasgeboren zoon Oedipus, als hij eenmaal volwassen is, zijn vader zal vermoorden en zijn moeder zal huwen. 

Koning Laius heeft even geen ultieme verlosknop bij de hand, maar hij probeert wel degelijk aan zijn lot te ontsnappen, door zijn zoon met doorgesneden achillespezen buiten de stadsmuren achter te laten in de veronderstelling dat hij daar spoedig zal sterven. 

Oedipus wordt echter gered door een herder, die medelijden met hem heeft en hem vervolgens naar Corinthe brengt, waar hij opgevoed wordt als de eigen zoon van Koning Polybus en Koningin Periboea.

Als jong volwassen man reist Oedipus op een dag zelf ook naar Delphi om het orakel te raadplegen en verneemt daar tot zijn grote ontzetting, dat hij zijn vader zal vermoorden en zijn moeder zal huwen. Ook Oedipus besluit om figuurlijk op de ultieme verlosknop te drukken door Corinthe onmiddellijk te ontvluchten en richting Thebe te reizen. 

Onderweg vermoordt hij een man, die achteraf bezien inderdaad zijn bloedeigen vader blijkt te zijn, maar op dat moment is Oedipus zich daar totaal niet bewust van. De lering die we uit deze passage kunnen trekken luidt als volgt: vermoord niemand en werk trouw aan de groei van je bewustzijn, maar dit terzijde.

Iets verder op zijn pad komt Oedipus oog in oog te staan met de Sfinx die hem het volgende raadsel voorlegt: Wie loopt er in de ochtend op vier benen rond, in de middag op twee en in de avond op drie? Oedipus antwoordt vastberaden: “De mens.” Hij verslaat hiermee de Sfinx die al maanden de stad Thebe aan het terroriseren is. 

Als beloning voor deze heroïsche daad mag Oedipus in het huwelijk treden met Koningin Iocaste zonder te beseffen dat hiermee het tweede deel van de voorspelling van het orakel waarheid wordt en hij zijn eigen moeder huwt.

Oedipus en Iocaste stichten een gezin en leven een tijd lang in voorspoed. Dit geluk duurt voort tot Thebe getroffen wordt door de pest. In wanhoop raadpleegt Oedipus opnieuw het orakel van Delphi, dat hem laat weten dat het ge-pest van de Goden pas zal ophouden als de dader van de moord op Koning Laius uit Thebe verdreven zal worden. 

In een verwoede zoektocht naar de dader vindt Oedipus uiteindelijk zichzelf, steekt zichzelf vervolgens in complete afschuw de ogen uit en ontvlucht Thebe in diepe schaamte. Koningin Iocaste hangt zichzelf in opperste wanhoop op.

Ondanks (of juist misschien dankzij?) alle verwoede pogingen het eigen lot te ontlopen, heeft het noodlot van Koning Laius, Prins Oedipus en Koningin Iocaste zich uiteindelijk in zijn volle omvang weten te voltrekken. 

Het wordt tijd onze verlosknop naar rechts te draaien en terug te keren naar het hier en nu.

Terug in het hier en nu (altijd de beste plek om tot inzicht te komen)

Nu we de ontknoping van deze Griekse tragedie volledig tot ons hebben genomen, kunnen we niet anders dan onze hamvraag negatief beantwoorden: We zouden als mens uiteindelijk dus niet gelukkiger worden van een ultieme verlosknop. Sterker nog, als we Koning Laius en Oedipus als voorbeeld nemen, lijkt het er zelfs op dat onze neiging het lot te vermijden ons juist recht in de armen van het noodlot drijft.

Misschien is de beste manier om ons lot tegemoet te treden dus wel door bij deze af te zien van de ultieme verlosknop en ons lot zo dapper mogelijk te dragen. Wie weet ontdekken we zo dat de scheppende kracht van het lot zijn weerga niet kent. Zeker wanneer we het lot recht in de ogen kunnen blijven kijken als een ietwat mysterieuze vriend die nooit van je zijde zal wijken.

“Wat je ook in gedachten hebt – vergeet het

Wat je ook in je hand hebt – geef het

Wat ook je lot is – kijk het in de ogen”

Abu Sa’id 

© 2019 Mariëlle Borst

Bronnen:

–      De tragedie van Koning Oedipus, Sophokles

–      Ilias, Homerus  

De buren verbouwen hun huis, ik ‘verbouwde’ mezelf (zonder botox overigens)

Ik ben een woord

Onze nieuwe buren zijn sinds begin december (op de zon- en feestdagen na) dag in dag uit grondig aan het verbouwen. En als ik zeg grondig, dan bedoel ik ook echt grondig, want op een gegeven moment stonden van het huis naast ons eigenlijk alleen nog de vloeren (met daarop natuurlijk de klusradio), de muren en het dak recht overeind.

Ik hecht persoonlijk nogal aan stilte en rust om ongestoord mijn werk te kunnen doen en geconcentreerd te kunnen studeren en schrijven, dus ik was er compleet van overtuigd dat mijn humeur door dit alles ver beneden een voor wie dan ook acceptabel peil zou zakken. Dit pakte echter totaal anders uit dan ik zelf verwacht had…

Het helpt dat

Allereerst helpt het dat ik bijzonder gesteld ben op mijn oude buurvrouw en daarom extra blij ben dat haar kleindochter en haar gezin het stokje van haar komen overnemen nu ze zelf naar een verzorgingstehuis is verhuisd. Zo blijft een band die van waarde is voor mijn gevoel behouden. 

Verder besef ik heel goed dat je nou eenmaal niet van mensen kunt vragen om een heel oud huis volledig geluidloos te moderniseren. Tenslotte vond ik dat ik het mijn man, mezelf én de nieuwe buren niet aan kon doen om drie maanden lang bloedchagrijnig rond te gaan lopen. Want laten we wel wezen: wie of wat was dáár in hemelsnaam iets mee opgeschoten?

Kortom: Ik was (en ben) volledig doordrongen van het feit dat ik ZELF iets moest gaan ondernemen om deze maanden een beetje leuk door te komen. “Maar hoe dan in hemelsnaam?” zal je je misschien afvragen, want geluidsoverlast blijft geluidsoverlast en als je stilte nodig hebt, heb je nou eenmaal stilte nodig.

Hoe wil ik me hiertoe verhouden?

Ik verbaas me er zelf eerlijk gezegd ook over dat ik fluitend door deze periode heen fiets, maar op een op de een of andere manier kwam ik begin december vrijwel direct tot het inzicht dat ik me niet op de geluidsoverlast van de verbouwing moest gaan focussen, maar op de manier waarop ik me tot deze geluiden wil verhouden.

In concreto: als ik een stille plek nodig heb om te schrijven, moet ik me niet thuis gaan zitten opvreten, maar moet ik zorgen dat ik naar een stille plek kan om te schrijven. Lang leve de Leidse Universiteits Bibliotheek en mijn nieuwe UB pas, want als ik ergens geconcentreerd kan werken is het daar wel en verandering van omgeving werkt eigenlijk best inspirerend heb ik ontdekt.

Als ik een leuke Kerstvakantie wil en thuis niet tegen geluidsoverlast kan, dan moet ik thuis geen spoedcursus ‘Lontje Verkorten’ gaan zitten doen, maar er dagelijks op uit trekken om allerlei leuke dingen te gaan doen. Of er een degelijk plan B (een last minute boeken) op na houden. Lang leve mijn man, de Nederlandse natuurgebieden en onze Museumjaarkaart, want we hebben nog nooit zoveel gedaan, gewandeld en gezien in een Kerstvakantie als afgelopen jaar en dat gaf eigenlijk ontzettend veel nieuwe energie. Plan B bleek zelfs volledig overbodig.

Verder helpt het dat ik ontzettend leuke en lieve vrienden en familie heb, want het was hartverwarmend om te merken hoeveel mensen uiterst gul tegen me zeiden: “Dan kom je toch gewoon hier schrijven?”

Als een kind zo blij

In plaats van me compleet te verliezen in onmacht en geluid gerelateerde irritatie heb ik me de afgelopen periode (geheel tegen mijn eigen initieel diep donkergekleurde verwachtingen in), dus eigenlijk ontzettend energiek gevoeld. Ik voelde me af en toe zelfs zo blij als een kind dat net heeft ontdekt dat het zelf invloed kan uitoefenen op zijn eigen levensloop en daar ook compleet vrij in is. Echt een heerlijk gevoel. Ik kan het iedereen aanraden, vandaar dit blog. 

Je hebt meer mogelijkheden dan je denkt

Mocht jij dus zelf in je maag zitten met iets waar je moeite mee hebt en waar je voor jouw gevoel totaal geen invloed op uit kunt oefenen, richt je dan niet op wat je niet kunt beïnvloeden, maar richt je op je eigen mogelijkheden in hoe je er mee om kunt gaan. Ik geef je op dit briefje: Die zijn groter en talrijker dan je denkt!

‘Blessing in disguise’

Voor mij is de verbouwing van de buren een ‘blessing in disguise’ gebleken. Ik ben minder aan huis gebonden dan ik dacht en een stuk actiever, energieker, vindingrijker, flexibeler en vrijer dan ik zelf wist! 

“Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. 

Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. 

Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien”

Franciscus van Assisi

© 2019 Mariëlle Borst

Eerste hulp bij terugkerende ergernissen

Wie is degene die steeds die grammofoonplaat op zet?

Hebben jullie dat ook wel eens, dat je je over sommige dingen verschrikkelijk kunt opwinden, terwijl je tegelijkertijd heel goed weet dat dit totaal geen zin heeft? Een gast die structureel met schoenen en al boven op jouw bank gaat zitten. Geld dat je op verzoek even voorschiet, maar waar je vervolgens steeds zelf achter aan moet om het terug te krijgen. Mensen die verwachten dat je eindeloos voor ze klaar staat, zonder dat ze ooit eens aan je vragen hoe het nou eigenlijk met jouw gezondheid gaat. Verschrikkelijk. Ik heb er emmers met energie op verloren en ik kan je vertellen: dat was niet effectief.

Platte leercurve

Je een keertje flink ergeren en het dan vervolgens achter je laten is eigenlijk helemaal niet zo erg. Maar als je eigen ergernissen een serieel karakter beginnen te krijgen zonder dat er licht aan de horizon gloort, is er iets anders aan de hand. Zo moest ik na talloze vrijwel compleet identieke ergernissen voor mezelf erkennen dat, hoe cliché het ook is, ik hetzelfde gedrag bleef vertonen in de, inmiddels eigenlijk nergens meer op gebaseerde, hoop dat de uitkomst uiteindelijk toch nog een keer anders zou worden. Klassiek geval van een platte leercurve. En dan heb ik er ook nog voor doorgeleerd zeg maar. Ai. Pijnlijk.

Omslag

De omslag kwam toen een nichtje waar ik bijzonder op gesteld ben bij me op bezoek kwam en ik aan mezelf merkte dat ik haar met goed fatsoen niet nog een keer kon gaan vertellen over exact dezelfde ergernissen waar ik haar de keren daarvoor ook al over had verteld. Ik vond dat ik haar dat niet aan kon doen en eigenlijk vond ik bij nader inzien, dat ik het mezelf ook niet aan kon doen om een rijtje energievretende standaard ergernissen in stand te houden, zonder te leren hoe ik dit zelf nou toch eens wat beter aan zou kunnen pakken.

Grammofoonplaat

Ik besprak dit vervolgens met een dierbare vriend, door hem te vertellen dat ik mijn irritaties voortaan hooguit één keer wilde uiten en dat ik de energie die ik zo bespaarde in een meer effectieve vorm van ergernisbestrijding wilde gaan steken. Hij luisterde met aandacht en stelde me vervolgens heel fijntjes de volgende vraag: “Wie is degene die steeds die grammofoonplaat met ergernissen opzet?” Vanwege het aantal keren dat ik moest slikken was het even stil, maar uiteindelijk was mijn antwoord glashelder: “Dat ben ik”. “Dan zit dáár de ingang” zei mijn vriend. En ik voelde aan alles: Zo is het en niet anders.

Gifbeker

Het effect van dit gesprek was, dat mijn aandacht verschoof van ‘die irritante anderen’ naar mezelf. Ik was tenslotte degene die er last van had en ik was tenslotte degene die het anders wilde. In plaats van me te blijven ergeren, ging ik nadenken over mezelf en de manier waarop ik met dit soort situaties omga. Ik realiseerde me opeens dat irritatie net een gifbeker is, die je dagelijks leegdrinkt in de hoop dat degene waar je je aan ergert er flink last van krijgt. “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbij gaan” kwam er nog in me op in een laatste wanhoopspoging mijn lot te vermijden (maar we weten allemaal hoe dat afliep…).

NEE

Leegdrinken dus die beker, tot het bittere eind (of tot er verlossing volgt). Het allereerste dat ik in dit proces onder ogen te zien had was, dat ik het dus bijzonder moeilijk vind om ‘Nee’ te zeggen. Bijvoorbeeld ‘Nee’ in de vorm van “Ik wil niet dat je met je schoenen op mijn bank gaat zitten.” ‘Nee’ in de vorm van “Ik wil je niets meer voorschieten, want het is altijd zo’n gedoe om het terug te krijgen.” ‘Nee’ in de vorm van “Ik wil niet meer steeds voor je klaar staan als bij jou de warme belangstelling voor wat er in mijn leven speelt ontbreekt.”

Spaans benauwd

Nou dat was raak, want alleen al van deze innerlijke formuleringen kreeg ik het midden in Nederland Spaans benauwd en dat had niets met Sinterklaas te maken. Vervolgens kwam bij mij de vraag naar boven of ik van mezelf als een volwassen vrouw van 47 mag verwachten dat ik mijn eigen grenzen uitgesproken krijg? “Ja, dat mag ik absoluut verwachten” was en is hierop mijn rotsvaste antwoord. “Dan zit er dus maar één ding op en dat is voortaan deze grenzen tot uiting brengen zodra dit aan de orde is”, zo luidde en luidt mijn zelfopgelegde vonnis.

Doodsimpel

Toch ontbrak er voor mijn gevoel nog iets om dit vonnis in de praktijk te kunnen voltrekken, want waarom was dit in hemelsnaam nou toch zo moeilijk voor me? Je zou van een gezonde afstand bezien toch zeggen dat dit werkelijk waar doodsimpel is. Met name dat voorbeeld over die schoenen op die bank. Ik bedoel maar: Hoe moeilijk kan het zijn om alleen maar het eerste deel van deze volzin uit te spreken: “Zou je je schoenen even uit willen doen jij ongelooflijk irritante vlerk?”

De prijs

Via deze interne dialoog realiseerde ik me opeens hoe bang ik blijkbaar ben dat mensen me niet aardig vinden als ik opeens met mijn ‘Nee’ op de proppen kom. En blijkbaar ben ik daar zelfs zó bang voor, dat ik niet eens durf te zeggen dat ik liever niet heb dat iemand met zijn schoenen op onze bank gaat. De prijs die ik hier, in bredere zin, voor betaal is het keer op keer verdragen dat mensen over mijn (door mij niet aangegeven) grenzen gaan. En eerlijk is eerlijk: Ik verdraag dat helemaal niet, want mijn grens is mijn grens of ik hem nou aangeef of niet. Kortom: Deze prijs is te hoog. Veel te hoog en hoe ouder ik word, des te meer ik besef dat ik mijn energie maar één keer uit kan geven.

Het offer

Er zit dus niet anders op dan ‘het aardig gevonden willen worden’ voorgoed te offeren. Ik kan mijn energie immers wel beter besteden dan aan telkens terugkerende irritaties. Dus beste mensen, ik zeg het hier in het algemeen, maar zal het daar waar nodig zeker in specifieke zin herhalen. Mocht je mij privé kennen: Ga niet met je schoenen op mijn bank. Betaal het geld dat ik je heb voorgeschoten tijdig terug en vraag ook eens hoe het met mijn gezondheid gaat.

“Een mens bezorgt zichzelf een boel ellende door zo graag aardig gevonden te willen worden.” Miep Diekmann

© 2018 Mariëlle Borst

Meer lezen of een afspraak maken? Lees mijn andere blogs via deze website of mail me via marielle@oerpad.com. Je bent van harte welkom (tenzij je met je schoenen op mijn bank wilt 😀).

Een kwestie van geven en nemen

Er zijn van die vragen waar je in een ‘split second’ het antwoord op weet. Vraag je bijvoorbeeld maar eens compleet ongenuanceerd af van welke mensen om je heen je energie krijgt en wie je energie kosten. Waarschijnlijk heb je voor deze tweedeling minder tijd nodig dan Mozes destijds voor het splitsen van de Rode Zee.

Naar dit inzicht handelen duurt over het algemeen echter nog langer dan de grote oversteek die op deze splitsing volgde, want mijn hemel wat gaat leren soms toch langzaam.

En tja, als je de Rode Zee niet oversteekt, dan blijf je in handen van je overheersers. Best opmerkelijk om daar op die oever te blijven staan eigenlijk, want waarom zou je als ‘gever’ in hemelsnaam je tijd en energie blijven steken in mensen die met name van je nemen?

Buiten het feit dat geven iets aantrekkelijks heeft, omdat het over het algemeen beoordeeld wordt als iets goeds (en nemen als iets slechts), komt dit waarschijnlijk ook doordat ‘gevers’:

  • van nature ‘nemers’ aantrekken,
  • vasthouden aan de illusie dat ze liefde krijgen als ze eindeloos blijven geven,
  • gedrag vermijden dat nodig is om geven en nemen in balans te brengen,
  • zich ongemakkelijk voelen als ze zelf nemen,
  • vaak niet zo goed weten wat ze moeten als ze niet geven.

‘Gevers’ trekken van nature ‘nemers’ aan

Het klinkt misschien gek, maar de inzetbaarheid van de talenten van een ‘gever’ is bijzonder groot in relatie tot een ‘nemer’. Een beetje een wrede grap van het lot als je het mij vraagt, maar goed, iets doen waar je je eigen talenten maximaal in kwijt kunt geeft nou eenmaal ook altijd een goed gevoel en dus blijf je het doen.

Verder waren veel ‘gevers’ als kind afhankelijk van een ‘nemer’, waardoor het geven hen al met de paplepel ingegoten werd. De rol van ‘gever’ voelt dus vertrouwd en wat vertrouwd voelt trek(t) je aan.

De illusie dat je op een dag liefde krijgt als je maar eindeloos blijft geven

Een kind verlangt naar niets zo hevig als naar de liefde van zijn of haar ouders. Als deze liefde om wat voor reden dan ook uitblijft (of heel onregelmatig gegeven wordt), raken sommige kinderen sterk gemotiveerd om maar van alles te gaan geven om die felbegeerde liefde alsnog te krijgen.

Aangezien dit in de basis een wanhoopsbeweging is, houdt het kind zich vast aan de illusie dat het, als het maar eindeloos blijft geven, op een dag de liefde zal krijgen waar het zo naar verlangt. Verdrietig is dit, vind je niet?

Het loslaten van deze illusie vraagt om het accepteren van het feit dat iedereen (en dus ook de ‘gevers’ onder ons), het nou eenmaal moet doen met wat je ouders je wel en niet hebben kunnen geven en dat je als volwassene voor de rest zelf verantwoordelijk bent om jezelf te helen van eventuele pijn die je daar nog over hebt.

Tot deze pijn geheeld is komen ‘gevers’ vaak eindeloos in contact met ‘nemers’. Dit klinkt negatief, maar het biedt ook de kans om dit patroon helemaal te doorleven en vervolgens te doorbreken.

Vermijden van gedrag dat nodig is om geven en nemen in balans te brengen

Ongezonde situaties blijven vaak voortbestaan, omdat de oplossing vraagt om het uitspreken van dingen die een ‘gever’ over het algemeen véél te pijnlijk vindt om hardop uit te spreken. Toets dit gelijk even bij jezelf door te testen wat je voelt als je je voorstelt dat je één van de volgende uitspraken doet tegen iemand die jij aan het begin van dit blog bij de ‘nemers’ hebt ingedeeld:

  • Ik heb geen tijd om iets met je af te spreken (of erger nog: geen zin),
  • Ik heb er moeite mee dat het negen van de tien keer over jou gaat,
  • Ik wil dit niet meer,
  • Nu ben ik aan de beurt,
  • Nee, dat ga ik niet doen (zonder verdere uitleg),
  • Ik wil liever bij mij thuis afspreken in plaats van bij jou,
  • Wil jij deze keer betalen?
  • Sorry, maar daar kan ik je niet bij helpen.

Mocht het merendeel van deze uitspraken je alleen al bij het lezen buikpijn opleveren, dan kan je er vergif op in nemen, dat jij in relatie tot de ‘nemer’ in kwestie verzuimt om het beestje bij de naam te noemen.

De stress die dit oplevert schrijft een ‘gever’ vaak toe aan de ‘nemer’, maar een deel van deze stress wordt veroorzaakt door het feit dat wat er door de ‘gever’ gezegd wordt niet congruent is met wat er door de ‘gever’ gevoeld wordt.

‘Nemers’ zijn ook gewoon maar mensen. Vraag ze daarom als ‘gever’ niet impliciet om rekening te houden met zaken die jij hen niet expliciet laat weten, want dan laat je wat jij wel en niet wilt afhangen van een ander en dat werkt niet. Zeker niet bij een ‘nemer’ trouwens.

Brengt het uitspreken van wat je echt voelt totaal geen verbetering in de balans tussen geven en nemen, dan is dat vervelend, maar ook dat kan je dan maar beter weten. Geven is iets anders dan ‘Gekke Henkie’ zijn.

Hoe moeilijk het vaak dus ook is om dit soort dingen uit te spreken: Het is nog veel moeilijker om eindeloos te blijven geven, want dat houdt echt niemand vol. Bovendien zul je versteld staan wat het effect is als je dit soort zaken wél uitgesproken krijgt.

Sommige ‘nemers’ blijken namelijk veel beter te kunnen geven dan jij als ‘gever’ altijd hebt gedacht. Verder leidt selectief zijn in geven onmiddellijk tot meer waardering en respect dan het geven dat inmiddels tot complete vanzelfsprekendheid is verworden. Selectief zijn in wat je geeft onderstreept de waarde die het heeft.

Ongemak bij nemen

‘Gevers’ hebben niet alleen moeite met een bepaald soort assertiviteit als het om hun eigen grenzen en noden gaat. Ze hebben vaak ook moeite met zelf nemen. Zeker als ze van kinds af aan geleerd hebben dat nemen iets egoïstisch is dat vooral achterwege gelaten moet worden. Probeer voor de lol het woord ‘nemen’ eens te vervangen door het woord ‘ontvangen’, dat geeft direct een ander perspectief op de zaak.

Verder is geven inmiddels zo’n bekend terrein, dat het voor een hardcore ‘gever’ eigenlijk wel iets verfrissends heeft om voor de verandering eens te gaan oefenen met nemen (en voor ‘nemers’ om eens te gaan oefenen met geven). Zo leer je tenminste nog eens wat nieuws, bijvoorbeeld omdat je zo de confrontatie aan zult moeten gaan bij het ongemak dat nemen (of geven) jou persoonlijk oplevert.

Niet zo goed weten wat ze moeten als ze niet geven

Sommige ‘gevers’ zijn zo geïdentificeerd geraakt met geven, dat ze eigenlijk niet eens meer goed weten wat ze moeten doen als ze niet aan het geven zijn en dus blijven ze ‘dan maar’ geven. Wees hier alert op als je in jezelf een soort ‘begerigheid’ naar geven voelt. In dat geval is het zaak dat je jouw aandacht verplaatst van de ander naar jezelf en er achter komt wat jij wilt en wat jij nodig hebt en daar actief vorm aan geeft. Het leven is echt te kort en te kostbaar om al je levensenergie in anderen te steken en tegelijkertijd redelijk kansloos te proberen jezelf tevreden te stellen met de ‘left-overs’.

Tot slot

Etiketten zoals ‘gever’ en ‘nemer’ zijn handig als je probeert te snappen hoe dingen in elkaar zitten en zo probeert te groeien. Voor het overige doen etiketten altijd onrecht aan wie iemand in zijn geheel is. Bovendien is een ‘nemer’ in de ene relatie misschien wel weer een ‘gever’ in een andere relatie.

Weersta daarom de verleiding om de ‘gever’ als goed te beoordelen en de ‘nemer’ als fout. De ‘nemer’ is niet de enige die de balans tussen geven en nemen bepaalt. De ‘gever’ heeft hier net zo goed een aandeel in en vaak is dat aandeel precies even groot als het aandeel van de ‘nemer’.

Iets geven aan iemand die niet heeft leren nemen (of iets aannemen terwijl je niet kunt ontvangen) is namelijk net zo lastig als iets willen nemen van iemand die je dit niet wil (of kan) geven. Geloof me, ik heb het met veel vallen en gelukkig ook met veel opstaan uitgeprobeerd.

Concluderend kunnen we denk ik wel stellen dat alleen geven waarschijnlijk net zo ongezond is als alleen nemen. De waarde zit hem in de balans. Of misschien zelfs wel in onze zoektocht naar deze balans en alles wat we tijdens deze compleet fascinerende zoektocht ervaren en leren.

Ik denk dat ik maar eens met vakantie ga naar de Rode Zee met die heerlijke man van me.

© 2018 Mariëlle Borst 

Reageren op dit blog? Stuur me gerust een mailtje via marielle@oerpad.com!

De ‘twee-eiige eenling’ als symbiotisch rolmodel

Herken je dit?

Als je met iemand uit eten gaat zal je voordat je zelf iets bestelt altijd vragen: “Wat neem jij?”. Iets vergelijkbaars gebeurt er als er plannen gesmeed moeten worden voor het weekend of voor een vakantie. Je stelt liever de vraag “Waar heb jij zin in?”, dan zelf met een voorstel te komen. Wat er gaat gebeuren laat jij namelijk regelmatig van iemand anders afhangen. Ten eerste, omdat je niet zo goed (meer) rechtstreeks kunt voelen wat je zelf wil. Ten tweede heb jij bij het aangaan van iets nieuws altijd behoefte aan de (liefst expliciete) toe- dan wel instemming van de ander. Ten derde maakt het risico iets voor te stellen waar de ander geen zin in heeft jou op voorhand al onzeker. Een verschil in beleving of in opvatting tast voor jouw gevoel namelijk direct de veiligheid van het ‘samen-zijn’ en vooral ook van het ‘samen-blijven’ aan.

Aanpassen en onderhuids moeilijk doen tegelijk

Als de ander met iets komt waar jij zelf niet zo op zit te wachten, heb je primair de neiging om toch met het plan van de ander mee te gaan, maar secundair om onderhuids en indirect chagrijn uit te stralen of met vage bezwaren te komen. Het lukt meestal niet om op een volwassen, duidelijke manier aan te geven wat jij wil, omdat je daar pas goed contact mee kunt krijgen als de ander weer uit beeld is. Omdat rechtstreeks ‘nee’ zeggen zonder een uitgebreide toelichting te geven zo ongeveer het laatste is wat jij zou doen, pak je jouw verzet tegen het plan van de ander zo verhuld aan, dat de ander soms niet eens merkt dat jij het graag anders zou willen. Sterker nog, soms heb je zelf ook niet in de gaten dat je met jouw gedrag tegelijkertijd ‘ja’ en ‘nee’ aan het zeggen bent.

WEL weten wat je NIET wilt, NIET weten wat je WEL wilt

Aangeven wat je wil is ook knap lastig als je op de een of andere manier veel beter weet wat je niet wil dan wat je wel wil. Weet je wel wat je wil, dan raak je meestal het contact hiermee kwijt zodra er iemand voor je staat die iets anders wil. Verder voelt het voor jou al snel alsof er een verbod rust op wat jij wil. Alsof wat jij wil standaard iets is dat niet kan, niet mag of ten koste gaat van de ander. Jij voelt je daar vervolgens dusdanig angstig of schuldig over, dat inleveren wat je zelf wil negen van de tien keer veel gemakkelijker voor je is dan doen wat je zelf wil, maar dan dus ook met de gratis bijgeleverde portie angst en schuldgevoel moeten leven.

Verloren in de aanpassing

Zo gaat wat jij wil keer op keer verloren in de aanpassing en krijgt het dus met name ondergronds en indirect een plek. Hierdoor wordt het, zowel voor jezelf als voor ieder ander, op den duur steeds lastiger om rechtstreeks in het vizier te krijgen wat jij wil. Als je naar binnen keert om te kijken wat je wil tref je daar vaak leegte en verwarring aan. Aangezien weten wat je wil en daar naar handelen de kern is van richting en vorm geven aan je eigen leven, levert dit jou, zowel in je werk als in je relaties, een grote handicap op. Soms weet je halverwege je loopbaan bijvoorbeeld nog steeds niet wat je ‘later’ wil worden. Je mist immers de regie van binnenuit. Ook lijd je door het ontbreken van een basis in jezelf aan een gebrek aan stevigheid en draagkracht. Je valt snel om.

Wat zeurt die ander nou?

Naar anderen toe ben jij je meestal maar gedeeltelijk bewust van de regelmaat waarmee jij dubbele signalen afgeeft. Ook besef je oprecht niet hoe onbetrouwbaar en lastig het voor een ander kan zijn dat het niet duidelijk is wat jij wil en wat jij nodig hebt. Waar de ander, omdat hij in jouw respons eigenlijk voornamelijk de reflectie van zichzelf ziet, zich op den duur geïrriteerd, onrustig, benauwd, onzeker of verveeld gaat afvragen wie hij nou toch tegenover zich heeft, zie jij jezelf vooral als een uitermate welwillend en loyaal iemand die anderen tot steun is en die zich voortdurend loopt aan te passen, dus wat zeurt die ander nou?

Liever de sociale kameleon dan de confrontatie

Jij steunt anderen inderdaad trouw door naast of achter iemand te blijven staan en daar eindeloos een helpende hand te bieden, begrip te tonen en mee te denken. De veiligheid van de vereenzelviging met de positie van de ander opgeven door pal tegenover iemand te gaan staan en daar een grens te trekken of een heel ander standpunt in te nemen is op zijn zachtst gezegd niet echt jouw sterkste kant. Als jij met iemand samen bent heb jij namelijk de ‘sociale kameleonachtige’ neiging om de wereld vanuit het gezichtspunt van de ander te bezien, te doen wat de ander wil doen, te praten over waar de ander over wil praten en leuk te vinden wat de ander leuk vindt.

Samenvallen is iets anders dan steunen en aanpassen

Dit gedrag label jij zelf als steunen en aanpassen. Maar als je wat dieper in de materie kijkt, is een onbewuste en kindgerelateerde neiging om veiligheid te zoeken door te proberen volledig met een ander samen te vallen, toch iets anders dan een volledig bewuste, volwassen en vooral ook autonome keuze om een ander te steunen of je aan te passen. Dit verschil verklaart waarom iemand anders jouw steun en jouw manier van aanpassen soms compleet anders beleeft en waardeert dan jij verwacht.

Jouw steun wordt voor jouw gevoel ondergewaardeerd

Waar jij verwacht dat de ander je dankbaar is en het wel makkelijk vindt dat jij je steeds zo geruisloos aanpast en continu een helpende hand biedt, wordt de ander soms juist onrustig van het feit dat jij steeds zo in zijn of haar energieveld verkeert en je daar met name op problemen richt. De ander heeft er in zo’n geval veel meer behoefte aan dat jij de neiging om alles op te willen lossen laat varen en op jezelf gaat staan, kleur bekent, grenzen aangeeft, duidelijkheid biedt en de boel van nieuwe energie, perspectieven en tegengas voorziet door met geheel eigen wensen, ideeën en initiatieven te komen.

Je eigen plek niet innemen

Doe je dat niet, dan ervaart de ander tegenover zich steeds een soort vacuüm, omdat jij daar je eigen plek niet inneemt. Mensen die dit niet erg vinden zijn over het algemeen narcistisch, egoïstisch, dominant, gemakzuchtig, problematisch, eenzaam of extreem hulpbehoevend, dus kijk vooral eens kritisch naar de mensen om je heen. Neem van mij aan dat loyaal zijn aan een ander pas echt waarde(ring) krijgt als je ook trouw bent aan jezelf. Een ander voelt het feilloos aan als je jezelf uitlevert zonder ook maar iets voor jezelf te vragen. De een zal dit prettig vinden, omdat hij of zij vooral behoefte heeft aan zichzelf en de ander zal dit onprettig vinden, omdat hij of zij juist behoefte heeft aan jou.

Voorgeschiedenis

Als kind had je het gevoel dat je vader of moeder (vaak door ziekte, onverwerkte rouw of relatieproblemen) zonder jouw hulp niet gelukkig kon worden of het misschien (fysiek of psychisch) zelfs wel niet zou overleven. Daarom zag jij het gelukkig maken van je vader of moeder als jouw persoonlijke verantwoordelijkheid. Dit maakte het van het begin af aan al onmogelijk om je zonder angst- of schuldgevoelens van je ouder(s) los te maken en een opzichzelfstaand individu met een eigen wil, eigen behoeften en eigen grenzen te worden. Doordat de beweging naar jezelf uitbleef, raakte je verstrikt in een te nauwe ouder-kind relatie en bleef je als het ware gevangen in het energieveld van je ouder(s). Dit uitte zich vroeger in een relatie waarin jullie ‘boven op elkaar’ zaten en er dus ook te weinig ruimte was om jezelf apart van de ander te ervaren.

Ik kan jou redden

Toch was het vaak ook fijn om op zo’n speciale manier bij elkaar te horen en in jullie eigen ‘coconnetje’ samen één te zijn. Jullie vormden zo een succesvol front tegen de per definitie onveilige buitenwereld, die overigens vaak ook de andere ouder behelsde. De magische gedachte dat jij zo speciaal was dat alleen jij je vader of moeder kon redden werkte zo diep, krachtig en motiverend door in jouw nog optimistische kinderziel, dat je onbewust jouw eigen behoefte aan autonomie en aandacht opofferde. Het opvullen van de gaten in het familiesysteem en alles oplossen wat los en vast zat werd het hoogste doel in jouw leven. Zonder dat geen bestaansrecht. Zonder dat geen liefde voor jou.

Fusie of Ruzie

Eenmaal volwassen bleek de prijs te hoog en het doel te hoog gegrepen. Het feit dat er vroeger continu wat aan de hand was dat groter was dan je vader of moeder zelf kon dragen, tastte jouw onbevangenheid en basisvertrouwen in het leven aan. Dit maakte jou als kind al angstig, maar omdat de emotionele ruimte te klein was voor jullie allebei schoven de gevoelswereld, de wil en de noden van je ouder(s) echter keer op keer over jouw gevoelens heen, waardoor jouw angst vaak pas op latere leeftijd naar buiten kon komen. Als jij als kind door een chronisch gebrek aan aandacht en eigen ‘heilige’ ruimte bij wijze van uitzondering eens tegen deze noodgedwongen emotionele fusie in verzet kwam, werd het ruzie en die verloor jij.

Plan B

Plan B werd het continu afstemmen op de problemen en de stemming van de ander en het standaard onderdrukken van je eigen boosheid over het opgeven van je eigen noden en wensen. Het eerste maakte dat het beginpunt van jouw gedrag buiten jezelf kwam te liggen en het tweede maakte dat je afgesloten raakte van de meest natuurlijke impuls tot afbakening die er maar is: agressie. Zo raakte je verwijderd van je eigen kern en leerde je dat een eigen wil er op na houden alleen maar pijn en gedoe geeft.

Angst, schuld en zelfsabotage

En dus ruilde jij je eigen wil in voor die van een ander. Vroeger voor die van je ouders en aangezien jong geleerd oud gedaan helaas ook geldt voor dit soort dingen, later ook voor de rest van je omgeving. Ook nu roept ieder wilsbesluit en iedere vorm van individuatie nog steeds angst (om uit de eenheid van de relatie verstoten te worden), schuld (dat je de ander in de steek laat, terwijl hij of zij jouw hulp nodig heeft of omdat jij jouw eigen wensen een keer boven die van de ander stelt) en zelfsabotage (omdat voor jezelf kiezen altijd al taboe was) bij je op. Pas als je dit bewust leert te verduren en ondanks alles toch een stap vooruit durft te doen kan je verder groeien.

Relatie

In een liefdesrelatie of in een innige vriendschap komt jouw jarenlange training in het laten varen van iedere vorm van afbakening en zoveel mogelijk met een ander samen te vallen maximaal naar voren. Jij voelt je het meest ontspannen als jullie alles met elkaar kunnen delen en elkaar ook in alles feilloos kunnen zien, vertrouwen en aanvoelen. Zolang je samen met de ander een eenheid kunt vormen komt deze relatieconstructie jou namelijk bekend en dus vertrouwd voor. En daarom streef je er, tegen alle energetische wetten in, continu naar om de onvermijdelijke verschillen tussen jullie op te heffen om vervolgens zo snel mogelijk weer helemaal één te kunnen zijn.

Jut en Jul en Bison Kit

De buitenwereld ziet jullie meestal als een innig verstrengeld ‘Jut en Jul’ achtig stel dat op zijn best een ietwat zonderlinge aversie heeft tegen de buitenwereld, maar ongetwijfeld samen zielsgelukkig is. Op zijn slechtst worden jullie bezien als een door net iets te kleffe Bison Kit aaneengesmeed duo waarbinnen het woord ‘ik’ op tragische wijze verloren is gegaan. Ook ervaart de buitenwereld vaak dat de ene partner vrij geruisloos voor de andere schuift als er eens behoefte is om contact te hebben met één van de twee.

Symbiose boven autonomie

Waar de meeste mensen in een relatie zowel naar symbiose als naar autonomie verlangen, verlang jij eigenlijk voornamelijk naar symbiose. De zijnstoestand van samen één zie jij dan ook het liefste zo vaak en zo snel mogelijk bevestigd in de woorden en het gedrag van de ander: “ik hou van jou – ik ook van jou”, “ik wil graag dit – wat fijn dat jij dat nou ook net nu wilt”, “drie kusemoticonnetjes voor mij – drie kusemoticonnetjes voor jou”. Deze zichzelf spiegelende ritmiek laat zien hoe groot de behoefte is om jullie eenheid steeds opnieuw bevestigd te krijgen. De wereld buiten de eenheid is, vanuit de symbiose bezien, immers onveilig.

Wat als je plots op jezelf komt te staan?

Voor je partner kan jouw behoefte aan bevestiging voelen alsof hij of zij iedere keer opnieuw moet bewijzen dat er van jou gehouden wordt. Alsof jij ergens altijd verwacht dat hij of zij jou op een dag toch gaat verlaten en jij daardoor alvast steevast alert bent op bewijs hiervoor. De onderliggende angst is niet door een ander weg te nemen, want als jouw ankerpunt je hele leven al bij iemand anders heeft gelegen, wat moet je dan in hemelsnaam doen als je plotseling op jezelf komt te staan? Het enige dat helpt is om zelf het antwoord op deze vraag te gaan ontdekken en te gaan ervaren.

Vager dan David Lynch

Omdat jij de grens tussen jou en de ander als een obstakel ziet en deze dus liever laat vervloeien, is de grens tussen jou en de ander vele malen vager dan de (overigens zeer door mij gewaardeerde) films van David Lynch. Er is voortdurend verwarring over waar jij ophoudt en de ander begint, over wie wat voelt, wat precies bij wie hoort en over wie waar verantwoordelijk voor is. Waar jullie van elkaar verschillen zit meestal een enorme blinde vlek.

Van gebrek aan afbakening tot heftige separatie

Als deze dynamieken binnen een relatie de overhand krijgen, is dit een signaal dat de gezonde tussenruimte die nodig is om goed te kunnen blijven functioneren voor minimaal één van jullie te klein is geworden of zelfs helemaal ontbreekt. Dit vraagt om het stellen en handhaven van gezonde grenzen. Komt deze afbakening er niet of niet op tijd, dan slaat de symbiose over het algemeen plotseling om in een heftige separatie. Wat langdurig te dicht op elkaar heeft gezeten, lijkt helaas alleen met een harde knal gescheiden te kunnen worden. Hoe pijnlijk ook: deze knal herstelt de natuurlijke ordening door je de kans te geven om één te worden met jezelf in plaats van vruchteloze en energievretende pogingen te blijven doen om het te worden met een ander.

Gepersonaliseerde tatoeage

In het onwaarschijnlijke geval dat je op een dag iemand tegenkomt die jou ter plekke zou dwingen een passende tekst op je voorhoofd te laten tatoeëren, zouden de teksten “Wat vind jij?”, “Ik ook van jou”, “Samen” of “Het is mijn verantwoordelijkheid om jou te redden” goede opties zijn.

De boel buiten jezelf plaatsen

Als bewustwording over de symbiotische thematiek die in jouw leven speelt uitblijft, gaat het grootste deel van jouw zijn verloren in aanpassing. Dat klinkt misschien wat al te dramatisch, maar je hele leven lang proberen om een lang geleden verloren eenheid te herstellen zonder daar ooit in te kunnen slagen, is een gegeven waarbij niemand zijn ogen droog zou moeten kunnen houden.

Bijzondere talenten

Daarom is het zaak om alle bijzondere talenten die jij gedurende jouw levensloop hebt ontwikkeld (jouw uiterst gevoelige, aan helderziendheid grenzende waarneming, jouw instinctieve en liefdevolle vermogen om te weten waar de pijn zit, weten wat er nodig is om tot heelheid te komen, dwarsverbanden zien die ieder ander ontgaan, je feilloos in een ander kunnen verplaatsen) nu eens in te zetten ten behoeve van jezelf. Ook jij hebt namelijk het volste recht om van jezelf te zijn en van niemand anders.

De hand in eigen boezem steken

Probeer er eens op te letten hoe vaak jij in het contact met anderen jouw aandacht en energie steekt in het oplossen van hun problemen. Stop daar onmiddellijk mee en steek de tijd die vrijkomt in jezelf of in iets luchtigs. Zo doorbreek je jouw identificatie met de drama’s en de problemen van anderen. Leer dat je niet alles wat jij in relatie tot de ander voelt en waarneemt hoeft uit te spreken. Weet dat het ook onuitgesproken van waarde is dat jij in staat bent om echt te zien wat er in het leven van de ander speelt. Spreek het pas uit als de ander je daar expliciet om vraagt. Zo wordt jouw input niet meer als iets vanzelfsprekends beschouwd en blijft de verantwoordelijkheid voor het oplossen van het probleem waar hij hoort: bij de ander.

Je kunt een ander niet redden

Laat het voor eens en voor altijd tot in het diepst van je ziel tot je doordringen dat je een ander niet kunt redden, hoezeer je dat misschien ook zou willen. Besef dat het ondanks al jouw jarenlange en liefdevolle pogingen niet gelukt is om je ouder(s) te redden en verwerk de rouw en het verdriet die daarbij naar boven komen. Zo kom je uit het symbiotische energieveld dat je met die ene ouder deelde en zie je niet alleen de andere ouder, maar vooral ook jezelf weer in beeld verschijnen.

Afbakening, onderscheid en grenzen als medicijn

Dit maakt de ruimte vrij om voortaan onderscheid te kunnen maken tussen jouw eigen levensopgave en die van een ander en daar vooral ook naar te handelen. Nu je op weg bent naar jezelf in plaats van naar de ander, transformeert jouw vroegere gerichtheid op het zo snel mogelijk opheffen van afbakening, onderscheid en grenzen in het effectief toepassen van deze krachten. Zo vind je jouw eigen antwoorden in plaats van die van een ander. Je staat op eigen benen en ervaart voor het eerst je eigen (levens)kracht. Je zoekt de eenheid niet langer oeverloos buiten jezelf, maar vind hem in jezelf: je bent JEZELF en je bent VRIJ!

© 2018 Mariëlle Borst

Meer lezen of een afspraak maken? Lees mijn andere blogs via deze website of mail me via marielle@oerpad.com. Je bent van harte welkom!

N.B. De symbiotische karakterstructuur werd in 1994 voor het eerst beschreven door Stephen Johnson in zijn boek “Character Styles”. Later werd deze structuur ook uitgebreid beschreven door Wibe Veenbaas, Joke Goudswaard en Henne Arnolt Verschuren in het boek “De Maskermaker”.

De held als psychopathisch rolmodel

Herken je dit?

Jij hebt het vermogen om bij binnenkomst de ruimte te vullen met alleen al je aanwezigheid. Zelfs als mensen je nog nooit eerder meegemaakt hebben val jij direct op. Het is voor iedereen in één klap duidelijk dat er met jou niet te sollen valt en dat jij een factor bent om terdege rekening mee te houden. Alleen al door er te zijn straal jij macht dan wel kracht uit. Het charismatische en energieke aspect van jouw uitstraling roept bij anderen over het algemeen bewondering en fascinatie (of jaloezie) op, terwijl jouw ‘machtsaura’ je iets hards en ontoegankelijks geeft, wat bij anderen angst en het gevoel naast jou opeens een stuk kleiner te worden kan oproepen.

‘Quick scan’ op macht

Vanuit jouw gezichtspunt bezien, weet je maximaal vijf seconden na binnenkomst al wie van de aanwezigen jij moeiteloos de baas kunt en met wie je, onderweg naar ditzelfde eindresultaat, nog een appeltje te schillen krijgt. Vervolgens beslis je in een oogwenk wie jij wel en niet de moeite waard vindt om contact mee te leggen. Mocht je daarna nog wat tijd over hebben, dan breng je voor jezelf graag nog even in kaart hoe het is gesteld met de onderlinge machtsverhoudingen in deze groep. Deze ‘quick scan’ op macht is voor jou zo gewoon, dat het je eigenlijk niet eens meer opvalt dat je dit doet.

Favoriete plaats: overzicht en niemand achter je

Vervolgens ga je zitten op een plek waar niemand achter jou kan gaan zitten, zodat jij de boel goed kunt overzien en niets of niemand zich aan jouw scherpe en immer alerte blikveld kan onttrekken. Op straat gebeurt er iets vergelijkbaars als mensen net iets te dicht achter je gaan lopen. Je houdt ze ‘achterwaarts’ in de gaten met het extra setje ogen dat jij speciaal voor dit doeleinde in je rug hebt ontwikkeld of stapt even opzij, zodat jij vervolgens achter hén kunt gaan lopen.

Structureel wantrouwen

Wat er achter jouw rug gebeurt vertrouw jij namelijk per definitie niet, zowel letterlijk als figuurlijk niet. Het is alsof jij richting (alle) anderen altijd alert bent op leugens of andere kwaadwillendheid. In jouw belevingswereld is namelijk niemand voor de volle honderd procent te vertrouwen en daarom blijf jij (ook als je onder intimi bent) altijd opletten. Je gaat er eigenlijk per definitie al vanuit dat jouw vertrouwen vroeger of later beschaamd zal gaan worden. Als iemand onbetrouwbaar is, heb jij dat dus ook vrijwel altijd direct in de gaten. Hoewel jij iets als een zesde zintuig meestal grote onzin vindt, heb je er dus wel één: voor leugens, manipulatie en alle andere vormen van onwaarachtigheid.

Werk

Op je werk blink je uit door overzicht, structuur en focus aan te kunnen brengen in welke situatie dan ook. Verder ben je meestal een ware kampioen in scenariodenken. In lastige, complexe situaties ben jij vaak degene die bereid is om de knoop door te hakken en ook de moeilijke beslissingen die genomen moeten worden te nemen. Het ontbreekt jou namelijk niet aan moed en je weet ook precies wanneer je actie moet ondernemen en wanneer niet. Jouw onderscheidend vermogen is net een ‘razor-blade’ wat als jij in goede doen bent scherp is en als jij in slechte doen bent snijdend.

Macht, status en een hoog inkomen

Al deze krachtige kwaliteiten maken jou uitermate geschikt voor een leidinggevende functie. Macht, status en een hoog inkomen zijn zaken die jou hierbij zeer aanspreken, want niks is lekkerder dan vanuit een stevige positie aan je eigen koninkrijk bouwen. Je ‘onderdanen’ zijn onder te verdelen in twee categorieën waar meestal vrij weinig tussen zit: óf ze adoreren je óf ze vrezen je.

Autoriteit

Met mensen die jou de baas zijn of die letterlijk jouw baas zijn, heb jij eigenlijk per definitie moeite. Zeker als ze ook echt de baas over jou willen spelen en jou daardoor niet op ware grootte en vrij laten functioneren. Als een autoriteitsfiguur zich richting jou wat al te autoritair of onbetrouwbaar heeft gedragen of volgens jou eigenlijk op de plek zit waar jij beter had kunnen zitten, zin jij bewust of onbewust op wraak. Je daagt de ander uit. Gaat de strijd aan. Stelt je uitermate kritisch op of maakt in de vorm van een onverwachte grap een gezagsondermijnende opmerking die de ander ontregelt, zonder dat de ander snapt waarom. In jou leeft altijd het verlangen met zo’n soort baas te breken, dus als jij van baan wisselt, wissel je meestal eigenlijk van baas. Eigenlijk ben jij het liefste je eigen baas.

Door het vuur

Een hiërarchische baas boven jou werkt eigenlijk alleen maar als de persoon in kwestie in jouw ogen duidelijk nog een formaatje groter is dan jij. Het moet tevens iemand zijn die voor jouw gevoel door en door integer is en die jou de benodigde rugdekking geeft als dat nodig is. Bij zulke bazen ken jij feilloos je plek. Je ervaart steun, duidelijkheid en vertrouwen en dat maakt dat je voor hen door het vuur wilt gaan. Net zoals mensen die voor jou werken overigens ook vaak voor jou door het vuur willen gaan, want jij bent in staat een enorme loyaliteit bij mensen op te roepen.

Onweerstaanbaar in control

Met jouw charismatische, joviale en verleidelijke kant weet je mensen voor je te winnen, terwijl je ondertussen tóch de controle houdt. Met redelijk onweerstaanbare humor, een flinke dosis intelligentie en uitermate goed geplaatste en gedoseerde complimenten creëer je feilloos een gevoel van ‘oude jongens krentenbrood’ en nabijheid, terwijl de snelheid van jouw geest je ervan verzekert dat je met jouw snedige replieken met gemak de ander(en) kunt blijven overtroeven.

Corrigerende tik

Als degene tegenover je tijdens deze ogenschijnlijke nabijheid de onderlinge verhouding uit het oog verliest, wat al te bijdehand wordt of jou per ongeluk wat al te na komt, ben jij degene die schijnbaar uit het niets een ‘corrigerende tik’ uitdeelt in de vorm van een ietwat vileine dan wel ronduit botte slotopmerking. Dit is voor de ander meestal het moment om geschrokken (en gekwetst) het hoofd te buigen en de arena te verlaten. Jij hebt gewonnen, maar er is (net zoals toen jij als kind je onbevangenheid verloor) ook iets verloren gegaan…

Vriendschap

Contact met jou wordt niet zo gauw persoonlijk, althans niet als het over jou gaat. Als het contact wel persoonlijk wordt, doet de ander er verstandig aan om dit niet al te expliciet of te vaak te benoemen. Jouw vertrouwen is een uitermate zeldzaam en groot cadeau, dat het beste in gepaste stilte aanvaard kan worden. Geen woorden, maar daden.

Omdat jij een uitermate autonoom persoon bent die graag op zichzelf en op eigen terrein staat, heb je de neiging om je alleen op jouw voorwaarden met anderen te willen verbinden. Lukt dit niet, dan verbreek je vrij rücksichtslos de vriendschap of je laat gewoon nooit meer wat van je horen. Je bent gewend aan een leven met breuklijnen.

Contactpogingen van mensen die een beroep op jou willen doen, voelen bij jou al gauw als een aanslag op jouw vrijheid. Andersom zal jij namelijk niet zo snel (lees: nooit) een beroep op de ander doen, ook niet als het goede vrienden zijn. Je hebt namelijk van jongs af aan geleerd om alleen maar op jezelf te vertrouwen.

Relatiepatroon A: Rots in de branding en Redder in nood

Zowel in een vriendschap als in een relatie beschouw jij jezelf doorgaans als de meerdere, waardoor het makkelijk kan gebeuren dat jij in het begin van de relatie als rots in de branding en redder in nood fungeert, terwijl je partner later het gevoel krijgt naast jou steeds minder zelfstandig en alsmaar kleiner en kleiner te worden. Dit patroon is moeilijk recht te trekken, want er moet heel wat water door de zee alvorens jij zult beseffen en toegeven dat jij degene naast je ook nodig hebt. Jij gelooft ten onrechte dat je je kracht aan de ander kwijt zult raken als jij je hart opent en je bloot geeft. Jouw meer kwetsbare en zachtere kanten raken hierdoor in een relatie al gauw onderbelicht, zowel voor jezelf als voor de ander.

Relatiepatroon B: Twee kapiteins op één schip

Als je een partner hebt uitgekozen die wat meer aan je gewaagd is, ontstaat er tussen jullie al gauw een ‘twee-kapiteins-op-één-schip’ achtige machtstrijd, waarbij voor eens en voor altijd uitgevochten moet worden wie er in de spotlights mag staan en wiens wil er thuis nou eigenlijk wet is. Dit geeft het gevoel continu tegen elkaar te moeten opboksen en dat kost bakken met energie. Aangezien jij jouw manier als de beste c.q. de enige manier beschouwt en niet geneigd bent om je op wat voor manier dan ook aan te passen of je eigen ongelijk toe te geven, kan deze strijd een vrij eindeloos en daarmee uitzichtloos karakter krijgen. De ander kan eigenlijk alleen nog kiezen uit de opties slikken, stikken en met enorme bonje het tweekoppige schip verlaten.

In beide relatiescenario’s missen, zowel jij als je partner, de zichzelf steeds weer vernieuwende en wonderlijke toegevoegde waarde en warmte van elkaar open, onbevangen en op ooghoogte ontmoeten. Dat is jammer, want je leeft tenslotte maar één keer. Overgave, dichter bij je eigen gevoel gaan leven en opnieuw leren vertrouwen vormen hierin de enige remedie.

Houvast zoeken bij je denkbeelden, niet bij wat zich aandient in het moment zelf

In plaats van je via je hart en je gevoel met een open vizier tot de ander te verhouden, verhoud jij je veelal tot de ander via de door jouw gecreëerde machtsstructuur en de denkbeelden die jij over de ander hebt ontwikkeld. Hoe meer de relatie thema’s bij jou naar boven brengt waar jij geen controle over hebt, hoe fanatieker jij op deze manier houvast zoekt.

Gehaktmolen

Een gesprek over een lastig thema krijgt daarom meer iets van het op de ander afvuren van jouw denkbeelden (of van een gehaktmolen) dan van een open en gelijkwaardige dialoog waar ruimte is voor gevoel en kwetsbaarheid. Omdat jouw eigen denkbeelden en jouw behoefte aan controle in zo’n gesprek de boventoon vormen, staat de uitkomst van te voren eigenlijk al vast. Je begint bij jouw denkbeelden en je eindigt bij jouw denkbeelden en daartussenin laat je het niet na om een paar flinke laag-bij-de-grondse rotopmerkingen te maken.

Vechten zonder werkelijk contact te leggen

De ander voelt zich hierdoor onontkoombaar (en met geweld) ‘in jouw mal gedrukt’ . Zelfs als de ander het oprecht niet eens is met jouw denkbeelden en in verzet komt, voelt het als onmogelijk om de door jou gefixeerde uitkomst op wat voor manier dan ook te beïnvloeden. De ander voelt zich door jou geminacht en buitenspel gezet en krijgt het gevoel van jou alleen nog maar als voorbijgaande figurant op jouw strijdtoneel te mogen fungeren. Je vecht met de ander zonder werkelijk contact te leggen.

Het zwaard laten zakken of doorstrijden tot het stuk is

Het gevaar van vechten zonder werkelijk contact te leggen is, dat je niet aanvoelt wanneer het tijd is om het zwaard te laten zakken en vervolgens net zolang doorstrijdt tot het stuk is. In dit uitermate tragische scenario valt de held(in) tijdens het slot van het drama in zijn of haar eigen zwaard en raakt zo dodelijk gewond.

Gepersonaliseerde tatoeage

In het onwaarschijnlijke geval dat je op een dag iemand tegenkomt die jou ter plekke zou dwingen een passende tekst op je voorhoofd te laten tatoeëren, zouden de teksten ‘Ik ben de baas’, ‘Als je te dichtbij komt krijg je een tik’, ‘Jij kunt mij niet kwetsen, maar ik jou wel’ of ‘Kom me niet te na’ goede opties zijn.

Voorgeschiedenis

Een psychopathische karakterstructuur ontwikkelt zich onder andere als je als kind al veel te jong je ouders volledig de baas was. Je plaatste jezelf daardoor als kind al boven je ouders, maar betaalde de prijs van niet meer hun kind kunnen zijn en dus niemand meer achter jouw rug te voelen. Het minachten van autoriteiten en jezelf ten opzichte van de ander groter maken werd zo aan het begin van je leven al ‘gewoon’.

Het kan ook zijn dat je ouders consequent hogere eisen aan je stelden dan jij kon waarmaken, waardoor je als het ware steeds gedwongen werd om over je eigen gevoelens heen te bewegen om toch maar aan al die verwachtingen te kunnen voldoen. Zo leerde je om je los te koppelen van je eigen gevoel en je vervolgens (zonder stevige bodem in jezelf) veel groter en sterker voor te doen dan je feitelijk bent. Ergens moet jij van jezelf nog steeds direct alles kunnen, zelfs nog voordat je het geleerd hebt.

Tenslotte kan het ook zijn dat je ouders het basisvertrouwen dat jij als kind had ernstig hebben beschaamd door je te vernederen, belachelijk te maken, te verraden of ronduit in de steek te laten. Doordat de mensen die jou zouden moeten beschermen consequent ook de mensen waren die jou het meeste pijn deden, leerde je ‘the hard way’ om op niemand anders te vertrouwen dan op jezelf.

De boel buiten jezelf plaatsen

Als je de dynamieken die bij deze structuur horen buiten jezelf plaatst, loop je het risico dat wantrouwen en het gevoel alleen op jezelf terug te kunnen vallen je hele leven lang de boventoon blijven voeren en dat maakt uiteindelijk zeer eenzaam. Door structureel de bovenpositie te kiezen mis je de liefde die ontstaat als twee mensen elkaar keer op keer open en op ooghoogte ontmoeten. Zonder die liefde zal je nooit weten hoe het is om een ander mens blindelings te vertrouwen en bij die gedachte alleen al zou niemand zijn ogen droog moeten kunnen houden.

Als je (je) niet kunt (toe)vertrouwen mis je de geborgenheid van het ingebed zijn in een groter geheel en dat is belangrijker dan je denkt. Niemand is sterk genoeg om het hele leven en alles wat daarbij komt kijken helemaal alleen te dragen, zonder ooit het gevoel te hebben zelf ook gedragen te worden. Iemand die altijd alles alleen moet doen raakt vroeger of later in een kramp die ontstaat vanuit een overmatige behoefte aan controle. Als er niets of niemand is om op terug te vallen, mag er immers niets mis gaan….

De hand in eigen boezem steken

Als je onder ogen wilt zien dat (een deel van) wat hier beschreven staat ook over jou gaat, ontstaat de mogelijkheid om in een andere werkelijkheid te stappen.

Een werkelijkheid waarin jij de alleenheerschappij van jouw altijd maar doordenkende en op controle gerichte geest verbindt met de kracht van je gevoel en met wat er werkelijk diep van binnen bij jou leeft. Een werkelijkheid waarin jij je niet langer groter maakt dan je bent en je in jezelf dus ook niet meer over gevoelens van angst of spanning heen hoeft te walsen. Zo creëer je bedding in je zelf.

Een werkelijkheid waar de voorwaarde om altijd maar te moeten presteren wordt vervangen door er onvoorwaardelijk te mogen zijn, ook als je een keer iets niet weet of het spannend vindt om iets aan te gaan. Een werkelijkheid waarin jij stap voor stap leert hoe je tot vertrouwen en overgave kunt komen, zodat je de kracht en rugdekking van onvoorwaardelijke liefde leert kennen. Zo creëer je bedding in het grotere geheel.

Nu de held zich ook kan laten dragen is zijn draagkracht groter dan ooit tevoren. Het woord groot dekt niet meer de lading, maar het woord groots des te meer.

“Val jij nooit om? vroeg de eekhoorn toen hij de reiger op één been in het riet zag staan. Nee, zei de reiger. Ik kan niet omvallen. Heb je het wel eens geprobeerd? vroeg de eekhoorn. Ja, heel vaak, zei de reiger. Maar ik kan het niet. Volgens mij kan iedereen omvallen, zei de eekhoorn. Maar ik niet, zei de reiger. Even was het stil en toen zei de eekhoorn zachtjes: Ik weet zéker dat je kunt omvallen.” Uit: Misschien wisten zij alles van Toon Tellegen

© 2018 Mariëlle Borst
N.B. Met dank aan alle leerervaringen die ik tijdens de ITIP opleiding heb kunnen opdoen met de karakterstructuren die oorspronkelijk gebaseerd zijn op het werk van Wilhelm Reich, Alexander Lowen en John Pierrakos.

Narcissus als rigide rolmodel


Herken je dit?

Het gebeurt regelmatig dat jij in gezelschap onwillekeurig voor jezelf in kaart brengt wie van jullie de meest succesvolle, de slimste, de sterkste, de snelste, de rijkste, de beste, de fitste, de mooiste, de slankste, de best geklede, de ‘wat-jij-dan-ook-maar-belangrijk-vindt’ is. Omdat jij dit soort superlatieven graag en vaak op eigen conto schrijft, brengt iemand die prestatietechnisch gezien ook maar enigszins bij jou in de buurt komt jou onmiddellijk in beweging. Een beetje wedijver op niveau voorziet jou namelijk van de drive en de energie om ergens nóg beter in te worden. Er kan er tenslotte maar één de beste zijn.

Het is een wedstrijd

De (impliciet) door jou gekozen tegenstander denkt daar soms overigens heel anders over, want die vraagt zich wel eens enigszins vermoeid af waarom jij toch overal een wedstrijd of een discussie van moet maken. Jij hebt daar zelf totaal geen last van, want jij hebt je oog op de bal en je wilt winnen. Soms op het grote speelveld dat je werk je in dit kader vaak biedt en soms ook op de vierkante centimeter, zoals wie er het snelste kan optrekken, wie er gelijk heeft over een futiel detail of wie er het slankste achterste heeft.

Overal goed in

Eerlijk is eerlijk, jij komt vaak als winnaar uit de bus. Jij behoort namelijk tot de selecte groep mensen die op meerdere terreinen tegelijk uitblinkt. Je ziet er altijd ‘pico bello’ uit, hebt een helder bewustzijn, een goed stel hersens, bent gericht op verbetering, toont initiatief, beschikt over een enorme dosis voorwaarts gerichte energie en weet meestal feilloos wat er moet gebeuren om iets voor elkaar te krijgen. Zelfs een hobby doe jij vaak in ‘no time’ op het niveau van een professional.

De ogen van de buitenwereld

Je ontleent je identiteit en je zelfvertrouwen aan je zakelijke en je financiële positie en ogenschijnlijk heb je privé ook alles voor elkaar. Je vindt het belangrijk dat jouw leven aan de buitenkant reflecteert dat het je voor de wind gaat, omdat dit je voor jouw gevoel minder kwetsbaar maakt voor kritiek van buitenaf. Als je aan alle eisen voldoet kan niemand immers iets op je aanmerken. Dit is iets dat voor jou enorm telt, want op de een of andere manier kijken de ogen van de buitenwereld altijd mee over jouw schouder. Je doet het daarom graag goed in de ogen van de buitenwereld. Zo voel jij je veilig.

Altijd mooi weer

De drang om het naar buiten toe goed voor elkaar te hebben vertaalt zich door in de uitstraling van je huis, je baan, je auto, je spullen, je kleding, je partner en de manier waarop je leeft. Als iemand aan je vraagt hoe het met je gaat staat het antwoord al vast: “goed”. Als iemand je wijst op iets dat niet zo goed gaat, staat het antwoord eigenlijk ook al vast: “komt goed”. Als je hierin doorslaat krijg je onbedoeld een ietwat vlakke en niet altijd even geloofwaardige ‘bij-mij-is-het-altijd-mooi-weer’ uitstraling.

Gepersonaliseerde tatoeage

In het onwaarschijnlijke geval dat je op een dag iemand tegenkomt die jou ter plekke zou dwingen een passende tekst op je voorhoofd te laten tatoeëren, zouden de teksten “Ik heb het goed voor elkaar”, “Met mij is nooit wat aan de hand”, “Ik heb niemand nodig, want ik kan het allemaal zelf” goede opties zijn.

Schaduw

Doordat jij zo gefocust bent op alles dat goed (of beter nog: perfect) moet gaan, hou je jouw slechte eigenschappen, dat wat niet goed gaat, dat wat je niet weet of niet zo goed kunt en dat wat moeilijk, pijnlijk, gênant of kwetsbaar is liever buiten beeld. Soms zelfs voor jezelf, maar zeker ook voor de buitenwereld. Meestal door er over te zwijgen, maar soms ook door er keihard over te liegen (en desnoods ook nog door te liegen over het liegen). Het beeld dat de buitenwereld van jou moet hebben is jou immers heilig. Ironisch genoeg bereik je met dit soort gedrag precies het tegenovergestelde.

Je bent uiterst gevoelig voor kritiek, want dit legt ongewild iets van het deel van jezelf dat jij liever verborgen houdt bloot en confronteert je tevens met de onmogelijkheid om jezelf altijd onder controle te houden en altijd alles goed te doen in de ogen van de buitenwereld.

Onvolmaaktheid

Omdat je dat wat onvolmaakt of misschien zelfs wel gebroken is in jezelf (of in je gezin) geen plek kunt geven, kan je het van anderen ook slecht verdragen. Je kunt er niets mee en beweegt weg of je velt er een opmerkelijk hard oordeel over. Hoe harder je oordeelt, hoe groter je angst voor het kwetsbare in jezelf. Als problemen je niet al te zeer uit je eigen comfortzone of in je irritatiezone brengen, probeer je ze onmiddellijk ‘weg te regelen’ door de boel te analyseren en direct met oplossingen te komen. “Aanpakken” is jouw standaard devies. Jouw blik is immers altijd voorwaarts gericht. Achteruitkijken en stilstaan bij iets dat onvolmaakt is, maakt jou uitermate onrustig en ongedurig.

Ik heb geen hulp nodig

Als je ergens mee zit knobbel je dit van A tot Z zelf uit, want om hulp vragen komt NIET in jouw woordenboek voor. Hulp vragen houdt immers in dat je je kwetsbaar toont en openlijk aangeeft dat je iets niet kunt. ‘Deep down’ verwijt je jezelf op zulke momenten keihard dat er überhaupt iets met je aan de hand is. Falen en kwetsbaarheid zijn in jouw psyche namelijk ten strengste verboden. Hulp nodig hebben roept hierdoor gevoelens op waar je totaal niet mee kunt dealen. Bovendien kan je nog afgewezen worden ook.

Daarom vermijd je tegen elke prijs dat jij in de positie komt waarin jij om hulp moet vragen. Je vertelt hooguit achteraf waar je mee gezeten hebt en dit doe je eigenlijk ook alleen maar als het allemaal goed is afgelopen. Hiermee maak je jezelf onnodig eenzaam en zet je jezelf veel te veel onder druk, waardoor de kans bestaat dat je overbelast raakt.

Voorgeschiedenis

Als kind werd je meer gewaardeerd om goed gedrag dan om wie je was. ‘Hoe het hoorde’ schoof steevast over ‘hoe het voelde’. Zo deden de ogen van de buitenwereld al snel hun intrede in jouw jonge geest en leerde je al heel jong om je gevoelens en je lichamelijke impulsen onder controle te houden om goed voor de dag te kunnen komen richting de buitenwereld.

Toen je in al je kinderlijke onschuld je openlijk bewust begon te worden van je eigen seksualiteit, heb je je mogelijk overweldigd, buitengesloten, afgekeurd of zelfs vernederd gevoeld door één of beide ouders. Voor ouders is het nou eenmaal bijzonder moeilijk om volledig waardevrij te reageren op de ontluikende seksualiteit van je eigen kind.

Volledig onbewust besloot jij toen dat het onverstandig is om de controle te laten varen en je in volle overgave als man of als vrouw aan een ander te tonen. Je zette je lichaam (met name je bekken) en daarmee je vitale levenskracht op slot en besloot om voortaan alleen nog maar sociaal wenselijk gedrag te laten zien.

Het kan ook zijn dat je nog ‘een rekening uit hebt staan’ met de ouder van hetzelfde geslacht. Dit maakt vaak dat je als man onbewust een deel van je eigen mannelijkheid afwijst en dus moeite hebt om volledig naar voren te treden als man of als vrouw onbewust een deel van je eigen vrouwelijkheid afwijst en dus moeite hebt om volledig naar voren te treden als vrouw. Let hierop als de zin “ik wil nooit zo worden als mijn vader c.q. moeder” je net iets al te bekend voorkomt.

Uitstaande rekeningen met ouders (al dan niet van hetzelfde geslacht) vinden het projectietechnisch gezien overigens heerlijk om bij je partner of bij je baas terecht te komen, maar dit terzijde.

Lichamelijk contact

Door jouw voorgeschiedenis is lichamelijk contact voor jou al snel een beladen gebied. Jij hebt immers al heel jong geleerd om het lichamelijke en alles dat van binnen leeft onder controle te houden en vooral niet aan de buitenwereld te laten zien. Dit gaat een stuk makkelijker als zowel de ander als jijzelf fysiek en emotioneel op afstand blijven. Aangeraakt worden is in meerdere opzichten dus niet echt jouw ding. Nog zo’n prettig ding aan werk, want daar is afstand tenminste de norm. Lekker duidelijk. Op dat kleffe gezoen op die vreselijke Nieuwjaarsborrels en verjaardagen na dan…

Seksualiteit

Naast het feit dat lichamelijk contact voor jou al gauw beladen kan zijn, kan jouw voorkeur om je eigen schaduwkanten bij de ander weg te houden er onbewust toe leiden dat je niet alleen je eigen vitale levenskracht op slot zet, maar ook die van je relatie. De prijs die jij en je partner hiervoor betalen is meestal het ontbreken van een levendige seksuele relatie. Controle en afstand staan nou eenmaal haaks op de overgave die een vrije seksuele uitwisseling van je vraagt. De ogen van de buitenwereld die continu over je schouder meekijken zijn overigens (voor de meesten onder ons😉) seksueel ook niet al te stimulerend.

Als seksualiteit in je relatie niet in de schaduw terecht is gekomen vind je het vaak lastig om intimiteit en seksualiteit hand in hand te laten gaan. De lust verdringt dan al snel de intimiteit of de intimiteit verdringt dan al snel de lust. Zo blijft het mogelijk om of emotioneel of fysiek toch nog afstand (en dus controle) te houden.

De boel buiten jezelf plaatsen

Doordat jij fysiek en emotioneel liever op een veilige afstand blijft en het grootste deel van jouw energie gaat zitten in het nastreven van foutloos presteren en van alles te bereiken, ben je geneigd om de problemen die tussen jou en de ander spelen aan de ander toe te schrijven. Als jij van jezelf altijd alles goed moet doen en je daar ook vreselijk toe inspant, is het immers vreselijk moeilijk om te erkennen dat ook jij fouten maakt. Zo plaatst de rigide thematiek de verantwoordelijkheid voor dat wat niet lekker loopt of ronduit mis gaat, dus eigenlijk per definitie buiten zichzelf. Dit kan tot allerlei soorten (relatie)problemen leiden.

Leegte

De afstand die jij creëert kan in het begin nog wel prettig voelen, omdat het je ook aantrekkelijk maakt en iedereen goed zijn of haar eigen gang kan gaan, zonder zich al te kwetsbaar op te stellen. Op den duur maakt dit een relatie echter wat rationeel en vlak en bestaat door die altijd maar drukke agenda de kans dat je langs elkaar heen gaat leven. Voor je het weet wordt de onderlinge verbondenheid vooral geïnvesteerd in het samen in stand houden van die mooie buitenkant en in het samen dingen doen die in het ideale plaatje passen. Het werkelijk samenzijn schuift hierdoor steeds verder naar de achtergrond. Dit model is vatbaar voor leegte door gebrek aan zingeving van binnenuit.

Vertrouwen

Doordat jij je niet volledig aan de ander toevertrouwt kan je partner zich gaan afvragen of jij hem of haar wel genoeg vertrouwt. Het kwetsbare en onvolmaakte deel hou jij immers voor jezelf, terwijl dat deel ons juist zo menselijk en aanraakbaar maakt. Het feit dat jij je alleen van je mooie kanten wilt laten zien, kan het voor een ander overigens ook moeilijk maken om jou helemaal te vertrouwen. Aangezien niemand perfect is en iedereen zo zijn of haar slechte eigenschappen heeft, moet er dan namelijk wel iets in jouw leven zijn dat zich compleet buiten het zicht afspeelt en dat dus op een naar en onverwachts moment zomaar de kop op kan steken…

Ik weet het wel – Jij weet het niet

Tenslotte bestaat het risico dat als jij altijd degene bent die het allemaal zo goed doet en zo goed weet, er voor de ander alleen nog maar de rol van degene die jou bewondert en bevestigt, maar die het zelf allemaal niet zo goed doet en niet zo goed weet overblijft. Los van het feit dat dit niet al te gelijkwaardig is, vindt er zo geen uitwisseling op betekenis- en gevoelsniveau plaats. Dit fixeert de ontstane rolverdeling en voedt op den duur aan beide kanten een stuk eenzaamheid en stagnatie van de eigen ontwikkeling. Het wordt zaak om te leren elkaar op ooghoogte en van hart tot hart te ontmoeten.

Het ongeschonden voetstuk

Hoewel Narcissus je influistert dat het ongeschonden voetstuk de enige juiste plek is voor iemand van jouw statuur, is continu presteren en geen aandacht schenken aan je lichamelijke behoeften en je dieperliggende gevoelens de enige manier om er te kunnen blijven staan. Los van het feit dat dit menselijkerwijze niet vol te houden is, levert dit je op den duur zo’n eenzame, lege en dodelijk vermoeiende rotervaring op dat je er vroeg of laat wat op zult moeten verzinnen.

Val niet in slaap

Voorkom daarom dat jouw comfortabele leven een gouden deken wordt waaronder je uitermate aangenaam in slaap kunt vallen. In die stand besef je namelijk vaak pas naar aanleiding van een crisis die alles overhoop haalt, dat jouw focus op alsmaar presteren en een glanzende buitenkant ten koste is gegaan van wat jij innerlijk en lichamelijk nodig hebt.

De hand in eigen boezem steken

Stel jezelf open voor je eigen schaduwkanten en ontdek tot je verbazing dat hier heel wat te winnen valt: vitaliteit, passie, kracht, authenticiteit, menselijkheid, compassie, helemaal aanwezig kunnen zijn (om maar eens wat te noemen).

Verschuif je aandacht van buiten naar binnen en leg contact met wat daar leeft. Verwerk de pijn die je had toen je als kind je onbevangenheid verloor en zie in dat je hart gesloten houden je juist de pijn oplevert waar je jezelf tegen wilt beschermen.

Stop met van buiten naar binnen te redeneren om zo steeds maar weer aan alle verwachtingen van de buitenwereld te kunnen voldoen en leef en spreek van binnenuit. Zeg je partner wat je voelt in plaats van wat je denkt en geef jezelf voluit zonder van te voren te bedenken hoe dat uitpakt.

Zoek steun als je dat nodig hebt en zorg dat je mensen om je heen hebt die je door en door kunt vertrouwen en op wiens schouder je af en toe je hoofd te ruste kunt leggen, zodat je even helemaal niets hoeft en even helemaal nergens aan hoeft te voldoen.

Het menselijke komt in de plaats van het goddelijke

Duw als ‘grande finale’ Narcissus voorover die vijver in en offer daarmee het beeld van de ongeschonden en onsterfelijke jongeling die het goddelijke na probeert te streven ten faveure van de menselijke ervaring waarin je je hart kunt voelen bonken en het bloed op volle vaart door je aderen kan stromen. Je leeft tenslotte maar één keer. En als het dan toch moet dan “Liever druipend nat dan droog en onaangedaan.”*

* Uit: “Dingen bezingen” van Maarten Ploeger (De Paraplu)

© 2018 Mariëlle Borst
N.B. Met dank aan alle leerervaringen die ik tijdens de ITIP opleiding heb kunnen opdoen met de karakterstructuren die oorspronkelijk gebaseerd zijn op het werk van Wilhelm Reich, Alexander Lowen en John Pierrakos.