De engel op de Jakobsladder als schizoïde rolmodel

Herken je dit?

Als er iemand goed tegen alleen zijn kan, dan ben jij het wel. Sterker nog. Jij hebt het nodig om regelmatig alleen te kunnen zijn, want anders raak je geïrriteerd en vermoeid. Als je een ‘outdoor’ type bent, laad jij je energie weer op door buiten te gaan sporten en solo in de natuur te zijn (het liefste lang en sober met alleen een rugzak). Als je meer een ‘indoor’ type bent trek je je graag terug in de veilige beslotenheid van je eigen huis om daar vervolgens in ‘splendid isolation’ helemaal op te gaan in je favoriete bezigheden.

Anders dan de rest

Dat jij graag op jezelf bent is begrijpelijk, want jij beschikt over een uiterst rijke, geniale, heldere, fijngevoelige, fantasievolle of creatieve gedachtenwereld. Dit is iets dat je zelf terdege beseft, want als je heel eerlijk bent, heb je van jongs af aan al het gevoel dat jij een bijzonder iemand bent. Iemand die iets unieks aan deze wereld toe te voegen heeft wat het gros van de mensheid nou eenmaal niet aan deze wereld toe te voegen heeft.

Relatie

Aangezien op jezelf kunnen zijn zo belangrijk voor je is, voel jij je in een relatie over het algemeen het prettigste bij een autonoom persoon. Iemand die, net als jij, privé goed zijn of haar eigen gang kan gaan. Of iemand die een groot deel van de tijd volledig opgaat in zijn of haar werk, zodat jij alsnog veel alleen kunt zijn en je eigen gang kunt gaan.

Bij partners die zich afhankelijk opstellen en die steeds een emotioneel appèl op je doen, hou jij het niet lang uit. Dit soort gedrag maakt jou namelijk uitermate onrustig en ongedurig. Jij streeft in een relatie veel meer naar een brede tussenruimte waarin jij goed je autonomie kunt behouden, dan naar versmelting met de ander.

In een conflict ben je geneigd een analytische, feitelijke, intellectuele benadering te kiezen. Iets waardoor je partner vaak het gevoel krijgt dat jij jezelf volledig boven of buiten het probleem (of zelfs buiten de relatie) plaatst. Jij snapt op jouw beurt de (in jouw ogen) irrationele aanvliegroute van je partner vaak niet en ziet niet in dat het rationele spectrum in een ruzie vaak bijdraagt aan nog meer afstand in plaats van aan de nabijheid en de warmte waar de ander op zo’n moment meestal behoefte aan heeft.

Voorgeschiedenis

In je voorgeschiedenis spelen vaak thema’s als een moeder die ongewenst, veel sneller dan verwacht of ongepland zwanger van jou raakte of zich niet lekker voelde tijdens de zwangerschap of een zware bevalling (en jij dus een zware geboorte) doormaakte. Soms werd je vlak na de bevalling abrupt van je familie gescheiden door een complicatie bij de geboorte of door ziekte. Hierdoor bracht jouw allereerste contact met de wereld voor jou meer de smaak van angst en schrik met zich mee, dan de gevoelssensatie van een warm en veilig welkom.

Mogelijkerwijs speelden er rond jouw geboorte dingen in het leven van je ouders die maakten dat ze niet met hun volle aandacht bij de start van jouw leven aanwezig konden zijn. Bijvoorbeeld door onverwerkte rouw om een gestorven familielid of onopgeloste dader-slachtoffer thematiek. De blik in hun ogen weerspiegelde in zulke gevallen naar jou ook iets van intens verdriet, razernij of angst, waardoor deze (voor een volstrekt weerloos kind zeer pijnlijke en heftige) elementen al in een heel vroeg stadium onderdeel uit gingen maken van jouw indruk en beleving van de buitenwereld.

Ook kan het zijn dat één of beide ouders diep in hun hart eigenlijk liever een zoon of een dochter hadden gehad. Of dat de familie van je vader structureel als beter dan die van je moeder werd gezien of omgekeerd. ‘Iets’ in jou kon er dan steeds niet zijn of hoorde er vanaf het begin af aan al minder bij dan de rest.

Dit soort hele vroege ervaringen kunnen ervoor zorgen dat in jouw leven de volgende thema’s een grote rol spelen: Je niet welkom voelen. Je snel angstig voelen. Het gevoel hebben er niet bij te horen. Moeite je eigen plek te vinden. Angst voor afwijzing. Je een buitenstaander, een toeschouwer of ‘anders’ voelen. Het gevoel hebben dat de wereld voor jou een onveilige plek is waar jij je niet goed tegen kunt verweren, je daarom liever terugtrekken dan volledig aan het leven deel te nemen. Niet volledig JA kunnen zeggen tegen het leven, etc.

Contact met de buitenwereld

Al dit soort thema’s maken dat het gemak en het plezier waarmee jij op jezelf kunt zijn in schril contrast staan met de energie die het kost om je tot de buitenwereld te verhouden. Doordat jij je vaak ‘anders’ voelt dan anderen, vraagt contact met andere mensen voor jouw gevoel om het continu moeten overbruggen van dit ‘anders zijn’. Dat alleen al is buitengewoon vermoeiend. Verder gaat contact met de buitenwereld voor jou meestal ook nog eens gepaard met verhoogde alertheid en angst rond twee soorten vragen.

Existentiële vragen

De eerste categorie vragen wenst eigenlijk een respons van de ander: “Ben ik welkom?”, “Ben ik gewenst?”, ‘Ben ik hier veilig?’, “Hoor ik er bij?”, “Wijs je me af?”.

De tweede categorie bestaat uit vragen die je jezelf regelmatig stelt: “Ben ik wel op de juiste plek terecht gekomen?”, “Hoor ik hier wel?”, “Wat doe ik hier eigenlijk?”, “Wat is nou toch mijn roeping?” of mogelijk zelfs een stuk extremer “Waarom moet ik, omdat jullie zo nodig kinderen wilden, in hemelsnaam door dit hele leven heen, had mij lekker daarboven gelaten, ik heb hier toch zelf niet om gevraagd?”.

Gepersonaliseerde tatoeage op je voorhoofd

In het onwaarschijnlijke geval dat je op een dag iemand tegenkomt die jou ter plekke zou dwingen een passende tekst op je voorhoofd te laten tatoeëren, zou de vraag waarin jij jezelf het meeste herkent een goede optie zijn (behalve dan die laatste vraag misschien, want dan krijg je zo’n vol voorhoofd). De meest basale vragen zijn over het algemeen echter wel : ‘Ben ik hier wel welkom?’ en ‘Ben ik hier wel veilig?’.

Altijd alert

Omdat je nog niet geleerd hebt van binnenuit zelf een krachtig antwoord op deze vragen te geven, ben je voortdurend je omgeving aan het scannen op zoek naar antwoorden. Doordat je zo alert bent, pik jij in de buitenwereld heel veel signalen op die een ander totaal niet oppikt. Tot en met uiterst subtiele signalen aan toe. Nog een reden overigens waarom contact met de buitenwereld zo vermoeiend voor jou kan zijn. Jij hebt immers veel meer informatie te ‘processen’ dan iemand die deze alertheid niet heeft.

Afwijzing

Doordat je in de basis het gevoel hebt dat je niet welkom bent, interpreteer je bepaalde signalen niet alleen veel sneller, maar ook veel sterker als een afwijzing dan iemand anders dat zou doen. Omdat afwijzing hetgeen is dat jij het meeste vreest, sluit je je meestal compleet af voor dit soort gevoelens en zeker ook voor personen en situaties die deze gevoelens bij je op kunnen roepen. Soms neem je op voorhand al afstand om de pijn van afwijzing te voorkomen. Alleen zijn is voor jou dus ook een prima remedie tegen het risico om afgewezen te worden. Ironisch genoeg krijg je hierdoor zelf iets afwijzends, iets extreem kritisch, iets ongrijpbaars of iets verhevens over je.

Ik wil hier weg!

Op het leven van een kluizenaar na, zit bijna geen enkel leven zo in elkaar dat je alleen kunt zijn wanneer je dat maar wilt. Dit maakt dat jouw sterke behoefte om je terug te kunnen trekken je regelmatig parten speelt. Met name op momenten waarop je fysiek niet weg kunt, terwijl het contact met de buitenwereld eigenlijk te spannend, te onveilig, te pijnlijk, te emotioneel, te vermoeiend, te ergerlijk, te imperfect of gewoon veel te saai voor je is.

Als een engel op een Jakobsladder

Op dit soort momenten los je de onmogelijkheid om op te staan en weg te gaan op door fysiek weliswaar aanwezig te blijven, maar innerlijk wel degelijk richting hoger gelegen sferen te vertrekken. Allereerst kom je via de vertrouwde vluchtweg naar boven in je eigen hoofd terecht. Vervolgens ga je emotioneel en geestelijk helemaal uit contact en laat je lichaam als het ware onbemand achter. Een noodmaatregel in de vorm van dissociatie. Of, als je deze beweging wat poëtischer wilt benaderen: als een engel op een Jakobsladder vertrek je naar een hoger gelegen plek. Jij verbindt je nou eenmaal liever en makkelijker met de hemelse eenheid dan met de aardse dualiteit.

Uit contact – Grauwe waas – Bloedeloos – Uit – Onzichtbaar

Als de mensen die bij je zijn een beetje opletten voelen ze op zo’n moment aan dat je uit contact gaat. De blik in je ogen krijgt iets afwezigs en je gezicht trekt witjes weg. Er trekt een soort grauwe waas over je die jouw gehele voorkomen wat bloedeloos maakt. Het levendige, sprankelende verdwijnt en de energie van jouw aanwezigheid glijdt geruisloos weg. Je gaat als het ware “uit” en krijgt iets onzichtbaars. Soms vergeten anderen helemaal dat jij er ook nog bent of kunnen ze zich jou later nog maar moeilijk herinneren. Dit geeft aan hoe goed jij in verdwijnen bent.

Koude handen en voeten – Dalend lichaamsbewustzijn – In je hoofd – Afwezig

Als je zelf merkt dat je innerlijk aan het vertrekken bent, voel je meestal eerst je handen en voeten koud worden. Vervolgens trekt je gevoel zich meestal van onder naar boven uit je lichaam terug. Soms krijg je hierdoor zelfs slapende en daarmee letterlijk gevoelloze ledematen. Als je op een stoel zit kan het opeens heel moeilijk worden om je billen op de stoel te voelen of beide voeten op de grond te houden. Je begint te geeuwen, omdat je met je aandacht al vertrokken bent. Of je zet je ademhaling vast en bent zo minder verbonden met wat er in het hier en nu gebeurt. Omdat je totaal niet meer geaard bent, worden je gedachten wazig of draaien ze rond in cirkels. Je kunt hier letterlijk een beetje misselijk of onbestemd van worden. Als je je angstig en onveilig voelt, neemt dit alleen maar toe, omdat spanning zich nou eenmaal alleen maar via contact met de grond laat afvoeren. Als iemand je plots aanstoot en vraagt “waar zit je met je gedachten?” schrik je en kun je vaak niet eens antwoord geven. Je bent (zelfs voor jezelf) afwezig en je kunt je naderhand ook niet meer goed herinneren wat er tijdens jouw afwezigheid allemaal is gezegd en gebeurd.

Het leven gaat aan jouw neus voorbij

In je eigen wereld is het nu dus opeens een stuk minder prettig dan normaal. Dat komt dat je er dit keer niet vrijwillig, maar noodgedwongen terecht bent gekomen. In plaats van op te laden, zoals normaal gesproken het geval is als je op jezelf bent, vloeit je levensenergie volledig weg en gaat het leven aan jouw neus voorbij. Je ziet het allemaal nog wel gebeuren, maar je maakt er zelf geen onderdeel meer van uit. Het is alsof je heel sterk uitgezoomd staat of alles achter een glasplaat waarneemt.

Afgesneden

De innerlijke overtuiging van niet welkom zijn, er niet bijhoren, toeschouwer zijn in je eigen leven en onveilig zijn, wint door deze ervaring opnieuw aan kracht. Door innerlijk te vertrekken bevestig je onbewust dus eigenlijk de ervaring waar je juist van weg wilt bewegen. Dit levert zo’n eenzame, angstige en van het leven afgesneden rotervaring op, dat je er vroeg of laat wat op zult moeten verzinnen.

De boel buiten jezelf plaatsen

Als je de schizoïde thematiek niet of niet voldoende bij jezelf onderkent (en je jezelf niet heelt van de pijn die ermee gepaard gaat), bestaat het risico dat je de buitenwereld, die jou voor jouw gevoel niet onvoorwaardelijk welkom heeft geheten en die jou in al haar dualiteit vervolgens ook nog zo vaak heeft gekwetst, zelf gaat afwijzen en zelf gaat buitensluiten. Je terugtrekken in de natuur of in de veilige beslotenheid van je huis wordt dan een enkele reis in plaats van een retourtje. De beweging terug de wereld in blijft uit. De engel blijft bovenaan de ladder en keert niet terug.

De hand in eigen boezem steken

Je opdracht is om jezelf te helen van de pijn die maakt dat je liever veilig alleen bent dan risicovol verbonden. Het is aan jou om de vluchtweg naar boven uit eigen beweging en in je eigen tempo op te geven en, dwars door alle waarschuwingen die eerdere ervaringen je influisteren, keer op keer opnieuw in contact met je lichaam en met de buitenwereld te treden. Alleen daar kun je namelijk leren om te gaan met het duale aspect dat nou eenmaal voor iedereen onderdeel is van dit leven. Zo kun je groeien en kom je stap voor stap zelf tot diep doorvoelde antwoorden op de vragen die je voorheen steeds aan de ander en jezelf stelde. Dit geeft bedding, rust en richting.

Je bent welkom

Weet dat juist jouw aanwezigheid ontzettend welkom is. Hoognodig zelfs, want alleen als de engel vrij tussen hemel en aarde heen en weer kan bewegen komt het goede van boven ook hier beneden.

“Zoveel soorten van verdriet

ik noem ze niet.

Maar één, het afstand doen en scheiden.

En niet het snijden doet zo’n pijn,

maar het afgesneden zijn.”

Vasalis

© 2018 Mariëlle Borst
N.B. Met dank aan alle leerervaringen die ik tijdens de ITIP opleiding heb kunnen opdoen met de karakterstructuren die oorspronkelijk gebaseerd zijn op het werk van Wilhelm Reich, Alexander Lowen en John Pierrakos.

Rupsje Nooitgenoeg als oraal rolmodel

Herken je dit?

Als er iets is waar jij behoefte aan hebt, dan zijn het wel van die momenten waarop een ander uit eigen beweging precies aanvoelt wat jij nodig hebt en het je vervolgens ook direct en onvoorwaardelijk geeft. Oh mijn hemel, wat is dat toch ongelooflijk LEKKER! Wat jou betreft zou het hele leven dan ook één grote aaneenschakeling van dit soort geluksmomenten moeten zijn.

‘Instant gratification’

De term ‘instant gratification’ is je op het lijf geschreven. Dit uit zich in het GENOT dat jij kunt beleven aan: dingen onmiddellijk kunnen eten, drinken, voelen, ervaren, doen, kopen, hebben, krijgen, pakken, etc. Als je ook maar enigszins oraal bent ingesteld loopt het je water je waarschijnlijk in de mond als je dit leest (of schrijft 😀).

Kind aan de moederborst

Helaas komen deze ‘kind-aan-de-moederborst-achtige-situaties’ in jouw leven een stuk minder vaak voor dan jij zou willen. Hierdoor ken je naast het helaas maar tijdelijke geluk dat bij volledige vervulling hoort, ook maar al te goed het pijnlijke gevoel dat hoort bij tekort komen of je tekort gedaan voelen.

Het tekort schijnt er als het ware al doorheen

Op het moment dat jij iets aan een ander geeft, bekruipt je wel eens het gevoel dat je hierdoor zelf tekort gaat komen. Zo schijnt het tekort soms al door de beweging van het geven heen. Het sluimerende tekort komt ook naar boven op momenten dat er voedsel, cadeaus of aandacht verdeeld worden en een ander in jouw ogen iets krijgt dat meer of beter is dan wat jij hebt gekregen. Het is op zulke momenten (zowel verbaal als non-verbaal) moeilijk voor je om je ongenoegen te verbergen voor je omgeving.

Het helpt allemaal geen sikkepit

Op het moment dat de onvervulde kant in jou de overhand krijgt, voel je de onvrede bezit van je nemen op een manier die eigenlijk door niets en niemand weg te nemen valt. Niet met eten. Niet met drinken. Niet met geld. Niet met shoppen. Niet met seks. Niet met praten. Niet met afleiding. Niet met aandacht van mensen die toch niet aanvoelen wat jij in zo’n situatie nodig hebt. En tenslotte al helemaal niet met van die stomme cadeaus die toch altijd anders zijn dan datgene wat JIJ graag had willen hebben: VRESELIJK!

Gevoelig voor verslaving

Als je wel iets vindt of krijgt dat helpt, dan werkt dat hooguit tijdelijk. Daarna ben jij weer terug bij waar het begon: het ‘zeurt’ van binnen en niet zo’n beetje ook. Dit continu heen en weer bewegen tussen vervulling en tekort maakt je gevoelig voor verslaving. De leegte in je binnenste geeft je namelijk zo’n rotgevoel, dat het gewoon niet uit te houden is zonder enige vorm van demping. En dus beweeg jij je keer op keer weg van de pijn van de leegte. Op zoek naar iets dat of iemand die jou (ver)vult. Desnoods maar tijdelijk.

Totaal geen zin meer

Omdat de felbegeerde vervulling nooit lang aanhoudt en jij keer op keer weer uitkomt bij dat knagende gat in je binnenste, neemt in jou niet alleen de onvrede, maar ook de wanhoop toe. Je begint het idee te ontwikkelen dat de leegte in jezelf helemaal niet te vullen is en dat wat jij nodig hebt jou onthouden wordt of dat er voor jou gewoon niet genoeg is. Je geeft het op en wordt lusteloos en passief. Je hebt er gewoon totaal geen zin meer in. Nergens in. Het is toch zinloos. Chagrijn alom.

Jij moet het voor me doen

Het feit dat jij inmiddels ongelooflijk chagrijnig bent geworden van al dit zinloze gedoe, wil niet zeggen dat de leegte en de daarmee gepaard gaande onvrede niet meer aan je knagen. En dus is er nog maar één optie. Iemand anders moet het voor je oplossen. Vaak is dit degene die in jouw ogen het tekort heeft veroorzaakt of degene die volgens jou wél bij machte is om het tekort weg te nemen. Soms is het ook gewoon de eerste de beste die toevallig voorbij komt.

Zuigkracht 10

Rechtstreeks om hulp vragen (“kan die ander dat niet gewoon aanvoelen, ik voel dat toch ook aan bij een ander”) vind je echter vervelender dan wat dan ook. Daarom ga jij in zo’n situatie uitermate indirect te werk. Dit geeft de manier waarop je praat en om aandacht vraagt onbewust iets dwingends en iets ‘zuigends’. Je uitstraling verandert in een hulpeloos ‘jij moet het voor me doen, ik kan het niet’. Er ontstaat een zichtbare en vooral ook voelbare discrepantie tussen je afhankelijke gedrag en je leeftijd.

Wanhoop en angst

Omdat het je zelf niet gelukt is de leegte te vullen, voel je je afhankelijk van de ander. Dit is behoorlijk beangstigend, want als het de ander nu ook niet gaat lukken om met een oplossing te komen, gaat het in jouw ogen helemaal nooit meer goedkomen. De kracht waarmee jij alle aandacht naar je toetrekt, komt dus voort uit wanhoop en angst.

Onoplosbare proporties

Als de paniek echt toeslaat heb je de neiging om het tekort dat je ervaart op te blazen tot onoplosbare proporties. Door de emotionele druk die je hiermee op de ander uitoefent, beseft de ander meestal niet (meer) hoe kwetsbaar jij op dit soort momenten bent. Helaas, want als de ander jou hierin echt zou kunnen zien c.q. als jij de ander dit zou kunnen laten zien, zou dit een hoop ellende schelen.

Gepersonaliseerde tatoeage op je voorhoofd

In het onwaarschijnlijke geval dat je op een dag iemand tegenkomt die jou ter plekke zou dwingen een passende tekst op je voorhoofd te laten tatoeëren, zou de tekst ‘Geef me wat ik nodig heb’ een goede optie zijn.

Effect op de ander

Het effect op de ander is vaak dat hij zich door jou geclaimd voelt en het gevoel heeft dat jij opeens de hele ruimte vult en (met je volledige emotionele gewicht) aan hem gaat ‘hangen’. Dit is voor jullie allebei zwaar. Jij krijgt namelijk nog steeds niet wat je nodig hebt en de ander moet opeens voor twee werken. De ander ergert zich daarbij vaak ook nog eens, omdat jij alle ruimte inneemt en hij zich door jou ‘gegijzeld’ voelt. Of hij wil je juist heel graag helpen, maar heeft op voorhand al het gevoel dat hij tekort gaat schieten. Het lukt hem in zulke situaties namelijk vaak ook niet om iets te doen of te zeggen dat jou tevreden stemt of verder helpt.

Explosie, ‘silent treatment’ of bokkenpruik

Jij reageert vervolgens uitermate geërgerd of ronduit boos: “je snapt er ook helemaal niets van, aan jou heb ik ook niks!” Soms gaat het er ook wat minder direct aan toe. De ‘silent treatment’ wordt uit de kast getrokken of de bokkenpruik gaat op. Als de ander dan (veel te laat of niet op de goede manier, zucht) vraagt wat er aan de hand is, is het snibbige antwoord: “NIKS”!

Compassie

Het is makkelijk om een negatief oordeel over dit gedrag te vellen, maar weet wel dat:

  • het langdurig voelen van een schrijnend innerlijk tekort,
  • waar je voor jouw gevoel zelf niets aan kunt doen,
  • zonder dat je goed kunt uitleggen wat je dan precies nodig hebt en van wie,
  • terwijl je omgeving zich er ook geen raad mee weet,
  • zo’n UITZICHTLOZE ROTERVARING is,

dat wat compassie wel op zijn plaats is.

De boel buiten jezelf plaatsen

Als je vasthoudt aan het idee dat het tekort door iets of iemand buiten jou aangevuld moet worden blijf je niet alleen vatbaar voor verslavingsgedrag (overeten, alcohol, shoppen, etc). Je wordt ook vatbaar voor depressie. Daarnaast heeft het patroon van onvrede-chagrijn-zuigkracht-afhankelijkheid-en het onvermogen daar verandering in aan te brengen vaak een ontwrichtend effect op relaties. Iets dat de leegte alleen nog maar erger maakt. Een uitermate vervelende vicieuze cirkel ligt op de loer.

De hand in eigen boezem steken

Aangezien niemand zich juichend zou opgeven voor het doorlopen van een vicieuze cirkel die alleen maar pijnlijker wordt naarmate je hem vaker doorloopt, is het ontzettend belangrijk dat je ONMIDDELLIJK STOPT met de oplossing buiten jezelf te zoeken. Dat is namelijk inderdaad zinloos en je kan het anderen eerlijk gezegd ook gewoon niet aandoen.

Echo van levensechte ervaringen

Allereerst helpt het om te beseffen dat de pijn en de leegte die je voelt ontstaan zijn in de tijd dat je zo jong was dat je inderdaad volledig afhankelijk was van je omgeving voor het vervullen van al je behoeften. Dit terwijl je als baby of jong kind letterlijk niet over woorden beschikte waarmee je uit kon leggen wat je dan wanneer nodig had van wie en op welke manier. Tenslotte was je als klein kind ook echt niet bij machte om zelf te zorgen dat je kreeg wat je nodig had als je ouders (begrijpelijkerwijze) ook eens even met iets anders bezig waren. Je strijd staken en terugvallen in zinloze leegte was destijds de enige optie die overbleef.

Kortom: al deze orale patronen en wat jij daarbij voelt zijn een echo van LEVENSECHTE ervaringen die ALS KIND ooit UITERST REËEL en BEANGSTIGEND voor je waren.

Herken wat er gebeurt

Op het moment dat jij je hier bewust van gaat worden ben je al een heel eind. Je herkent nu namelijk beter wat er nou precies gebeurt op het moment dat de leegte en de onvrede bezit van je nemen. Deze (h)erkenning zorgt dat de noodzaak om vervolgens het hele orale programma (onvrede-chagrijn-zuigkracht-afhankelijkheid-onvermogen) weer uit de kast te trekken afneemt, terwijl je inmiddels ook beter weet wat je in zo’n situatie wél moet doen.

Onderscheid maken tussen toen en nu

Als volwassene heb je namelijk beduidend meer mogelijkheden dan je als kind had om te zorgen dat je krijgt wat je nodig hebt. Daarom is het belangrijk dat je op momenten dat de leegte je weer grijpt ook daadwerkelijk die volwassen mogelijkheden aanspreekt. Zo bouw je zelfvertrouwen op en beperk je het terugvallen in machteloze afhankelijkheid (die eigenlijk hoort bij de ervaring van het kind).

Verwerking

Weet dat een ander een tekort dat vroeger is ontstaan nooit kan repareren en verwacht dat ook niet van een ander. Neem er zelf verantwoordelijkheid voor door voor eens en voor altijd je verlies te nemen en te verwerken en er vervolgens zelf zorg voor te dragen. Indien het gevoelde tekort vroeger heel ingrijpend is geweest, is het verstandig om hier therapeutische hulp bij te zoeken.

Kom in beweging

Kom (ondanks het feit dat je daar ook totaal geen zin in hebt) fysiek in beweging op de momenten dat de lusteloosheid toeslaat. Leg de discipline aan de dag die nodig is om jezelf te geven wat je nodig hebt. Gaan bewegen is hiervoor de ideale ingang.

Voor jezelf zorgen

Zie de momenten dat het tekort weer opspeelt als een teken dat jij je niet gezien voelt en nu eerst eens even extra goed voor jezelf moet zorgen. Besef zelf dat je op zulke momenten heel kwetsbaar bent en voorzie jezelf daarom van de liefde, warmte en koestering die je nodig hebt. Neem geen genoegen met een snel substituut, maar neem de tijd om na te gaan wat jouw dieper liggende behoefte is en geef daar vervolgens heel bewust invulling aan. Doe dit op een manier die echt voedt in plaats van even vult.

Leer rechtstreeks om hulp te vragen

Zet je over je eigen trots heen en leer rechtstreeks om hulp te vragen. Je zult verbaasd staan over hoe veel simpeler het leven daarvan wordt. Mensen kunnen jou een stuk makkelijker zien als jij jezelf ook duidelijk laat zien. Dit maakt het voor jou makkelijker te krijgen wat je nodig hebt en voor de ander wordt het makkelijker om jou te geven wat je nodig hebt.

Geef je eigen slachtofferschap op

Geef tenslotte je eigen slachtofferschap op door je te realiseren dat jij, zélfs als je je volledige aandacht en energie daarop zou richten, ook niet in staat bent om de mensen waar je van houdt altijd alles te geven waar ze behoefte aan hebben op het moment dat ze daar behoefte aan hebben en op de manier waarop ze er behoefte aan hebben.

Compleet

Als je deze waarheid volledig tot je door laat dringen hou je vanzelf op om dit van anderen te verwachten. Bovendien omarm je zo niet alleen de vervulde kant van het leven, maar ook het tekort. Je maakt jezelf compleet.

 © 2017 Mariëlle Borst
N.B. Met dank aan alle leerervaringen die ik tijdens de ITIP opleiding heb kunnen opdoen met de karakterstructuren die oorspronkelijk gebaseerd zijn op het werk van Wilhelm Reich, Alexander Lowen en John Pierrakos.

Atlas als masochistisch rolmodel

Herken je dit?

Als er ergens een probleem ontstaat zet jij (meestal nog vóór het je expliciet gevraagd wordt) je eigen plannen opzij om te komen helpen. Jij bent er gewoon voor een ander, punt uit. Je neemt de tijd om met aandacht naar de ander te luisteren en stelt talloze belangstellende vragen. Je komt terug op eerder besproken onderwerpen, omdat jij na een gesprek vaak nog langer over het verhaal van de ander na blijft denken dan de ander zelf. Vervolgens wil je ook nog graag je aanvullende inzichten teruggeven aan de ander. Als ieder ander het allang met een bepaald gespreksonderwerp heeft gehad, luister jij nog jaren trouw naar alles waar de ander mee zit. Diep menselijke thema’s interesseren je nou eenmaal meer dan al het andere en voor jou is dit ook helemaal niet gekoppeld aan het woord “zwaar”.

Waar zijn de woorden NEE en IK eigenlijk gebleven?

Nee zeggen doe je niet graag en als je toch een keer nee zegt kan je echt niet anders. Desondanks voel jij je dan toch schuldig of heb je het gevoel dat je de ander gekwetst of tekort gedaan hebt door jezelf een keer op de eerste plaats te zetten. Daarom raffel je vervolgens je eigen dingen af om zo snel mogelijk toch nog aan de vraag van de ander tegemoet te kunnen komen.

Je schuldig voelen als je aan jezelf toekomt

Zo is het eigenlijk ook met genieten of dingen doen die in jouw leven nou eenmaal ook moeten gebeuren. Als jij namelijk aan genieten of “je eigen ding doen” toekomt, terwijl je weet dat de ander het moeilijk heeft of contact wil, voel jij je schuldig dat je niet direct beschikbaar bent voor de ander. En dus richt jij je tijd en energie weer op de ander. Zo stapelt de last op jouw schouders zich steeds verder op en schuift dat wat er bij andere mensen speelt continu over jouw eigen beleving, behoeften en expressie heen.

Onverwerkt leed en angst

Je bent (door je eigen onverwerkte levenservaringen en de angst dat mensen niet van je houden als je hen niet helpt) zo diep verbonden met het lijden van de ander, dat anderen helpen bij jou op nummer 1 staat. In jou leeft een soort “begerigheid” anderen te helpen. Het beeld van Atlas reflecteert deze begeerte in de verholen glimlach die om zijn lippen speelt. Hierdoor vroeg Camus zich af: “Wat als hij zo gelukkig is…..?”

Volgen van begeerte

Doordat je niets liever wilt dan dat er van je gehouden wordt, volg je deze begeerte. Je weet daardoor precies hoe het met anderen gaat, terwijl de vraag “hoe is het met jou” voor jou steeds moeilijker te beantwoorden wordt. Dat is overigens echt jammer, want als er iets is dat helend werkt, is het wel contact kunnen leggen met je eigen gevoelens, terwijl een ander liefdevol luistert naar hoe het nou echt met jóu gaat.

En jij dan?

Gesprekken met andere mensen gaan in jouw geval echter veel meer over de ander dan over jou. Tegen de tijd dat de ander zijn hele verhaal heeft gedaan, is er vaak geen tijd of geen aandacht meer voor wat jij hebt meegemaakt. Als de ander zegt zich hier schuldig over te voelen, ben jij degene die de boel vergoelijkt. Je zegt dat dit toch helemaal niet uitmaakt of dat dit toch logisch is gezien de ernst van wat er bij de ander speelt en dat je een volgende keer vast ook wel aan bod komt. Die volgende keer breekt echter zelden of nooit aan, want in jouw persoonlijke relaties overheerst een dynamiek die maakt dat er meer ruimte voor de ander is dan voor jou.

Gepersonaliseerde tatoeage op je voorhoofd

In het onwaarschijnlijke geval dat je op een dag iemand tegenkomt die jou ter plekke zou dwingen een passende tekst op je voorhoofd te laten tatoeëren zou de tekst “Ik ben er voor je” een goede optie zijn.

Het beeld van de theaterzaal

Als je jouw eigen leven voor de lol eens voor zou stellen als een theaterzaal, zou je (in)zien dat andere mensen de beste plekken hebben (en dat het nota bene misschien nog niet eens de mensen waar jij het meest van houdt zijn die eerste rij zitten). Als je het patroon van helpen en opofferen tot in de puntjes geperfectioneerd hebt, zit je zelf wellicht niet eens meer in de zaal…

De last van de wereld op je schouders

Het is een mooie kwaliteit dat jij iemand bent die echt iets voor een ander over heeft en die anderen zo diep tot steun kan zijn. Maar zoals alles waarbij balans en gezonde grenzen ontbreken, gaat dit op een dag geheid fout. Voor je het weet ben je net als Atlas die de last van de hele wereld op zijn schouders torst. Alleen ben jij niet van brons en krijg jij als mens van vlees en bloed op den duur toch behoorlijk last (bijvoorbeeld: burn-out, depressie, nek- en schouderklachten, overgewicht, geblokkeerde expressie, opgekropte woede, stagnatie van je eigen leven) van het structureel over je eigen grenzen gaan door al dat gezeul met die loodzware aardbol.

Totdat het een keer echt niet lekker gaat met jou

Waarschijnlijk keert de wal het schip op het moment dat het een keer echt niet lekker gaat met jou. Op dat moment ontdek je namelijk dat de steun die jij ontvangt qua omvang en kwaliteit in de verste verte niet lijkt op de steun die jij al die tijd aan al die anderen hebt gegeven. Of erger nog: je komt er achter dat anderen niet eens door hebben dat het niet goed met je gaat en rustig doorgaan met voor 90% het gesprek te domineren. Dan sta jij bijvoorbeeld vlak voordat je opgenomen moet worden in het ziekenhuis of net je baan, man, vrouw, ouder of weet ik wat bent kwijtgeraakt nog steeds naar het verhaal van de ander te luisteren…

Lijstjes

Zo’n soort gebeurtenis is vaak het punt waarop jij behoorlijk chagrijnig aan het worden bent over het verschil tussen wat je de ander geeft en wat je van de ander ontvangt als jij een keer iets nodig hebt. In je hoofd verschijnen om de haverklap allerlei lijstjes waarmee je voor eens en voor altijd vergelijkt wat jij in het verleden allemaal wel niet voor die ander(en) hebt gedaan en wat je daar nu zelf voor terug krijgt. Als die lijstjes in je hoofd ook maar enigszins betrouwbaar zijn, is er maar één conclusie mogelijk: de balans tussen geven en nemen pakt uit in jouw nadeel en niet zo’n beetje ook.

WROK

Het rottige is alleen dat je op zo’n moment niet meer kunt terugdraaien wat je in het verleden allemaal wel niet voor die ander hebt gedaan. Zelfs als je stante pede stopt met de ander ooit nog iets te geven, blijf jij op de balans van geven en nemen enorm in de min staan. Het gapende gat tussen geven en nemen lijkt dan nog maar met één ding opgevuld te kunnen worden: WROK! 

Het langdurig voelen van wrok is echter zo’n ontwrichtende rotervaring, dat het zelfs voor Atlasachtige types niet lang uit te houden is. Vroeg of laat zal je hier dus toch wat op moeten verzinnen.

De boel buiten jezelf plaatsen

Als je de ander de schuld geeft van de verstoorde balans tussen geven en nemen wordt het waarschijnlijk dat je de relatie vrij “rücksichtslos” verbreekt of dat je dusdanig ontploft dat de relatie ernstig onder druk komt te staan. De meest gezonde variant in dit “geef-de-ander-de-schuld” paradigma is de ander aanspreken op het feit dat hij of zij het in jouw beleving laat afweten nu jij in crisis bent.

Afhankelijk, niet bij machte of schuldig versus sluimerende onvrede

Aangezien jij zo ongeveer onverslaanbaar bent in wat je allemaal wel niet voor een ander doet, leidt dit meestal echter ook niet tot een gezonde balans in geven en nemen. De ander voelt zich in contact met jou namelijk óf afhankelijk van jouw steun óf niet bij machte dezelfde kwaliteit te leveren die jij levert óf schuldig dat hij minder voor jou doet dan andersom. Bij jou sluimert altijd de onvrede dat je niet terugkrijgt wat je er in stopt, waardoor dit euvel tussen jullie altijd weer de kop op kan steken.

De hand in eigen boezem steken

Als je het beginpunt voor verandering niet langer bij de ander legt, maar bij jezelf, begint het pas echt interessant te worden. Je zet je wrok opzij en realiseert je in de ruimte die dan ontstaat, dat de drang om anderen te helpen (en de daarmee gepaard gaande woede over een verstoorde balans tussen geven en nemen), een terugkerend patroon is in je leven. Je gaat op zoek naar je eigen aandeel in het creëren van deze dynamiek en neemt daar ook zelf verantwoordelijkheid voor.

Moet de ander dan ook maar ten koste van zichzelf gaan opereren?

Je vraagt je bijvoorbeeld eens heel kritisch af of wat anderen voor jou doen eigenlijk niet veel gezonder en normaler is dan de wellicht toch wat disproportionele steun die jij aan anderen geeft. Het kan tenslotte toch niet de bedoeling zijn dat de balans tussen geven en nemen rechtgetrokken wordt, doordat de ander richting jou ook ten koste van zichzelf gaat opereren? Vanuit dit inzicht breng je wat jij voor anderen doet in proportie met het soort relatie dat je met hen hebt en stop je met gedrag dat ‘deep down’ voortkomt uit de angst dat er anders niet van je gehouden wordt.

Jezelf zichtbaar maken

De (overmatige) energie die je voorheen in andere mensen stak investeer je nu in jezelf en in wat er in jouw leven belangrijk is. Zo krijg je weer verbinding met wat er voor jou essentieel is en waar bij jou de grens ligt. Struikelend en al leer je om hier expressie aan te geven richting de buitenwereld. Hierdoor word je zichtbaarder voor de ander en begrens je tegelijkertijd op een hele natuurlijke manier je beschikbaarheid.

Weg met de jas die naadloos op de ander aansluit

In relatie tot de ander ontwikkel jij je van een jas die naadloos op de ander aansluit, (maar die als persoon op een gegeven moment toch een beetje bloedeloos wordt), tot een op zichzelf staand “tegenover” met een eigen leven. Dit leven is niet langer louter en alleen een afgeleide van de noden en wensen van andere mensen, maar een oprechte en vrije uitdrukking van wie jij werkelijk bent. De schoonheid van dit alles is dat er zo ruimte ontstaat voor datgene waar jij je hele leven zo naar hebt verlangd:

LIEFDE

© 2017 Mariëlle Borst
N.B. Met dank aan alle leerervaringen die ik tijdens de ITIP opleiding heb kunnen opdoen met de karakterstructuren die oorspronkelijk gebaseerd zijn op het werk van Wilhelm Reich, Alexander Lowen en John Pierrakos.

Je eigen Plek

In een familiesysteem krijgt iedereen vanaf zijn geboorte (eigenlijk al iets daarvoor) zijn eigen, compleet unieke plek en deze plek is nooit meer in te ruilen voor een andere plek. Je eigen plek is een geboorterecht. De plek van je vader is van je vader, die van je moeder van je moeder, die van je broers en zussen (als je die hebt) van je broers en zussen en die van jou is van jou en dat blijft ook zo. Zelfs na de dood. Lekker overzichtelijk zou je zeggen. Totdat het lot zijn intrede doet en familieleden (inclusief jijzelf) zich opeens ‘all over the place’ bevinden….

Wat (on)praktische voorbeelden

Vader of moeder komt jong te overlijden, waardoor één van de kinderen de achtergebleven ouder gaat helpen met dingen die normaal gesproken bij de plek van de overleden ouder hoorden. Het kind komt onwillekeurig op de plek van de overleden vader of moeder terecht.

Vader en moeder maken regelmatig ruzie en trekken bewust of onbewust hun kinderen in het speelveld. De kinderen krijgen hierdoor het gevoel dat ze niet trouw kunnen zijn aan beide ouders tegelijkertijd (en dus niet aan zichzelf) en/of ze voelen zich geroepen om tussen hun ouders te gaan bemiddelen. De kinderen komen, of ze dat nou willen of niet, op de plek van (en tussen) de ouders terecht (in vaktermen ‘triangulatie’).

Een kind voelt zich geroepen om voor één of beide ouders te gaan zorgen, terwijl dat eigenlijk andersom zou moeten zijn. Het kind neemt zo de plek van de ouders van zijn ouders in (in vaktermen ‘parentificatie’). Parentificatie treedt overigens ook op als een kind zó verbolgen is over de eigen opvoeding dat hij of zij zichzelf heimelijk (of openlijk) beter acht dan de eigen ouders en zichzelf boven hen stelt door steeds een negatief oordeel over hen te vellen.

Een kind komt jong te overlijden en een broer of zus vraagt zich af waarom dit kind ‘moest’ sterven, terwijl hij of zij zelf ‘mag’ leven. Vanuit dit innerlijke vraagstuk kan de neiging ontstaan destructief gedrag te gaan vertonen. Het kind probeert zich op deze manier (vaak onbewust) richting de plek van de overleden broer of zus te bewegen (in vaktermen ‘navolgen’).

De communicatie met je schoonfamilie loopt op de een of andere manier via jou in plaats van via je echtgenoot. Jij bent in het familiesysteem van je echtgenoot mogelijk op de plek van je man (of vrouw) terecht gekomen.

Rode draad

Natuurlijk zijn er nog legio andere voorbeelden te benoemen, maar de rode draad is denk ik wel duidelijk. Er ontstaat een situatie of een familiedynamiek die maakt dat iemand richting een andere plek gezogen wordt dan de eigen plek om daar de eigen energie aan te wenden om het evenwicht in het familiesysteem te herstellen.

Zoals bovengenoemde voorbeelden duidelijk maken, gebeurt dit soms uit bittere noodzaak, om een door het noodlot getroffen familielid te ontlasten en om als gezin te kunnen overleven. Soms in de hoop dat zo de harmonie in het gezin hersteld kan worden. Soms vanuit onverwerkte emoties of misplaatste superioriteit. Soms vanuit een (onbewuste) binding aan eerdere ingrijpende gebeurtenissen in het familiesysteem. Soms vanuit het idee dat één en ander zo soepeler kan verlopen.

Loyaliteit en Binding

Wat de onderliggende reden om van je eigen plek te raken ook is, want ook hier zijn nog legio andere (systemische en persoonlijke) drijfveren te benoemen, de onderliggende

loyaliteit en binding aan je eigen familiesysteem

 is een

 niet te onderschatten kracht

die per definitie

veel meer invloed

op ons leven heeft

      dan we beseffen….

Winst & Verlies

Precies daarom valt er zoveel winst te behalen als we proberen ons meer bewust te worden van de plek die we binnen ons familiesysteem innemen en tevens tijdig leren herkennen wanneer we op de plek van iemand anders terecht zijn gekomen (dit geldt overigens ook voor de plek die we binnen organisatiesystemen innemen).

Langdurig op de plek van een ander bivakkeren heeft namelijk nogal wat nadelige consequenties. Zowel voor het systeem als voor het individu dat op de plek van een ander terecht is gekomen.

Het verstoren van de ordening

Op het niveau van het systeem raakt allereerst de ordening verstoord, waardoor de liefde en de energie in het systeem niet meer goed kunnen stromen. Dit kan allerlei vormen van collectief gedonder en stagnatie geven, zoals bijvoorbeeld: chronische onrust, angst, wantrouwen, gedoe om niks (of om alles), slepende conflicten, machtstrijd, onderhuidse spanningen, het buitensluiten van familieleden, ongezonde verhoudingen, doelen die maar niet in zicht komen, ziektes, vermoeidheid, etc.

Het verstoren van de balans

Op het niveau van het individu dat niet op zijn eigen plek staat, kan het aanvankelijk nog best prettig voelen. Een plek hoger in de hiërarchie van het systeem kan je in het begin bijvoorbeeld nog wel het gevoel geven dat je belangrijker bent dan voorheen en dat jij dit varkentje, in tegenstelling tot hen die jou hierin voorgingen, wél even gaat wassen.

Helaas is dit gevoel uiterst tijdelijk, want groter moeten zijn dan je eigenlijk bent gaat ‘deep down’ altijd hand in hand met faalangst. Vervolgens treedt er ook nog eens een soort wet in werking, die maakt dat alles wat je vanaf een andere plek dan je eigen plek onderneemt, uiteindelijk meer energie kost dan het oplevert. Je geeft op de plek van een ander dus structureel meer dan je ontvangt.

Tegelijkertijd is het op de plek van een ander een stuk onwaarschijnlijker dat je krijgt wat je nodig hebt om op een gezonde manier je eigen leven te kunnen leiden. De liefde en de energie die normaal gesproken vrijelijk door het systeem stromen zijn immers geblokkeerd geraakt door de verstoring van de ordening.

“Alleen het eigene dragen sterkt”

Dit alles maakt dat je eigenlijk alleen echt gezien, gehoord, begrepen en gesteund kan worden als je vanuit je eigen plek leeft, spreekt en handelt. Je eigen plek is immers de enige plek waar je thuis hoort in de diepste zin van het woord. Het is tevens de enige plek die je de kracht geeft te dragen wat van jou is.

Mocht je dus het gevoel hebben dat je regelmatig verstrikt raakt in situaties waar je niet direct de vinger achter krijgt of merken dat een bepaalde situatie je disproportioneel veel energie kost, ga dan eens na of je nog wel op je eigen plek staat.

Ben je onverhoopt op een andere plek terecht gekomen, zoek dan (bijvoorbeeld aan de hand van een zeer aan te raden workshop familieopstellingen bij het Bert Hellinger Instituut of met hulp van een systemisch geschoolde professional) uit hoe je daar terecht gekomen bent en vooral ook wat je daar houdt en laat het vervolgens in alle eerbied los, want zowel voor jou als voor ieder ander geldt:

“Alleen het eigene dragen sterkt.”

© 2017 Mariëlle Borst
N.B. Met dank aan alles wat ik bij het Bert Hellinger Instituut in Groningen over deze materie heb kunnen leren!

BE-KIJK het maar!

“Let’s plant olive branches where there was barbed wire before.”

JIPPIE:Ruzie

Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die zich vreselijk verheugde op het weekend om vervolgens dolgelukkig ten strijde te trekken tegen familie, vriend of zelfs maar tegen vijand. Ondanks dit collectieve gebrek aan enthousiasme, ken ik werkelijk waar helemaal niemand die nog nooit ruzie heeft gehad. Waarschijnlijk ken ik zelfs geen mensen die dierbaren hebben waar ze zich nog nooit aan geïrriteerd hebben.

Ruzie-vrije zones en het ‘Pais en Vree Model’

Ik ken wel veel mensen die het makkelijker vinden hun persoonlijke relaties als ruzie-vrije zones te presenteren richting de buitenwereld, dan om openlijk toe te geven dat het thuis ook wel eens flink kan botsen. Nou ben ik er zelf ook wel een voorstander van om dat wat er speelt tussen de mensen die het rechtstreeks aangaat te houden. Maar het feit dat er naar buiten toe redelijk frequent het ‘Pais & Vree Model’ wordt gehanteerd heeft volgens mij niet alleen te maken met veiligheid, respect en integriteit, maar vooral ook met schaamte, onzekerheid en angst voor verandering.

Toch een beetje taboe

Je hebt ongetwijfeld het (overigens waarschijnlijk correcte) gevoel dat het beeld dat de buitenwereld van je heeft ingrijpend zou veranderen als ze getuige zouden zijn van jouw ruzies. Een flinke ruzie brengt nou eenmaal niet de allermooiste kanten van jezelf en de ander aan het licht en achteraf had je een ruzie, of wat er aan vooraf ging, eigenlijk bijna altijd anders aan willen pakken.

Allerlei zorgen

Verder maak je je na afloop van een ruzie wellicht ook nog eens zorgen of de onderlinge relatie beschadigd is geraakt door de ruzie. Of over dat nu definitief blijkt dat er iets mis is met jezelf, de onderlinge relatie of met de persoon waar je ruzie mee hebt gemaakt. Of je beseft dat de ruzie aan het licht heeft gebracht dat er nu echt iets moet veranderen, maar je weet niet zeker of en hoe je/jullie dat zonder kleerscheuren voor elkaar kunnen krijgen.

Schaamte, onzekerheid en angst zijn slechte raadgevers

Je laten leiden door deze gevoelens leidt in de meeste gevallen echter niet tot: het helen van de relatie, het tot stand brengen van de noodzakelijke veranderingen, bewustwording op de ruzie gerelateerde thema’s of verbetering van je ruzie-skills.

Vermijden van de persoon, het thema of het oordeel van de buitenwereld

Het volgen van deze raadgevers leidt over het algemeen voornamelijk tot het besluit om je innerlijk (langzaam en impliciet) of uiterlijk (snel en expliciet) terug te trekken uit de relatie in kwestie (of er juist te lang in te blijven hangen). Of het leidt tot versterking van je innerlijke motivatie om ruzie en de bijbehorende thema’s voortaan zoveel mogelijk te vermijden. Of, als dat niet lukt (en dat lukt echt niet), extern maar weer te kiezen voor het ‘Pais & Vree Model’ om het element ruzie op zijn minst dan maar zoveel mogelijk te verbergen voor de buitenwereld. Een echte ‘die hard’ weet de ‘ins en outs’ van een ruzie zelfs langdurig voor de eigen binnenwereld te verbergen…

Onbenutte potentie

Deze neiging tot het ‘zoekmaken’ van het element ruzie is wat mij betreft zonde. Een flinke ruzie is inderdaad vervelend en pijnlijk, maar aan de andere kant geeft ruzie ook toegang tot potentie die anders onbenut blijft. Het biedt bijvoorbeeld een uitstekend podium om: De lucht te klaren. Te zeggen wat je echt te zeggen hebt. Jezelf en de ander beter te leren kennen (inclusief minder mooie eigenschappen). Te ontdekken wat er voor jou en de ander wel en niet werkt. Het goede gesprek op tafel te krijgen. Duidelijk te zijn over waar je voor staat, wat je voelt, wat je wel en niet wilt en wat je van de ander verwacht en dat ook van de ander te horen. Grenzen aan te geven en te handhaven. Samen (en anders alleen) naar een nieuw en gezonder evenwicht te bewegen. Op te ruimen of te veranderen wat niet (meer) past. Verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen aandeel in wat er tussen jou en de ander is ontstaan. Ruimte te creëren voor iets dat om aandacht vraagt, maar het blijkbaar niet of onvoldoende heeft gekregen. In te sluiten wat er aan onszelf, de relatie of aan de ander lastig, pijnlijk of gemankeerd is, maar wat wellicht juist liefde nodig heeft.

Ondergrondse beweging

Een goede ruzie op zijn tijd kan voorkomen dat verlangens en gevoelens voor een langere periode ‘ondergronds’ gaan om daar vervolgens onbesproken, onbeantwoord en onverzorgd te gaan liggen sluimeren, stapelen, rotten en vervormen. Loerend op een kans zich (via verschuiving- & projectiemechanismen) te hechten aan iets dat in de buitenwereld gebeurt. Om vervolgens op te spelen in een situatie die vrijwel niets meer met het oorspronkelijke euvel te maken heeft, waardoor de knoop die uiteindelijk ontstaat bijzonder lastig te ontwarren wordt. Als je dit ondergrondse gedoe maar lang genoeg volhoudt heb je op den duur een uiterst solide relatie breekijzer met het steeds dieper ingesleten patroon BEKIJK HET MAAR! in handen.

BE-KIJK het maar

Tot dit (slechts een tikkeltje door mij gedramatiseerde) niveau hoeft het natuurlijk helemaal niet te komen. Want als je onderweg de tijd en aandacht neemt om zowel individueel als samen te be-kijken wat er speelt, transformeer je dat breekijzer al snel in iets dat relaties verbindt en disfunctionele patronen verbreekt. En dat is toch een stuk aangenamer dan andersom: het verbreken van relaties en het verbinden van disfunctionele patronen.

Be-kijk allereerst waar een ruzie voor jou nou eigenlijk echt om gaat en stel die vraag ook aan de ander. Het klinkt misschien gek, maar vaak is dat heel iets anders dan waar een ruzie in eerste instantie om lijkt te gaan.

Be-kijk je eigen ruziegedrag. Stel je in dit kader voor de lol eens voor dat jouw gedrag tijdens een ruzie gefilmd wordt en we het met zijn allen via ‘(a)sociale media’ even gezellig gaan terugkijken. Op deze manier kijk je namelijk opeens met heel andere ogen naar je eigen aandeel in eenruzie. Doe jij tijdens een ruzie moeite om echt naar de ander te luisteren en je in de ander te verplaatsen of verzamel je voornamelijk ammunitie om je eigen punt nader te onderbouwen? Draagt wat jij in een ruzie zegt bij aan verdere escalatie of aan hernieuwde verbinding? Laat je de ander zien wat je echt dwars zit en wat kwetsbaar is of moet de ander daar altijd eerst mee komen? Laat je de ander over je heen lopen of weet je je eigen plek in te nemen en te zeggen wat je te zeggen hebt? Sta je nog in verbinding met het grotere geheel van jullie relatie of laat je het deel waar de ruzie over gaat allesoverheersend worden?

Goed ruziemaken is wel degelijk iets dat je kunt leren

Wat je ook ziet op dit enigszins onorthodoxe filmpje: het is bijzonder leerzaam om het eens aandachtig te be-kijken en vervolgens te bedenken wat je voortaan anders wilt gaan doen. Goed ruziemaken is namelijk wel degelijk iets dat je kunt leren of op zijn minst kunt verbeteren.

Los het op vanuit een diepere laag: hoofd -> gevoel -> lichaam

Zie je op jouw ruzie-filmpjes meestal twee mensen die een soort ultra snelle pingpong wedstrijd met woorden houden, dan is het raadzaam om voortaan tijdens dat eindeloze “gehakketak” even een pauze in te lassen en (allebei) ruimte te maken voor de vraag: wat voel ik nou eigenlijk?

Door jezelf deze vraag te stellen zak je als het goed is van je hoofd naar je gevoel. Je hoofd werkt vele malen sneller dan je gevoel, dus als je geen pauze inlast en jezelf (én de ander!) niet de tijd gunt om contact te maken met onderliggende gevoelens, blijf je in de snelheid van het hoofd en de daarbij behorende heen en weer gaande woordenstroom hangen en zo kom je meestal niet veel verder. Vaak kom je er eenmaal op het niveau van het gevoel beland opeens wel uit met elkaar.

Kom je er op gevoelsniveau toch ook nog niet uit? Vertraag dan nog verder en ga nog een laagje dieper door contact te leggen met wat er in je lichaam gebeurt en benoem dat. Op deze manier stap je uit je gebruikelijke actie-reactie patroon en ontstaat er zowel bij jezelf als bij de ander ruimte voor iets anders.

“Alles van waarde is weerloos”

Dankzij mijn lieve man en mijn meest dierbare vrienden heb ik ervaren dat liefde zich bij uitstek toont op het moment dat je elkaar door alles heen de hand kan blijven reiken, want o wat zijn we dan toch eigenlijk kwetsbaar…..

“Alles van waarde is weerloos,

wordt van aanraakbaarheid rijk

en aan alles gelijk”

Lucebert

© 2017 Mariëlle Borst

Stoelriemen vast!

Hagelwitte stranden of terrorisme?

Het zal je misschien verbazen, maar na het lezen van de titel ’Stoelriemen vast’ ontstaan er naar alle waarschijnlijkheid direct twee groepen lezers. De eerste groep verheugt zich op een verre vliegbestemming en geeft zich stante pede over aan dagdromen over hagelwitte stranden, wuivende palmbomen, exotische culturen, ongeëvenaarde trektochten door ongerept natuurschoon, etcetera. De tweede groep voelt ter hoogte van het woord  ‘Stoelriemen’ al een vage kramp door de onderbuik trekken en belandt vervolgens na het woord ‘vast’ definitief en ongewild in ‘dagmerries’ over terrorisme, turbulentie, fatale crashes en psychotische piloten.

Eén op de 3 Nederlanders

Het feit dat er vaak wat lacherig wordt gedaan over vliegangst is onterecht, want maar liefst één op de drie Nederlanders ervaart stressklachten als het om vliegen gaat. Het feit dat deze groep zo groot is, heeft niets te maken met het feit dat vliegen objectief gezien grote risico’s met zich meebrengt. Reizen per vliegtuig is namelijk nog steeds verreweg de meest veilige manier van reizen. Deze groep is zo groot, omdat vliegen nou eenmaal appelleert aan een heel scala aan onderliggende angsten (die in de meeste gevallen, als je er wat dieper in kijkt, trouwens eigenlijk heel ergens anders over gaan).

Van claustrofobie tot sociale angst

Voor de een is het meest verschrikkelijke aan vliegen dat je gedurende een lange periode opgesloten zit in een kleine ruimte. Anderen houden nou eenmaal niet van grote hoogten of van uren lang lucht inademen die pak hem beet 360 onhygiënische anderen net uitgeademd hebben. Een volgende passagier vindt het niet te verdragen dat je in een vliegtuig zelf geen enkele controle kunt uitoefenen op het wel en wee van het vliegtuig, terwijl degene daarnaast juist doodsangsten uitstaat bij de gedachte dat onbevoegden tijdens de vlucht wél controle gaan krijgen over het vliegtuig. Dan zijn er natuurlijk ook nog mensen die een traumatische gebeurtenis in hun systeem hebben zitten of een ietwat turbulente ervaring hebben gehad tijdens een eerdere vlucht. Tenslotte is er ook nog een groep die vliegen een stuk aangenamer zou vinden als het zonder al die andere mensen om zich heen kon. Kortom: vliegangst kent vele verschillende gezichten.

Goed behandelbaar

Mocht je zelf last hebben van enige vorm van vliegangst, dan is het belangrijk om voor jezelf eens na te gaan waar jij precies bang voor bent op het moment dat je gaat vliegen. Als je vliegangst dusdanige vormen aan gaat nemen dat je bepaalde vakanties gaat vermijden, dierbare vrienden of familie niet meer durft op te zoeken of er zelfs je baan voor wilt gaan opzeggen, is het raadzaam om deskundige hulp te zoeken. Bijvoorbeeld bij een ervaren therapeut of bij de Stichting Valk. Vliegangst kan behoorlijk onprettige vormen aannemen, maar is, in verreweg de meeste gevallen, gelukkig ook heel goed behandelbaar

Doe-het-zelf

Mocht je het, om wat voor reden dan ook, niet nodig of niet wenselijk vinden om professionele hulp te zoeken, dan is er gelukkig ook veel dat je zelf kunt doen om jouw specifieke stress over vliegen beter te leren hanteren.

Zorg dat je uitgerust aan je vlucht begint en vermijd overmatig gebruik van drankjes die hartslagverhogend werken (alcohol en cafeïne).

Neem, als je je zorgen maakt dat je stress aan boord kan oplopen tot een paniekaanval (in overleg met je huisarts), voor de zekerheid wat pilletjes mee waar je wat rustiger van wordt. Houd er wel rekening mee dat middelen als Oxazepam in sommige landen in het kader van de narcoticawet verboden zijn. Soms is de wetenschap dat je iets kunt doen om rustiger te worden als je stress krijgt al hulp genoeg en hoef je het pilletje aan boord uiteindelijk niet eens in te nemen

Zoek afleiding op momenten dat je stress omhoog voelt komen, bijvoorbeeld door op je smartphone (in vliegtuigmodus) naar je lievelingsmuziek te luisteren, een inspirerend boek mee te nemen of aan boord een mooie film te bekijken.

Let op je ademhaling. Adem niet te snel en te oppervlakkig in, want dan vergroot je de kans dat je gaat hyperventileren. Focus op je uitademing door langer uit- dan in te ademen en blaas je adem langzaam uit alsof je kaarsjes op een verjaardagstaart uitblaast. Breng je aandacht naar je voeten of naar een punt zo laag mogelijk in je lichaam, zodat je, ook in de lucht, zo goed mogelijk geaard en verbonden met je lichaam blijft.

Aanvaard je angst

Tenslotte de meest effectieve, maar helaas ook meest moeilijk toe te passen handreiking:

Probeer de angst die naar boven komt te accepteren in plaats van te bestrijden

Heet je angst als het ware welkom in plaats van je er direct met hand en tand tegen te gaan verzetten. Denk als je naar de luchthaven reist (of als je je stoelriem vast maakt) niet ‘o jee, straks krijg ik weer vliegangst’, maar vervang deze gedachte door ‘waarschijnlijk krijg ik zo weer vliegangst en dat is ok, want ook dat gaat weer voorbij en bovendien weet ik wat ik moet doen als het zich voordoet’.

Richt je dus niet op de (overigens volstrekt begrijpelijke) wens dat je angst á la minute moet verdwijnen, omdat het zo rot voelt en je bang bent dat het erger wordt. Leer jezelf hoe je je eigen angst er kunt laten zijn en hoe je er vervolgens goed mee om kunt gaan. Hoe meer je angst gaat afwijzen, vermijden en onderdrukken, hoe sterker je de angst (onbedoeld) maakt.

Angst is net een opblaasbal

Angst is namelijk net als een opblaasbal: hoe harder en dieper jij hem onder water probeert te duwen, des te sneller, hoger en oncontroleerbaarder hij boven de oppervlakte uit zal schieten. Angst voedt zich met de kracht waarmee jij het uit de weg probeert te gaan of probeert te onderdrukken, maar verliest zijn grip zodra je stopt met wegbewegen, je omdraait en de angst recht doch met compassie aankijkt.

Oefen jezelf daarom in je angst met open vizier tegemoet treden en er vanuit acceptatie bij aanwezig kunnen blijven. Dit klinkt wellicht als een onmogelijke of ietwat zweverige opgave, maar als je deze beweging eenmaal een keer ervaren hebt, wordt het een hele concrete ervaring die je steeds makkelijker af zal gaan.

© 2017 Mariëlle Borst

Controlfreaks opgelet!

Nachtelijk gepieker

Toen ik nog bij Twynstra Gudde in Amersfoort werkte, lag ik een keer midden in de nacht te piekeren over een lastige adviesopdracht. Totdat mijn man tegen me zei: “Hier kom je denkend niet uit” (ik verstond gelukkig niet per ongeluk “Hier kom JIJ denkend niet uit”, maar dit terzijde).

Het meest absurde en letterlijk ondenkbare voorstel aller tijden

“Hier kom ik denkend niet uit, hier kom ik denkend niet uit”, ging er door me heen. Hoe kom ik hier in vredesnaam dan WÉL uit? Er ZIJN toch überhaupt geen andere opties dan ergens denkend uit komen? Kortom: Mijn hoofd vond dit destijds werkelijk waar het meest absurde en letterlijk ondenkbare voorstel aller tijden. Toch wist ik op de een of andere manier tegelijkertijd ook dat het waar was….

Ik probeerde denkend controle te creëren

Dit besef leidde tot inzicht. Ik realiseerde me dat ik denkend op een punt probeerde te komen waar deze opdracht niet meer lastig voor me was. En tja, of ik nou nog één of nog duizend uur ging nadenken: de realiteit kreeg ik denkend niet veranderd.

De realiteit bleef hetzelfde, maar mijn perspectief verschoof

Opeens voelde ik opluchting. De realiteit trok zich weliswaar helemaal niets aan van al mijn gedenk, maar mijn perspectief op de realiteit verschoof wel degelijk. Ik gaf me over aan het feit dat ik deze opdracht nou eenmaal lastig vond en niet wist hoe het nou verder moest. Ik zag in dat mijn nachtelijk gepieker even zinvol was geweest als een poging vanuit mijn Leidse bed de Amersfoortse Kei op te tillen. Ik viel eindelijk in slaap (en mijn man ook). Met die opdracht kwam het goed.

Altijd handig: Een oeroud ZEN principe

Het is logisch dat je controle wilt uitoefenen op wat je wel en vooral ook niet wilt dat er gebeurt en met je gezond verstand gebruiken als je ergens niet direct uitkomt is ook niets mis. Het is tegelijkertijd echter ook behoorlijk heilzaam om te beseffen dat:

Zelfs als je alles wat je gebeurt onder controle probeert te houden, het je niet lukt om alles wat je gebeurt onder controle te houden.

Dit oeroude ZEN principe laat ons zien dat er van nature nou eenmaal een grens zit aan wat je als mens onder controle kunt houden. Probeer je voorbij die grens de boel onder controle te houden, dan draagt de manier waarop je controle probeert te houden over het algemeen meer bij aan het probleem dan aan de oplossing.

Controle vormt soms dus meer het probleem dan de oplossing

Zo blokkeer je de boel als je probeert te controleren waar je eigenlijk alleen nog maar kunt accepteren. Zo krijg je soms pas toegang tot nieuwe oplossingen op het moment dat je je over kunt geven aan niet–weten. Zo komt er soms pas een nieuwe beweging op gang als je de controle van je mind loslaat en eerst je gevoelens toelaat. Zo komen dingen vaak pas naar je toe als je eerst iets anders loslaat. Kortom: controle zet dingen vast.

Chagrijn, verlies van energie en stagnatie

Belangrijke indicaties dat de manier waarop jij controle probeert te houden meer hindert dan helpt, zijn (naast een heel chagrijnige of enigszins over de kling gejaagde omgeving): verlies van energie en stagnatie.

Een overmaat aan controle kost namelijk altijd veel meer energie dan het oplevert. Dit komt doordat je iets probeert te controleren wat eigenlijk helemaal niet te controleren valt en wat, hoeveel energie jij er ook in blijft stoppen om het alsnog wél onder controle te krijgen, dus ook niet onder controle gaat komen. Kortom: Als je jezelf (nog) niet uitput met je eigen controledwang, dan put je de mensen om je heen wel uit. Vraag dat laatste voor de zekerheid maar eens na aan je naaste omgeving…

Verder geeft een overmaat aan controle altijd stagnatie. In een situatie waar totale controle heerst staat alles eigenlijk stil, omdat je de boel compleet fixeert. In die zin zou je zelfs kunnen zeggen dat totale controle gelijk staat aan de dood. Recht tegenover de stroom van het leven, waar alles altijd in beweging is en blijft

Het leven voltrekt zich aan ons

Wij proberen als mens zo goed mogelijk ons leven te leiden, terwijl het leven zich tegelijkertijd ook aan ons voltrekt. Dit laatste is een onnoembaar mysterieus en schitterend gegeven. Het maakt het idee dat we alles onder controle kunnen houden weliswaar tot een illusie, maar biedt ons zo lang we leven iedere dag weer een nieuw avontuur waarin van alles kan gebeuren.

Ongestoorde ontwikkeling

Fixeer je dus niet te veel op dingen volledig in de hand willen houden en overal altijd maar direct een antwoord op moeten weten. Geef je over aan het avontuur dat het leven je van nature dagelijks aanbiedt en leer in de ruimte van het niet-weten te zijn met al je vragen, zonder direct in controle-modus te schieten.

Het komt erop aan alles te leven
Als je de vragen leeft
Leef je misschien langzaam maar zeker
Zonder het te merken
Op een goede dag
Het antwoord in *

*Uit: Ongestoorde Ontwikkeling van Rainer Maria Rilke

© 2017 Mariëlle Borst

Kan jouw lichaam JOU eigenlijk wel vertrouwen?

Gezonde mensen hebben 1000 wensen, zieke mensen maar 1

Mijn nichtje schreef me vorig jaar een kerstkaart waarop ze schreef dat gezonde mensen 1000 wensen hebben en zieke mensen maar 1. Kernachtiger had ze het niet kunnen zeggen, want we beseffen de waarde van een gezond lichaam pas goed op het moment dat er structureel iets aan hapert. Dan wordt namelijk pas duidelijk wat ons lichaam normaal gesproken allemaal wel niet voor ons doet en ook hoeveel we er wel niet voor over zouden hebben als wijzelf, of de mensen waar we van houden, weer helemaal gezond zouden kunnen worden.

Vanzelfsprekend

We zien een gezond lichaam het grootste deel van de tijd als iets dat vanzelfsprekend is. Aan de ene kant is dat goed, omdat het nou ook weer niet al te praktisch is om, naast het ‘dealen’ met wat ons op een dag feitelijk gebeurt, ook nog eens bezig te moeten zijn met alles dat ons ‘zou kunnen’ gebeuren. Aan de andere kant veronachtzamen we zo helaas vrij gemakkelijk wat er nodig is om vooral ook gezond te kunnen blijven.

In de steek gelaten door je eigen lichaam

Zoals met zoveel dingen, dringt de waarde van iets dus pas goed tot je door als je het verliest en zelfs dát schudt ons nog niet altijd wakker. Ik heb veel mensen (inclusief mezelf) na een periode van ziekte horen zeggen dat ze zich in de steek gelaten voelden door hun eigen lichaam en dat ze het, nu ze weer op de been waren, nog steeds moeilijk vonden om weer helemaal op hun lichaam te vertrouwen.

Je lichaam als sta-in-de-weg

Het eigen lichaam had het immers op een tijdstip dat ‘het helemaal niet uitkwam’ laten ‘afweten’ en moest nu eerst ‘behandeld’ worden. Alsof dat nog niet erg genoeg was, moest daarna een ‘hele herstelperiode’ in acht genomen worden waarin ‘het rustig aan gedaan moest worden’. Nu moest alles ‘het gewoon maar weer eens doen’, want al met al had ‘dat hele akkefietje’ sowieso al ‘veel te veel tijd, geld en gedoe’ gekost. Hoog tijd om weer eens ‘vol aan de bak’ te gaan…

‘Paracetamolletje-er-in-en-weer-door-paradigma’

In het verlengde van deze ‘mijn-lichaam-dwarsboomt-hier-verdorie-de-hele-boel-houding’ heb ik ooit een extreem intelligent iemand zijn ziekte uiterst serieus horen omschrijven als een ‘gevalletje-kanker-dat-even-opgelost-moest-worden’. Dit klinkt wellicht als een uitzondering, maar ik geloof dat dit ogenschijnlijk bizarre voorbeeld iets zegt over de manier waarop we allemaal wel eens geneigd zijn om problemen met onze gezondheid onder de categorie ‘hinderlijke-onderbreking-van-wat-we-zelf-van-plan-waren’ te schuiven. Het ‘Paracetamolletje-er-in-en-weer-door-paradigma’ zeg maar.

Ietwat megalomane roofbouw praktijken

Met een gezonde dosis doorzettingsvermogen is helemaal niets mis, maar toch. Het ‘Hoe-dan-ook-altijd-maar-weer-door’ gedrag ten koste van ons eigen lichaam is weer een beetje het andere uiterste. Het roept het beeld op van een lichaam dat ons te allen tijde en zonder ooit tegen te mogen sputteren maar moet blijven ondersteunen bij het uitvoeren van soms toch ‘ietwat megalomane roofbouw praktijken’.

Eigen aandeel

Nou mag iedereen wat mij betreft helemaal zelf weten hoe hij/zij met zijn/haar eigen lichaam omgaat (en bovendien geldt ook nog eens dat sommige ernstige ziekten je overkomen zonder dat je daar een eigen aandeel in hebt). Maar weet, dat als je het hierboven beschreven ‘altijd-maar-weer-door’ gedrag ergens wel herkent, het zeer waarschijnlijk is dat je vroeg of laat zelf de pineut bent en je lichaam plots komt opeisen wat het door jouw toedoen lang heeft moeten ontberen.

Kan jouw lichaam jou eigenlijk wel vertrouwen?

In plaats van je eigen lichaam te beschouwen als een onuitputtelijke energieleverancier waar jij 24/7 op moet kunnen vertrouwen, is het volgens mij dus vele malen heilzamer om eens een tijdje oprecht stil te staan bij de vraag:

Kan jouw lichaam jou eigenlijk wel vertrouwen?

Geef je jouw lichaam bijvoorbeeld voldoende rust? Heb je een manier van bewegen gevonden die jouw lichaam geeft wat het nodig heeft? Ondersteunt de manier waarop jij met eten en drinken omgaat je lichaam of ondermijn je zo eigenlijk je lichaam en je eigen energie? Luister je naar je lichaam als het je iets te zeggen heeft of leg je het vrij meedogenloos en eenzijdig keer op keer je eigen wil op?

Ons lichaam liegt niet, dus over de vraag of wij op ons eigen lichaam kunnen vertrouwen maak ik me eigenlijk per definitie een stuk minder zorgen dan andersom.

Bewoon en be-leef je hele lichaam en niet alleen je hoofd

Je hebt maar één lichaam en je kunt het halverwege de rit niet even ruilen voor een ander exemplaar. Gebruik je lichaam daarom niet als slaaf, maar geef het de waarde, het respect en de zorg die het nodig heeft en ook verdient. Bewoon en be-leef je hele lichaam en niet alleen je hoofd. Je zult waarschijnlijk, net als ik, compleet versteld staan van wat je daar allemaal wel niet voor terugkrijgt.

© 2017 Mariëlle Borst

Loop niet weg voor pijn, hoe pijnlijk ook

Voelt het goed?

Misschien is het wel nationale toetssteen nummer 1: voelt het goed? Of het nou gaat om onze partnerkeuze, een nieuwe baan of minderen met suiker: het moet vooral goed voelen. Het moet precies het juiste op het juiste moment zijn, als puzzelstukjes in elkaar vallen en voelen alsof het altijd al zo had moeten zijn. Onze taal is er van doordrongen. Onze houding ten opzichte van wat wel en niet goed voelt volgens mij ook.

En wat als het niet goed voelt?

Natuurlijk is er niets mis met je goed voelen. Mij hoor je niet klagen. De angel zit ook niet zozeer in wat goed voelt, want daar weten wij als ‘feel good addicts’ wel raad mee. Maar wat doen we als iets niet goed voelt? Zijn we daar eigenlijk wel zo handig in?

Als er iets gebeurt dat je pijn doet, heb je eigenlijk maar drie opties:

  1. De pijn van je af duwen (vermijding);
  2. De pijn naar je toe trekken (dramatisering);
  3. De pijn voelen (acceptatie).

Shop till you drop

In het kader van pijnvermijding kan je werkelijk waar van alles ondernemen. Wat dacht je van lekker gaan shoppen, een goed glas wijn (of een 2e) of je storten op je werk, je studie, sport of allerlei andere sociale activiteiten?

Voordeel: directe afleiding van de pijn.

Nadeel: je moet er behoorlijk veel tijd, energie en geld in blijven stoppen, want na de afleiding komt de pijn natuurlijk gewoon weer terug en dat heeft zo zijn prijs.

Zelfhulpboeken en eindeloze analyses

Pijn naar je toe trekken, heeft al net zo’n onmiskenbare aantrekkingskracht. Wie heeft er nou niet wat zelfhulpboeken met enigszins dramatische titels (‘When your lover is a liar’, ‘Als liefde pijn doet en je weet niet waarom’) in de kast staan? Wie heeft alles wat er mis ging nou niet eindeloos geanalyseerd met een goede vriend(in)? Natuurlijk, lezen geeft inzicht en een goed gesprek is onmisbaar. Maar als de pijn, ondanks al dat lezen, analyseren en praten nog steeds niet ophoudt en het 10e gesprek wel heel erg op alle gesprekken daarvoor gaat lijken? Wat dan?

Wat we niet doen

Eigenlijk doen we 1 ding vrij consequent niet als het om pijnbestrijding gaat en dat is onze pijn ‘gewoon’ voelen. Het nemen zoals het komt, hoe pijnlijk het ook is. Het klinkt misschien simpel, maar het daadwerkelijk doen is niet eenvoudig. Voor je het weet ben je namelijk weer aan het vermijden of aan het dramatiseren. Toch kan je jezelf een hoop tijd, geld en energie besparen. Als je eenmaal beseft wat je allemaal wel niet moet doen om je pijn maar niet te voelen, kom je er namelijk al heel snel achter dat dit je veel meer kost dan het oplevert.

Een gevoel wil alleen maar gevoeld worden

Oefen jezelf er daarom in om ook in contact te kunnen staan met dat wat niet goed voelt. Voel wat er met je gebeurt als iets je pijn doet en loop er niet voor weg. Laat je zelf op zo’n moment niet in de steek en blijf bij je gevoel zoals je bij een vriend(in) die verdriet heeft zou blijven. Realiseer je dat dit oefening vraagt en zie iedere minuut dat het je lukt als winst. Een gevoel wil maar één ding en dat is door jou erkend en gevoeld worden…

Laat die ‘feel good’ drang maar even zitten

Kortom: laat het shoppen en de zelfhulpboeken even voor wat ze zijn. Weet dat hoe meer je probeert dat wat niet goed voelt buiten te sluiten, hoe meer het je leven gaat beheersen. Het leven bestaat nou eenmaal uit goed en kwaad, fijn en niet fijn. Daar horen per definitie ook pijnlijke gevoelens bij. Hoe meer je dit basisgegeven kunt accepteren en ermee in verbinding kunt blijven, hoe voller en energieker jij in het leven kunt staan!

Een reset voor alle full-time stresskippen


Ga naar Instellingen > kies Stress > schat Situatie in > kies Stressinstelling

Stel je eens voor dat er in je lichaam zoiets bestaat als een ‘Smartphone-achtig’ menu ‘Instellingen’ waarmee je, naar gelang de situatie, de meest handige stressinstelling kunt programmeren en zo nu en dan een update kunt uitvoeren. Qua digitaal tijdperk een hele normale gedachtegang, maar qua stressmanagement wellicht een beetje ‘weird’.

Kan ik gaan slapen of staat er een brullende tijger voor mijn neus?

Toch is dit dichter bij de realiteit dan je denkt, want in ons overlevingsinstinct zit een soort ‘stress-schaal’ van 1 t/m 10. Instelling 1 bereidt je lichaam voor op situaties waarin er totaal geen gevaar dreigt en je dus helemaal kunt ontspannen (handig als je wilt gaan slapen). Instelling 10 bereidt je lichaam voor op situaties waarin je hyperalert moet zijn om überhaupt nog te kunnen overleven (handig als er een brullende tijger voor je neus staat).

Ideaal evenwicht

Om een beetje leuk te kunnen leven hebben we zowel ontspanning als alertheid nodig. Van alleen maar ontspannen word je op een gegeven moment sloom en van continu alert zijn word je hyper en raak je uitgeput. Het ideale evenwicht bestaat uit weten wanneer je het touwtje strak moet trekken en wanneer je het weer kunt laten vieren.

Langdurig in de hoogste versnelling

Iedereen maakt wel eens een periode mee, waarin het gewoon keihard ‘doorbuffelen’ is. Deadlines volgen elkaar op, mails blijven je inbox binnenstromen en een crisis is ook niet 1,2,3 afgewend. Op zich geen probleem, want als je gezond bent kan je daar best een tijd tegen. Als de periode waarin je in de hoogste versnelling moet opereren echter te lang gaat duren, stelt je lichaam zich structureel in op een verhoogd stressniveau. Jij ligt dan allang weer lekker op de bank om een beetje bij te komen, maar je lichaam draait nog steeds op volle toeren en jij vraagt je af waarom je toch zo moe blijft….

Overmatig sporten, dramaqueen of thrillseeking

Op het moment dat onze stressinstellingen structureel te hoog staan afgesteld, helpt dit ons niet meer om goed in te spelen op de situatie. Integendeel. Er ontstaat, volledig onbewust, iets omgekeerds. In plaats van onze stressinstelling aan te passen aan onze situatie, gaan we onze situatie aanpassen aan onze verhoogde instellingen. De één kan niet meer stil zitten en gaat overmatig sporten. De ander ontpopt zich als een ‘dramaqueen’ en gaat problemen en ruzie zoeken en weer een ander wordt een aan ‘thrillseeking’ verslaafde ‘adrenaline junkie’.

Update nodig?

Een beetje spanning in je leven is nooit weg, maar op het moment dat het je gezondheid en je relaties gaat ontwrichten en je permanent meer gespannen bent dan nodig, wordt het tijd voor een update van je stressinstellingen. Je kunt hier zelf heel eenvoudig aan werken door bewust te ontspannen. Ga een paar keer per dag na of je spieren aangespannen houdt terwijl dit helemaal niet nodig is. Als je merkt dat je dit doet, laat je vervolgens bewust je spierspanning los. Ideale oefening in de auto of in de rij bij Albert Heijn.

Je kunt ook regelmatig ‘inchecken’ op je eigen stressinstelling en je bewust afvragen waar jij je op dat moment op de schaal van 1 t/m 10 bevindt. Ga vervolgens na of die instelling ook daadwerkelijk nodig is om goed in te kunnen spelen op de situatie waar je je op dat moment in bevindt. Is je instelling te hoog, breng hem in gedachten dan een aantal punten naar beneden, tot de instelling weer bij de huidige situatie past. Je zult verbaasd staan hoe vaak je veel alerter bent dan nodig is!