Je Eigen Plek

In een familiesysteem krijgt iedereen vanaf zijn geboorte (eigenlijk al iets daarvoor) zijn eigen, compleet unieke plek en deze plek is nooit meer in te ruilen voor een andere plek. Je eigen plek is een geboorterecht. De plek van je vader is van je vader, die van je moeder van je moeder, die van je broers en zussen (als je die hebt) van je broers en zussen en die van jou is van jou en dat blijft ook zo. Zelfs na de dood. Lekker overzichtelijk zou je zeggen. Totdat het lot zijn intrede doet en familieleden (inclusief jijzelf) zich opeens ‘all over the place’ begeven….

Wat (on)praktische voorbeelden

Vader of moeder komt jong te overlijden, waardoor één van de kinderen de achtergebleven ouder gaat helpen met dingen die normaal gesproken bij de plek van de overleden ouder hoorden. Het kind komt op de plek van de overleden vader of moeder terecht.

Vader en moeder maken regelmatig ruzie en trekken bewust of onbewust hun kinderen in het speelveld. De kinderen krijgen hierdoor het gevoel dat ze niet trouw kunnen zijn aan beide ouders tegelijkertijd (en dus niet aan zichzelf) en/of ze voelen zich geroepen om tussen hun ouders te gaan bemiddelen. De kinderen komen op de plek van (en tussen) de ouders terecht (in vaktermen ‘triangulatie’).

Een kind voelt zich geroepen om voor één of beide ouders te gaan zorgen, terwijl dat eigenlijk andersom zou moeten zijn. Het kind neemt zo de plek van de ouders van zijn ouders in (in vaktermen ‘parentificatie’). Parentificatie treedt overigens ook op als een kind zó verbolgen is over de eigen opvoeding dat hij of zij zichzelf heimelijk (of openlijk) beter acht dan de eigen ouders en zichzelf boven hen stelt door steeds een negatief oordeel over hen te vellen.

Een kind komt jong te overlijden en een broer of zus vraagt zich af waarom dit kind ‘moest’ sterven, terwijl hij of zij zelf ‘mag’ leven. Vanuit dit innerlijke vraagstuk kan de neiging ontstaan destructief gedrag te gaan vertonen. Het kind probeert zich op deze manier (vaak onbewust) richting de plek van de overleden broer of zus te bewegen (in vaktermen ‘navolgen’).

De communicatie met je schoonfamilie loopt op de een of andere manier via jou in plaats van via je echtgenoot. Jij bent in het familiesysteem van je echtgenoot op de plek van je man (of vrouw) terecht gekomen.

Rode draad

Natuurlijk zijn er nog legio andere voorbeelden te benoemen, maar de rode draad is denk ik wel duidelijk. Er ontstaat een situatie of een familiedynamiek die er toe leidt, of op zijn minst toe uitnodigt, richting een andere plek te bewegen dan de eigen plek en daar de eigen energie aan te wenden om het evenwicht in het familiesysteem te herstellen.

Zoals bovengenoemde voorbeelden duidelijk maken, gebeurt dit soms uit bittere noodzaak, om een door het noodlot getroffen familielid te ontlasten en om als gezin te kunnen overleven. Soms in de hoop dat zo de harmonie in het gezin hersteld kan worden. Soms vanuit onverwerkte emoties of misplaatste superioriteit. Soms vanuit een (onbewuste) binding aan eerdere ingrijpende gebeurtenissen in het familiesysteem. Soms vanuit het idee dat één en ander zo soepeler kan verlopen.

Loyaliteit en Binding

Wat de onderliggende reden om van je eigen plek te gaan ook is, want ook hier zijn nog legio andere (systemische en persoonlijke) drijfveren te benoemen, de onderliggende

loyaliteit en binding aan je eigen familiesysteem

 is een

 niet te onderschatten kracht

die per definitie

veel meer invloed

op ons leven heeft

dan we beseffen….

Winst & Verlies

Precies daarom valt er zoveel winst te behalen als we proberen ons meer bewust te worden van de plek die we binnen ons familiesysteem innemen en tevens tijdig leren herkennen wanneer we op de plek van iemand anders terecht zijn gekomen (dit geldt overigens ook voor de plek die we binnen organisatiesystemen innemen).

Langdurig op de plek van een ander bivakkeren heeft namelijk nogal wat nadelige consequenties. Zowel voor het systeem als voor het individu dat op de plek van een ander terecht is gekomen.

Het verstoren van de ordening

Op het niveau van het systeem raakt allereerst de ordening verstoord, waardoor de liefde en de energie in het systeem niet meer goed kunnen stromen. Dit geeft allerlei vormen van collectief gedonder en stagnatie, zoals bijvoorbeeld: chronische onrust, angst, wantrouwen, gedoe om niks (of om alles), slepende conflicten, machtstrijd, onderhuidse spanningen, het buitensluiten van familieleden, ongezonde verhoudingen, doelen die maar niet in zicht komen, ziektes, vermoeidheid, etc.

Het verstoren van de balans

Op het niveau van het individu dat niet op zijn eigen plek staat, kan het aanvankelijk nog best prettig voelen. Een plek hoger in de hiërarchie van het systeem kan je in het begin bijvoorbeeld nog wel het gevoel geven dat je belangrijker bent dan voorheen en dat jij dit varkentje, in tegenstelling tot hen die jou hierin voorgingen, wél even gaat wassen.

Helaas is dit gevoel uiterst tijdelijk, want groter moeten zijn dan je eigenlijk bent gaat ‘deep down’ altijd hand in hand met faalangst. Vervolgens treedt er ook nog eens een soort wet in werking, die maakt dat alles wat je vanaf een andere plek dan je eigen plek onderneemt, uiteindelijk meer energie kost dan het oplevert. Je geeft op de plek van een ander dus structureel meer dan je ontvangt.

Tegelijkertijd is het op de plek van een ander een stuk onwaarschijnlijker dat je krijgt wat je nodig hebt om op een gezonde manier je eigen leven te kunnen leiden. De liefde en de energie die normaal gesproken vrijelijk door het systeem stromen zijn immers geblokkeerd geraakt door de verstoring van de ordening.

“Alleen het eigene dragen sterkt”

Dit alles maakt dat je eigenlijk alleen echt gezien, gehoord, begrepen en gesteund kan worden als je vanuit je eigen plek leeft, spreekt en handelt. Je eigen plek is immers de enige plek waar je thuis hoort in de diepste zin van het woord. Het is tevens de enige plek die je de kracht geeft te dragen wat van jou is.

Mocht je dus het gevoel hebben dat je regelmatig verstrikt raakt in situaties waar je niet direct de vinger achter krijgt of merken dat een bepaalde situatie je disproportioneel veel energie kost, ga dan eens na of je nog wel op je eigen plek staat.

Mocht je onverhoopt op een andere plek terecht zijn gekomen, zoek dan (bijvoorbeeld aan de hand van een zeer aan te raden workshop familieopstellingen bij het Bert Hellinger Instituut of met hulp van een systemisch geschoolde professional) uit hoe je daar terecht gekomen bent en vooral ook wat je daar houdt en laat het vervolgens in alle eerbied los, want zowel voor jou als voor ieder ander geldt:

“Alleen het eigene dragen sterkt.”

 

BE-KIJK het maar!

“Let’s plant olive branches where there was barbed wire before.”

JIPPIE:Ruzie

Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die zich vreselijk verheugde op het weekend om vervolgens dolgelukkig ten strijde te trekken tegen familie, vriend of zelfs maar tegen vijand. Ondanks dit collectieve gebrek aan enthousiasme, ken ik werkelijk waar helemaal niemand die nog nooit ruzie heeft gehad. Waarschijnlijk ken ik zelfs geen mensen die dierbaren hebben waar ze zich nog nooit aan geïrriteerd hebben.

Ruzie-vrije zones en het ‘Pais en Vree Model’

Ik ken wel veel mensen die het makkelijker vinden hun persoonlijke relaties als ruzie-vrije zones te presenteren richting de buitenwereld, dan om openlijk toe te geven dat het thuis ook wel eens flink kan botsen. Nou ben ik er zelf ook wel een voorstander van om dat wat er speelt tussen de mensen die het rechtstreeks aangaat te houden. Maar het feit dat er naar buiten toe redelijk frequent het ‘Pais & Vree Model’ wordt gehanteerd heeft volgens mij niet alleen te maken met veiligheid, respect en integriteit, maar vooral ook met schaamte, onzekerheid en angst voor verandering.

Toch een beetje taboe

Je hebt ongetwijfeld het (overigens waarschijnlijk correcte) gevoel dat het beeld dat de buitenwereld van je heeft ingrijpend zou veranderen als ze getuige zouden zijn van jouw ruzies. Een flinke ruzie brengt nou eenmaal niet de allermooiste kanten van jezelf en de ander aan het licht en achteraf had je een ruzie, of wat er aan vooraf ging, eigenlijk bijna altijd anders aan willen pakken. Verder maak je je na afloop van een ruzie wellicht ook nog eens zorgen of de onderlinge relatie beschadigd is geraakt door de ruzie. Of over dat nu definitief blijkt dat er iets mis is met jezelf, de onderlinge relatie of met de persoon waar je ruzie mee hebt gemaakt. Of je beseft dat de ruzie aan het licht heeft gebracht dat er nu echt iets moet veranderen, maar je weet niet zeker of en hoe je/jullie dat zonder kleerscheuren voor elkaar kunnen krijgen.

Schaamte, onzekerheid en angst zijn slechte raadgevers

Je laten leiden door deze gevoelens leidt in de meeste gevallen echter niet tot: het helen van de relatie, het tot stand brengen van de noodzakelijke veranderingen, bewustwording op de ruzie gerelateerde thema’s of verbetering van je ruzie-skills.

Vermijden van de persoon, het thema of het oordeel van de buitenwereld

Het volgen van deze raadgevers leidt over het algemeen voornamelijk tot het besluit om je innerlijk (langzaam en impliciet) of uiterlijk (snel en expliciet) terug te trekken uit de relatie in kwestie (of er juist te lang in te blijven hangen). Of het leidt tot versterking van je innerlijke motivatie om ruzie en de bijbehorende thema’s voortaan zoveel mogelijk te vermijden. Of, als dat niet lukt (en dat lukt echt niet), extern maar weer te kiezen voor het ‘Pais & Vree Model’ om het element ruzie op zijn minst dan maar zoveel mogelijk te verbergen voor de buitenwereld. Een echte ‘die hard’ weet de ‘ins en outs’ van een ruzie zelfs langdurig voor de eigen binnenwereld te verbergen…

Onbenutte potentie

Deze neiging tot het ‘zoekmaken’ van het element ruzie is wat mij betreft zonde. Een flinke ruzie is inderdaad vervelend en pijnlijk, maar aan de andere kant geeft ruzie ook toegang tot potentie die anders onbenut blijft. Het biedt bijvoorbeeld een uitstekend podium om: De lucht te klaren. Te zeggen wat je echt te zeggen hebt. Jezelf en de ander beter te leren kennen (inclusief minder mooie eigenschappen). Te ontdekken wat er voor jou en de ander wel en niet werkt. Het goede gesprek op tafel te krijgen. Duidelijk te zijn over waar je voor staat, wat je voelt, wat je wel en niet wilt en wat je van de ander verwacht en dat ook van de ander te horen. Grenzen aan te geven en te handhaven. Samen (en anders alleen) naar een nieuw en gezonder evenwicht te bewegen. Op te ruimen of te veranderen wat niet (meer) past. Verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen aandeel in wat er tussen jou en de ander is ontstaan. Ruimte te creëren voor iets dat om aandacht vraagt, maar het blijkbaar niet of onvoldoende heeft gekregen. In te sluiten wat er aan onszelf, de relatie of aan de ander lastig, pijnlijk of gemankeerd is, maar wat wellicht juist liefde nodig heeft.

Ondergrondse beweging

Een goede ruzie op zijn tijd kan voorkomen dat verlangens en gevoelens voor een langere periode ‘ondergronds’ gaan om daar vervolgens onbesproken, onbeantwoord en onverzorgd te gaan liggen sluimeren, stapelen, rotten en vervormen. Loerend op een kans zich (via verschuiving- & projectiemechanismen) te hechten aan iets dat in de buitenwereld gebeurt. Om vervolgens op te spelen in een situatie die vrijwel niets meer met het oorspronkelijke euvel te maken heeft, waardoor de knoop die uiteindelijk ontstaat bijzonder lastig te ontwarren wordt. Als je dit ondergrondse gedoe maar lang genoeg volhoudt heb je op den duur een uiterst solide relatie breekijzer met het steeds dieper ingesleten patroon BEKIJK HET MAAR! in handen.

BE-KIJK het maar

Tot dit (slechts een tikkeltje door mij gedramatiseerde) niveau hoeft het natuurlijk helemaal niet te komen. Want als je onderweg de tijd en aandacht neemt om zowel individueel als samen te be-kijken wat er speelt, transformeer je dat breekijzer al snel in iets dat relaties verbindt en disfunctionele patronen verbreekt. En dat is toch een stuk aangenamer dan andersom: het verbreken van relaties en het verbinden van disfunctionele patronen.

Be-kijk allereerst waar een ruzie voor jou nou eigenlijk echt om gaat en stel die vraag ook aan de ander. Het klinkt misschien gek, maar vaak is dat heel iets anders dan waar een ruzie in eerste instantie om lijkt te gaan.

Be-kijk je eigen ruziegedrag. Stel je in dit kader voor de lol eens voor dat jouw gedrag tijdens een ruzie gefilmd wordt en we het met zijn allen via ‘(a)sociale media’ even gezellig gaan terugkijken. Op deze manier kijk je namelijk opeens met heel andere ogen naar je eigen aandeel in eenruzie. Doe jij tijdens een ruzie moeite om echt naar de ander te luisteren en je in de ander te verplaatsen of verzamel je voornamelijk ammunitie om je eigen punt nader te onderbouwen? Draagt wat jij in een ruzie zegt bij aan verdere escalatie of aan hernieuwde verbinding? Laat je de ander zien wat je echt dwars zit en wat kwetsbaar is of moet de ander daar altijd eerst mee komen? Laat je de ander over je heen lopen of weet je je eigen plek in te nemen en te zeggen wat je te zeggen hebt? Sta je nog in verbinding met het grotere geheel van jullie relatie of laat je het deel waar de ruzie over gaat allesoverheersend worden?

Goed ruziemaken is wel degelijk iets dat je kunt leren

Wat je ook ziet op dit enigszins onorthodoxe filmpje: het is bijzonder leerzaam om het eens aandachtig te be-kijken en vervolgens te bedenken wat je voortaan anders wilt gaan doen. Goed ruziemaken is namelijk wel degelijk iets dat je kunt leren of op zijn minst kunt verbeteren.

Los het op vanuit een diepere laag: hoofd -> gevoel -> lichaam

Zie je op jouw ruzie-filmpjes meestal twee mensen die een soort ultra snelle pingpong wedstrijd met woorden houden, dan is het raadzaam om voortaan tijdens dat eindeloze “gehakketak” even een pauze in te lassen en (allebei) ruimte te maken voor de vraag: wat voel ik nou eigenlijk?

Door jezelf deze vraag te stellen zak je als het goed is van je hoofd naar je gevoel. Je hoofd werkt vele malen sneller dan je gevoel, dus als je geen pauze inlast en jezelf (én de ander!) niet de tijd gunt om contact te maken met onderliggende gevoelens, blijf je in de snelheid van het hoofd en de daarbij behorende heen en weer gaande woordenstroom hangen en zo kom je meestal niet veel verder. Vaak kom je er eenmaal op het niveau van het gevoel beland opeens wel uit met elkaar.

Kom je er op gevoelsniveau toch ook nog niet uit? Vertraag dan nog verder en ga nog een laagje dieper door contact te leggen met wat er in je lichaam gebeurt en benoem dat. Op deze manier stap je uit je gebruikelijke actie-reactie patroon en ontstaat er zowel bij jezelf als bij de ander ruimte voor iets anders.

“Alles van waarde is weerloos”

Dankzij mijn lieve man en mijn meest dierbare vrienden heb ik ervaren dat liefde zich bij uitstek toont op het moment dat je elkaar door alles heen de hand kan blijven reiken, want o wat zijn we dan toch eigenlijk kwetsbaar…..

“Alles van waarde is weerloos,

wordt van aanraakbaarheid rijk

en aan alles gelijk”

Lucebert

Stoelriemen vast!

Hagelwitte stranden of terrorisme?

Het zal je misschien verbazen, maar na het lezen van de titel ’Stoelriemen vast’ ontstaan er naar alle waarschijnlijkheid direct twee groepen lezers. De eerste groep verheugt zich op een verre vliegbestemming en geeft zich stante pede over aan dagdromen over hagelwitte stranden, wuivende palmbomen, exotische culturen, ongeëvenaarde trektochten door ongerept natuurschoon, etcetera. De tweede groep voelt ter hoogte van het woord  ‘Stoelriemen’ al een vage kramp door de onderbuik trekken en belandt vervolgens na het woord ‘vast’ definitief en ongewild in ‘dagmerries’ over terrorisme, turbulentie, fatale crashes en psychotische piloten.

Eén op de 3 Nederlanders

Het feit dat er vaak wat lacherig wordt gedaan over vliegangst is onterecht, want maar liefst één op de drie Nederlanders ervaart stressklachten als het om vliegen gaat. Het feit dat deze groep zo groot is, heeft niets te maken met het feit dat vliegen objectief gezien grote risico’s met zich meebrengt. Reizen per vliegtuig is namelijk nog steeds verreweg de meest veilige manier van reizen. Deze groep is zo groot, omdat vliegen nou eenmaal appelleert aan een heel scala aan onderliggende angsten (die in de meeste gevallen, als je er wat dieper in kijkt, trouwens eigenlijk heel ergens anders over gaan).

Van claustrofobie tot sociale angst

Voor de een is het meest verschrikkelijke aan vliegen dat je gedurende een lange periode opgesloten zit in een kleine ruimte. Anderen houden nou eenmaal niet van grote hoogten of van uren lang lucht inademen die pak hem beet 360 onhygiënische anderen net uitgeademd hebben. Een volgende passagier vindt het niet te verdragen dat je in een vliegtuig zelf geen enkele controle kunt uitoefenen op het wel en wee van het vliegtuig, terwijl degene daarnaast juist doodsangsten uitstaat bij de gedachte dat onbevoegden tijdens de vlucht wél controle gaan krijgen over het vliegtuig. Dan zijn er natuurlijk ook nog mensen die een traumatische gebeurtenis in hun systeem hebben zitten of een ietwat turbulente ervaring hebben gehad tijdens een eerdere vlucht. Tenslotte is er ook nog een groep die vliegen een stuk aangenamer zou vinden als het zonder al die andere mensen om zich heen kon. Kortom: vliegangst kent vele verschillende gezichten.

Goed behandelbaar

Mocht je zelf last hebben van enige vorm van vliegangst, dan is het belangrijk om voor jezelf eens na te gaan waar jij precies bang voor bent op het moment dat je gaat vliegen. Als je vliegangst dusdanige vormen aan gaat nemen dat je bepaalde vakanties gaat vermijden, dierbare vrienden of familie niet meer durft op te zoeken of er zelfs je baan voor wilt gaan opzeggen, is het raadzaam om deskundige hulp te zoeken. Bijvoorbeeld bij een ervaren therapeut of bij de Stichting Valk. Vliegangst kan behoorlijk onprettige vormen aannemen, maar is, in verreweg de meeste gevallen, gelukkig ook heel goed behandelbaar

Doe-het-zelf

Mocht je het, om wat voor reden dan ook, niet nodig of niet wenselijk vinden om professionele hulp te zoeken, dan is er gelukkig ook veel dat je zelf kunt doen om jouw specifieke stress over vliegen beter te leren hanteren.

Zorg dat je uitgerust aan je vlucht begint en vermijd overmatig gebruik van drankjes die hartslagverhogend werken (alcohol en cafeïne).

Neem, als je je zorgen maakt dat je stress aan boord kan oplopen tot een paniekaanval (in overleg met je huisarts), voor de zekerheid wat pilletjes mee waar je wat rustiger van wordt. Houd er wel rekening mee dat middelen als Oxazepam in sommige landen in het kader van de narcoticawet verboden zijn. Soms is de wetenschap dat je iets kunt doen om rustiger te worden als je stress krijgt al hulp genoeg en hoef je het pilletje aan boord uiteindelijk niet eens in te nemen

Zoek afleiding op momenten dat je stress omhoog voelt komen, bijvoorbeeld door op je smartphone (in vliegtuigmodus) naar je lievelingsmuziek te luisteren, een inspirerend boek mee te nemen of aan boord een mooie film te bekijken.

Let op je ademhaling. Adem niet te snel en te oppervlakkig in, want dan vergroot je de kans dat je gaat hyperventileren. Focus op je uitademing door langer uit- dan in te ademen en blaas je adem langzaam uit alsof je kaarsjes op een verjaardagstaart uitblaast. Breng je aandacht naar je voeten of naar een punt zo laag mogelijk in je lichaam, zodat je, ook in de lucht, zo goed mogelijk geaard en verbonden met je lichaam blijft.

Aanvaard je angst

Tenslotte de meest effectieve, maar helaas ook meest moeilijk toe te passen handreiking:

Probeer de angst die naar boven komt te accepteren in plaats van te bestrijden

Heet je angst als het ware welkom in plaats van je er direct met hand en tand tegen te gaan verzetten. Denk als je naar de luchthaven reist (of als je je stoelriem vast maakt) niet ‘o jee, straks krijg ik weer vliegangst’, maar vervang deze gedachte door ‘waarschijnlijk krijg ik zo weer vliegangst en dat is ok, want ook dat gaat weer voorbij en bovendien weet ik wat ik moet doen als het zich voordoet’.

Richt je dus niet op de (overigens volstrekt begrijpelijke) wens dat je angst á la minute moet verdwijnen, omdat het zo rot voelt en je bang bent dat het erger wordt. Leer jezelf hoe je je eigen angst er kunt laten zijn en hoe je er vervolgens goed mee om kunt gaan. Hoe meer je angst gaat afwijzen, vermijden en onderdrukken, hoe sterker je de angst (onbedoeld) maakt.

Angst is net een opblaasbal

Angst is namelijk net als een opblaasbal: hoe harder en dieper jij hem onder water probeert te duwen, des te sneller, hoger en oncontroleerbaarder hij boven de oppervlakte uit zal schieten. Angst voedt zich met de kracht waarmee jij het uit de weg probeert te gaan of probeert te onderdrukken, maar verliest zijn grip zodra je stopt met wegbewegen, je omdraait en de angst recht doch met compassie aankijkt.

Oefen jezelf daarom in je angst met open vizier tegemoet treden en er vanuit acceptatie bij aanwezig kunnen blijven. Dit klinkt wellicht als een onmogelijke of ietwat zweverige opgave, maar als je deze beweging eenmaal een keer ervaren hebt, wordt het een hele concrete ervaring die je steeds makkelijker af zal gaan.

P.S. Ik spreek uit eigen ervaring, want bij mij zat ooit het (op dit onderwerp zeer aan te raden) boek ‘Glimlach naar angst’ door Chögyam Trungpa in mijn handbagage (te bestellen via juwelenschip.nl).

Controlfreaks opgelet!

Nachtelijk gepieker

Toen ik nog bij Twynstra Gudde in Amersfoort werkte, lag ik een keer midden in de nacht te piekeren over een lastige adviesopdracht. Totdat mijn man tegen me zei: “Hier kom je denkend niet uit” (ik verstond gelukkig niet per ongeluk “Hier kom JIJ denkend niet uit”, maar dit terzijde).

Het meest absurde en letterlijk ondenkbare voorstel aller tijden

“Hier kom ik denkend niet uit, hier kom ik denkend niet uit”, ging er door me heen. Hoe kom ik hier in vredesnaam dan WÉL uit? Er ZIJN toch überhaupt geen andere opties dan ergens denkend uit komen? Kortom: Mijn hoofd vond dit destijds werkelijk waar het meest absurde en letterlijk ondenkbare voorstel aller tijden. Toch wist ik op de een of andere manier tegelijkertijd ook dat het waar was….

Ik probeerde denkend controle te creëren

Dit besef leidde tot inzicht. Ik realiseerde me dat ik denkend op een punt probeerde te komen waar deze opdracht niet meer lastig voor me was. En tja, of ik nou nog één of nog duizend uur ging nadenken: de realiteit kreeg ik denkend niet veranderd.

De realiteit bleef hetzelfde, maar mijn perspectief verschoof

Opeens voelde ik opluchting. De realiteit trok zich weliswaar helemaal niets aan van al mijn gedenk, maar mijn perspectief op de realiteit verschoof wel degelijk. Ik gaf me over aan het feit dat ik deze opdracht nou eenmaal lastig vond en niet wist hoe het nou verder moest. Ik zag in dat mijn nachtelijk gepieker even zinvol was geweest als een poging vanuit mijn Leidse bed de Amersfoortse Kei op te tillen. Ik viel eindelijk in slaap (en mijn man ook). Met die opdracht kwam het goed.

Altijd handig: Een oeroud ZEN principe

Het is logisch dat je controle wilt uitoefenen op wat je wel en vooral ook niet wilt dat er gebeurt en met je gezond verstand gebruiken als je ergens niet direct uitkomt is ook niets mis. Het is tegelijkertijd echter ook behoorlijk heilzaam om te beseffen dat:

‘Zelfs als je alles wat je gebeurt onder controle probeert te houden, het je niet lukt om alles wat je gebeurt onder controle te houden’.

Dit oeroude ZEN principe laat ons zien dat er van nature nou eenmaal een grens zit aan wat je als mens onder controle kunt houden. Probeer je voorbij die grens de boel onder controle te houden, dan draagt de manier waarop je controle probeert te houden over het algemeen meer bij aan het probleem dan aan de oplossing.

Controle vormt soms dus meer het probleem dan de oplossing

Zo blokkeer je de boel als je probeert te controleren waar je eigenlijk alleen nog maar kunt accepteren. Zo krijg je soms pas toegang tot nieuwe oplossingen op het moment dat je je over kunt geven aan niet–weten. Zo komt er soms pas een nieuwe beweging op gang als je de controle van je mind loslaat en eerst je gevoelens toelaat. Zo komen dingen vaak pas naar je toe als je eerst iets anders loslaat. Kortom: controle zet dingen vast.

Chagrijn, verlies van energie en stagnatie

Belangrijke indicaties dat de manier waarop jij controle probeert te houden meer hindert dan helpt, zijn (naast een heel chagrijnige of enigszins over de kling gejaagde omgeving): verlies van energie en stagnatie.

Een overmaat aan controle kost namelijk altijd veel meer energie dan het oplevert. Dit komt doordat je iets probeert te controleren wat eigenlijk helemaal niet te controleren valt en wat, hoeveel energie jij er ook in blijft stoppen om het alsnog wél onder controle te krijgen, dus ook niet onder controle gaat komen. Kortom: Als je jezelf (nog) niet uitput met je eigen controledwang, dan put je de mensen om je heen wel uit. Vraag dat laatste voor de zekerheid maar eens na aan je naaste omgeving…

Verder geeft een overmaat aan controle altijd stagnatie. In een situatie waar totale controle heerst staat alles eigenlijk stil, omdat je de boel compleet fixeert. In die zin zou je zelfs kunnen zeggen dat totale controle gelijk staat aan de dood. Recht tegenover de stroom van het leven, waar alles altijd in beweging is en blijft

Het leven voltrekt zich aan ons

Wij proberen als mens zo goed mogelijk ons leven te leiden, terwijl het leven zich tegelijkertijd ook aan ons voltrekt. Dit laatste is een onnoembaar mysterieus en schitterend gegeven. Het maakt het idee dat we alles onder controle kunnen houden weliswaar tot een illusie, maar biedt ons zo lang we leven iedere dag weer een nieuw avontuur waarin van alles kan gebeuren.

Ongestoorde ontwikkeling

Fixeer je dus niet te veel op dingen volledig in de hand willen houden en overal altijd maar direct een antwoord op moeten weten. Geef je over aan het avontuur dat het leven je van nature dagelijks aanbiedt en leer in de ruimte van het niet-weten te zijn met al je vragen, zonder direct in controle-modus te schieten.

“Het komt erop aan alles te leven
Als je de vragen leeft
Leef je misschien langzaam maar zeker
Zonder het te merken
Op een goede dag
Het antwoord in” *

*Uit: Ongestoorde Ontwikkeling van Rainer Maria Rilke

Pap, Mam, ik blijf tot mijn 45e thuis wonen hoor…

IKEA als overgangsritueel

De meeste kinderen verlaten zo rond hun 18e het ouderlijk huis. Je weet wel. Zo’n grote weekendtas. Een bezoek aan IKEA. Een Boedelbak. Ruzie met je vader over welk schroefje waar moet bij het in elkaar zitten van je gloednieuwe Billy boekenkast en je moeder die, zowel ongemerkt als net in het zicht, heel lief een traantje wegpinkt. En dan is het zover: je woont op kamers en je voelt je super volwassen. Behalve dan in het weekend en als de was gedaan moet worden.

Vrijheid in gebondenheid

Afhankelijk van hoe de relatie met je ouders was, zal je er behoefte aan hebben om dingen hetzelfde of juist 180 graden anders aan te pakken dan thuis. In beide gevallen ben je, al dan niet bewust, nog gebonden aan je ouders. In het eerste geval door ze te volgen en in het tweede geval door je tegen hen af te zetten.

Studie: De blik op de buitenwereld

Over het algemeen ga je in deze fase van je leven vooral de interactie aan met je nieuwe buitenwereld. Studie, relaties en vrienden nemen alle aandacht in beslag. Als er iets misgaat word je geraakt en soms niet al te zuinig ook. Je lost op wat er op te lossen valt of je laat het achter je zonder het echt op te lossen. Je loopt door en bent er (afhankelijk van je karakter) van overtuigd dat het hele gebeuren aan jezelf, aan de ander of aan de omstandigheden lag en dat het vanaf nu vast anders zal gaan lopen. Mogelijkheden zat.

Relaties: Patronen herhalen zich, je loopt vast

Vroeg of laat komt er in je leven een moment waarop dit jeugdige optimisme tot het verleden gaat behoren of op zijn minst danig op de proef wordt gesteld. Je krijgt met onomkeerbare tegenslag te maken of je loopt vast in iets dat belangrijk voor je is. Je wordt geconfronteerd met de consequenties van je eigen gedrag en de keuzes die je gemaakt hebt. Terugkijkend op je jeugd, je studie, je carrière en je relaties besef je dat er een patroon zit in de dingen waar je tegen aan loopt. Het lukt niet meer om je leven op de oude voet voort te zetten. Een crisis dient zich aan in de vorm van een ziekte, een burn-out, een ongeval, scheiding, het verlies van een dierbare, een reorganisatie, ontslag of niet weten wat je nou écht wilt qua werk. Wat niet (of niet meer) mogelijk is voelt opeens een stuk dichterbij dan wat wel mogelijk is.

Crisis: De illusie van maakbaarheid lost op

Meestal gebeurt dit zo rond het 40e-45e levensjaar. Het leven is minder maakbaar dan je dacht en er doen zich problemen voor die misschien wel helemaal niet op te lossen zijn of niet op de manier waarop jij of de mensen om je heen dat graag zouden willen. Van binnen strijden stemmen die willen vechten “Het is ook allemaal jouw schuld!” of vluchten “Is dit het nou?” met een stem die het wil nemen zoals het komt “Het is zoals het is”.

Welke weg kies je?

Afhankelijk naar welke stem je luistert gebeurt er nu het volgende. Óf je houdt vast aan de illusie van almacht en maakt structureel ruzie met je ouders, je partner, je baas of je kind. Het ligt tenslotte overduidelijk allemaal aan hen en niet aan jou. Óf je houdt vast aan de illusie van maakbaarheid en je vlucht naar voren in een volgende baan, relatie, kind, huis, aankoop, etc. Óf je kijkt de crisis die zich aandient, hoe pijnlijk ook, recht in de ogen.

Uitstel van executie of er dwars door heen?

De eerste twee wegen voeren je weg van je eigen verantwoordelijkheid en dieperliggende emotionele issues, maar bieden wel uitstel van executie. Belemmerende patronen zijn taaie rakkers (ook in een relatie met die befaamde tien jaar jongere nieuwe partner) en de prijs die je moet betalen als je blijft vechten of vluchten is hoog. De derde weg voert je dwars door alle vraagstukken heen. Niet omdat dit nou zo comfortabel is, maar omdat de crisis dit van je vraagt. Het is tijd om met je eigen antwoord te komen.

En dan verlaat je, rond je 45e, alsnog het ouderlijk huis…

Je wordt je bewust van patronen die in je jeugd zijn ontstaan. Je accepteert dat het is gegaan zoals het is gegaan. Je wijst voor alles dat fout ging niet langer naar je ouders, maar bent hen dankbaar voor het doorgeven van het leven en alles wat er wél was. Je ziet in dat zij, net als jij, ook maar mensen zijn die nou eenmaal fouten maken en die dingen in hun leven wel of niet opgelost krijgen. Je neemt de verantwoordelijkheid voor je eigen aandeel en de gevoelens die je als kind nog geen plek kon geven. Je laat je ouders hierin los en geeft hen daarmee terug aan zichzelf. De gebondenheid aan je ouders maakt plaats voor verbondenheid met je ouders.

Je gaat waarschijnlijk niet naar IKEA en de boedelbak (met zijn oude lading) koppel je ook af, maar je verlaat wel degelijk nog een keer het ouderlijk huis. Dit keer alleen niet fysiek, maar emotioneel.

“Tweemaal wordt een mens geboren, eenmaal uit zijn ouders en eenmaal uit zichzelf.”

Kan jouw lichaam JOU eigenlijk wel vertrouwen?

Gezonde mensen hebben 1000 wensen, zieke mensen maar 1

Mijn nichtje schreef me vorig jaar een kerstkaart waarop ze schreef dat gezonde mensen 1000 wensen hebben en zieke mensen maar 1. Kernachtiger had ze het niet kunnen zeggen, want we beseffen de waarde van een gezond lichaam pas goed op het moment dat er structureel iets aan hapert. Dan wordt namelijk pas duidelijk wat ons lichaam normaal gesproken allemaal wel niet voor ons doet en ook hoeveel we er wel niet voor over zouden hebben als wijzelf, of de mensen waar we van houden, weer helemaal gezond zouden kunnen worden.

Vanzelfsprekend

We zien een gezond lichaam het grootste deel van de tijd als iets dat vanzelfsprekend is. Aan de ene kant is dat goed, omdat het nou ook weer niet al te praktisch is om, naast het ‘dealen’ met wat ons op een dag feitelijk gebeurt, ook nog eens bezig te moeten zijn met alles dat ons ‘zou kunnen’ gebeuren. Aan de andere kant veronachtzamen we zo helaas vrij gemakkelijk wat er nodig is om vooral ook gezond te kunnen blijven.

In de steek gelaten door je eigen lichaam

Zoals met zoveel dingen, dringt de waarde van iets dus pas goed tot je door als je het verliest en zelfs dát schudt ons nog niet altijd wakker. Ik heb veel mensen (inclusief mezelf) na een periode van ziekte horen zeggen dat ze zich in de steek gelaten voelden door hun eigen lichaam en dat ze het, nu ze weer op de been waren, nog steeds moeilijk vonden om weer helemaal op hun lichaam te vertrouwen.

Je lichaam als sta-in-de-weg

Het eigen lichaam had het immers op een tijdstip dat ‘het helemaal niet uitkwam’ laten ‘afweten’ en moest nu eerst ‘behandeld’ worden. Alsof dat nog niet erg genoeg was, moest daarna een ‘hele herstelperiode’ in acht genomen worden waarin ‘het rustig aan gedaan moest worden’. Nu moest alles ‘het gewoon maar weer eens doen’, want al met al had ‘dat hele akkefietje’ sowieso al ‘veel te veel tijd, geld en gedoe’ gekost. Hoog tijd om weer eens ‘vol aan de bak’ te gaan…

‘Paracetamolletje-er-in-en-weer-door-paradigma’

In het verlengde van deze ‘mijn-lichaam-dwarsboomt-hier-verdorie-de-hele-boel-houding’ heb ik ooit een extreem intelligent iemand zijn ziekte uiterst serieus horen omschrijven als een ‘gevalletje-kanker-dat-even-opgelost-moest-worden’. Dit klinkt wellicht als een uitzondering, maar ik geloof dat dit ogenschijnlijk bizarre voorbeeld iets zegt over de manier waarop we allemaal wel eens geneigd zijn om problemen met onze gezondheid onder de categorie ‘hinderlijke-onderbreking-van-wat-we-zelf-van-plan-waren’ te schuiven. Het ‘Paracetamolletje-er-in-en-weer-door-paradigma’ zeg maar.

Ietwat megalomane roofbouw praktijken

Met een gezonde dosis doorzettingsvermogen is helemaal niets mis, maar toch. Het ‘Hoe-dan-ook-altijd-maar-weer-door’ gedrag ten koste van ons eigen lichaam is weer een beetje het andere uiterste. Het roept het beeld op van een lichaam dat ons te allen tijde en zonder ooit tegen te mogen sputteren maar moet blijven ondersteunen bij het uitvoeren van soms toch ‘ietwat megalomane roofbouw praktijken’.

Eigen aandeel

Nou mag iedereen wat mij betreft helemaal zelf weten hoe hij/zij met zijn/haar eigen lichaam omgaat (en bovendien geldt ook nog eens dat sommige ernstige ziekten je overkomen zonder dat je daar een eigen aandeel in hebt). Maar weet, dat als je het hierboven beschreven ‘altijd-maar-weer-door’ gedrag ergens wel herkent, het zeer waarschijnlijk is dat je vroeg of laat zelf de pineut bent en je lichaam plots komt opeisen wat het door jouw toedoen lang heeft moeten ontberen.

Kan jouw lichaam jou eigenlijk wel vertrouwen?

In plaats van je eigen lichaam te beschouwen als een onuitputtelijke energieleverancier waar jij 24/7 op moet kunnen vertrouwen, is het volgens mij dus vele malen heilzamer om eens een tijdje oprecht stil te staan bij de vraag:

Kan jouw lichaam jou eigenlijk wel vertrouwen?

Geef je jouw lichaam bijvoorbeeld voldoende rust? Heb je een manier van bewegen gevonden die jouw lichaam geeft wat het nodig heeft? Ondersteunt de manier waarop jij met eten en drinken omgaat je lichaam of ondermijn je zo eigenlijk je lichaam en je eigen energie? Luister je naar je lichaam als het je iets te zeggen heeft of leg je het vrij meedogenloos en eenzijdig keer op keer je eigen wil op?

Ons lichaam liegt niet, dus over de vraag of wij op ons eigen lichaam kunnen vertrouwen maak ik me eigenlijk per definitie een stuk minder zorgen dan andersom.

Bewoon en be-leef je hele lichaam en niet alleen je hoofd

Je hebt maar één lichaam en je kunt het halverwege de rit niet even ruilen voor een ander exemplaar. Gebruik je lichaam daarom niet als slaaf, maar geef het de waarde, het respect en de zorg die het nodig heeft en ook verdient. Bewoon en be-leef je hele lichaam en niet alleen je hoofd. Je zult waarschijnlijk, net als ik, compleet versteld staan van wat je daar allemaal wel niet voor terugkrijgt.

HELP: Er zit een NON STOP radio in mijn hoofd!

‘Radio IK-FM’

We denken wat af met zijn allen, dag in dag uit, jaar in jaar uit. Als onze eigen gedachten uitgezonden zouden worden op de radio, zou er de hele dag door aardig wat af gekletst worden over van alles en nog wat. Het zou maar zelden stil vallen. Voor de luisteraars zou er waarschijnlijk geen touw aan vast te knopen zijn. Naar radio ‘IK-FM’ luisteren we ons hele leven, maar radio ‘JIJ-FM’ zouden we toch vrij snel gillend uit het raam gooien vermoed ik.

WAAR is hier de UIT-knop?

Waarom dan toch dat eindeloze geluister naar onze eigen gedachten? Zouden we in ons eigen hoofd ook niet eens flink op de uit-knop willen drukken? En wat treffen we dan eigenlijk aan onder al dat eindeloze gebabbel in ons hoofd?

Alles komt, alles gaat

Stel je gedurende het lezen van dit artikel eens voor dat je gedachten zich niet meer in je hoofd afspelen, maar in plaats daarvan zichtbaar zijn op een groot scherm, waar je op een afstandje goed naar kunt kijken. Je ziet vervolgens direct, dat de manier waarop je gedachten zich gedragen, eigenlijk best veel weg heeft van het weer. Ze zijn namelijk, net als het weer, continu aan verandering onderhevig. Iedere gedachte die in je opkomt wordt onherroepelijk vervangen door een volgende gedachte. Na regen komt zon, daarna weer wind of wat voor weertype dan ook. Alles komt, alles gaat.

Je gedachten hebben jou

Ondanks het feit dat gedachten van nature dus tijdelijk zijn, houden we, net als aan het weer (was het nog maar zo zonnig als gisteren), ook wel eens vast aan bepaalde gedachten. Bijvoorbeeld als we ons ernstig zorgen maken. We raken dan zo in de ban van ons denken, dat we geen onderscheid meer maken tussen wie we zijn en wat we denken. We verdwijnen als het ware helemaal in ons eigen denken. Je hebt dan geen gedachten meer, maar je gedachten hebben jou.

Na basisfout 1 ontkom je eigenlijk niet aan basisfout 2

Op het moment dat we volkomen opgaan in ons eigen denken, maken we basisfout nummer 1. We identificeren ons dan namelijk zó met ons denken, dat we niet meer op een afstandje kunnen kijken naar het scherm waarop zojuist toch nog zo duidelijk te zien was dat onze gedachten stuk voor stuk komen en gaan. Dit maakt vervolgens, dat het ook gaat voelen alsof datgene waar we ons zo’n zorgen over maken niet meer komt en gaat, maar voor altijd zo zal blijven. En dat is basisfout nummer 2. Het is namelijk niet de zorgelijke situatie die gefixeerd is geraakt, maar het krampachtig vasthouden aan onze eigen gedachten erover.

De vicieuze cirkel in ons denkmechanisme

Omdat we via de gehechtheid aan ons eigen denken onze zorgen eeuwigheidswaarde gaan toekennen, gaan we ons automatisch nog meer zorgen maken. Zorgen die voelen alsof ze nooit en te nimmer op gaan houden, wegen immers een stuk zwaarder dan zorgen waarvan je beseft dat ze op een dag weer voorbij zullen zijn. Dit effect zorgt er vervolgens voor dat we nog meer aan onze gedachten blijven hangen dan al het geval was en we ons er dus ook nog sterker mee gaan identificeren dan al het geval was.

Kortom: als je je eigen gedachten hun eigen gefixeerde gang laat gaan kom je in een niet al te effectieve vicieuze cirkel terecht

Je verleden verlengen

In zo’n vicieuze cirkel valt er helaas niet veel meer te beleven dan het eindeloos herhalen van oude patronen, opvattingen en gewoonten. Als je volledig geïdentificeerd bent met je eigen gedachten, verleng je onbewust je eigen verleden.

Je doet wat je altijd doet in een bepaalde situatie en je krijgt dus wat je altijd kreeg in dergelijke situaties.

Daarom is het zaak om niet al te gehecht te raken aan je eigen gedachten en ze, net als het weer, in vrijheid te laten komen en vooral ook weer te laten gaan.

Of bewust je eigen toekomst creëren?

Weet dat het deel in jou dat van een afstandje naar het scherm waar jouw gedachten op staan kan kijken, veel beter in staat is jouw problemen op te lossen dan jouw gefixeerde gedachten over die problemen dat kunnen. Een gezonde afstand tussen jou en je denken maakt de weg vrij om te handelen vanuit bewustzijn. Dit gebied is per definitie een stuk minder beperkt dan je eigen denken. Door vanuit je bewustzijn (en dus bewust) te handelen houdt het verlengen van je verleden op. Er ontstaat ruimte om je eigen toekomst te creëren. Je bent verbonden met je verleden, maar er niet meer in gevangen. Je verhoudt je met open vizier tot wat er werkelijk in je leven gebeurt en niet louter en alleen tot wat ‘Radio IK-FM’ hierover te melden heeft.

Loop niet weg voor pijn, hoe pijnlijk ook

Voelt het goed?

Misschien is het wel nationale toetssteen nummer 1: voelt het goed? Of het nou gaat om onze partnerkeuze, een nieuwe baan of minderen met suiker: het moet vooral goed voelen. Het moet precies het juiste op het juiste moment zijn, als puzzelstukjes in elkaar vallen en voelen alsof het altijd al zo had moeten zijn. Onze taal is er van doordrongen. Onze houding ten opzichte van wat wel en niet goed voelt volgens mij ook.

En wat als het niet goed voelt?

Natuurlijk is er niets mis met je goed voelen. Mij hoor je niet klagen. De angel zit ook niet zozeer in wat goed voelt, want daar weten wij als ‘feel good addicts’ wel raad mee. Maar wat doen we als iets niet goed voelt? Zijn we daar eigenlijk wel zo handig in?

Als er iets gebeurt dat je pijn doet, heb je eigenlijk maar drie opties:

  1. De pijn van je af duwen (vermijding);
  2. De pijn naar je toe trekken (dramatisering);
  3. De pijn voelen (acceptatie).

Shop till you drop

In het kader van pijnvermijding kan je werkelijk waar van alles ondernemen. Wat dacht je van lekker gaan shoppen, een goed glas wijn (of een 2e) of je storten op je werk, je studie, sport of allerlei andere sociale activiteiten?

Voordeel: directe afleiding van de pijn.

Nadeel: je moet er behoorlijk veel tijd, energie en geld in blijven stoppen, want na de afleiding komt de pijn natuurlijk gewoon weer terug en dat heeft zo zijn prijs.

Zelfhulpboeken en eindeloze analyses

Pijn naar je toe trekken, heeft al net zo’n onmiskenbare aantrekkingskracht. Wie heeft er nou niet wat zelfhulpboeken met enigszins dramatische titels (‘When your lover is a liar’, ‘Als liefde pijn doet en je weet niet waarom’) in de kast staan? Wie heeft alles wat er mis ging nou niet eindeloos geanalyseerd met een goede vriend(in)? Natuurlijk, lezen geeft inzicht en een goed gesprek is onmisbaar. Maar als de pijn, ondanks al dat lezen, analyseren en praten nog steeds niet ophoudt en het 10e gesprek wel heel erg op alle gesprekken daarvoor gaat lijken? Wat dan?

Wat we niet doen

Eigenlijk doen we 1 ding vrij consequent niet als het om pijnbestrijding gaat en dat is onze pijn ‘gewoon’ voelen. Het nemen zoals het komt, hoe pijnlijk het ook is. Het klinkt misschien simpel, maar het daadwerkelijk doen is niet eenvoudig. Voor je het weet ben je namelijk weer aan het vermijden of aan het dramatiseren. Toch kan je jezelf een hoop tijd, geld en energie besparen. Als je eenmaal beseft wat je allemaal wel niet moet doen om je pijn maar niet te voelen, kom je er namelijk al heel snel achter dat dit je veel meer kost dan het oplevert.

Een gevoel wil alleen maar gevoeld worden

Oefen jezelf er daarom in om ook in contact te kunnen staan met dat wat niet goed voelt. Voel wat er met je gebeurt als iets je pijn doet en loop er niet voor weg. Laat je zelf op zo’n moment niet in de steek en blijf bij je gevoel zoals je bij een vriend(in) die verdriet heeft zou blijven. Realiseer je dat dit oefening vraagt en zie iedere minuut dat het je lukt als winst. Een gevoel wil maar één ding en dat is door jou erkend en gevoeld worden…

Laat die ‘feel good’ drang maar even zitten

Kortom: laat het shoppen en de zelfhulpboeken even voor wat ze zijn. Weet dat hoe meer je probeert dat wat niet goed voelt buiten te sluiten, hoe meer het je leven gaat beheersen. Het leven bestaat nou eenmaal uit goed en kwaad, fijn en niet fijn. Daar horen per definitie ook pijnlijke gevoelens bij. Hoe meer je dit basisgegeven kunt accepteren en ermee in verbinding kunt blijven, hoe voller en energieker jij in het leven kunt staan!

Een reset voor alle full-time stresskippen


Ga naar Instellingen > kies Stress > schat Situatie in > kies Stressinstelling

Stel je eens voor dat er in je lichaam zoiets bestaat als een ‘Smartphone-achtig’ menu ‘Instellingen’ waarmee je, naar gelang de situatie, de meest handige stressinstelling kunt programmeren en zo nu en dan een update kunt uitvoeren. Qua digitaal tijdperk een hele normale gedachtegang, maar qua stressmanagement wellicht een beetje ‘weird’.

Kan ik gaan slapen of staat er een brullende tijger voor mijn neus?

Toch is dit dichter bij de realiteit dan je denkt, want in ons overlevingsinstinct zit een soort ‘stress-schaal’ van 1 t/m 10. Instelling 1 bereidt je lichaam voor op situaties waarin er totaal geen gevaar dreigt en je dus helemaal kunt ontspannen (handig als je wilt gaan slapen). Instelling 10 bereidt je lichaam voor op situaties waarin je hyperalert moet zijn om überhaupt nog te kunnen overleven (handig als er een brullende tijger voor je neus staat).

Ideaal evenwicht

Om een beetje leuk te kunnen leven hebben we zowel ontspanning als alertheid nodig. Van alleen maar ontspannen word je op een gegeven moment sloom en van continu alert zijn word je hyper en raak je uitgeput. Het ideale evenwicht bestaat uit weten wanneer je het touwtje strak moet trekken en wanneer je het weer kunt laten vieren.

Langdurig in de hoogste versnelling

Iedereen maakt wel eens een periode mee, waarin het gewoon keihard ‘doorbuffelen’ is. Deadlines volgen elkaar op, mails blijven je inbox binnenstromen en een crisis is ook niet 1,2,3 afgewend. Op zich geen probleem, want als je gezond bent kan je daar best een tijd tegen. Als de periode waarin je in de hoogste versnelling moet opereren echter te lang gaat duren, stelt je lichaam zich structureel in op een verhoogd stressniveau. Jij ligt dan allang weer lekker op de bank om een beetje bij te komen, maar je lichaam draait nog steeds op volle toeren en jij vraagt je af waarom je toch zo moe blijft….

Overmatig sporten, dramaqueen of thrillseeking

Op het moment dat onze stressinstellingen structureel te hoog staan afgesteld, helpt dit ons niet meer om goed in te spelen op de situatie. Integendeel. Er ontstaat, volledig onbewust, iets omgekeerds. In plaats van onze stressinstelling aan te passen aan onze situatie, gaan we onze situatie aanpassen aan onze verhoogde instellingen. De één kan niet meer stil zitten en gaat overmatig sporten. De ander ontpopt zich als een ‘dramaqueen’ en gaat problemen en ruzie zoeken en weer een ander wordt een aan ‘thrillseeking’ verslaafde ‘adrenaline junkie’.

Update nodig?

Een beetje spanning in je leven is nooit weg, maar op het moment dat het je gezondheid en je relaties gaat ontwrichten en je permanent meer gespannen bent dan nodig, wordt het tijd voor een update van je stressinstellingen. Je kunt hier zelf heel eenvoudig aan werken door bewust te ontspannen. Ga een paar keer per dag na of je spieren aangespannen houdt terwijl dit helemaal niet nodig is. Als je merkt dat je dit doet, laat je vervolgens bewust je spierspanning los. Ideale oefening in de auto of in de rij bij Albert Heijn.

Je kunt ook regelmatig ‘inchecken’ op je eigen stressinstelling en je bewust afvragen waar jij je op dat moment op de schaal van 1 t/m 10 bevindt. Ga vervolgens na of die instelling ook daadwerkelijk nodig is om goed in te kunnen spelen op de situatie waar je je op dat moment in bevindt. Is je instelling te hoog, breng hem in gedachten dan een aantal punten naar beneden, tot de instelling weer bij de huidige situatie past. Je zult verbaasd staan hoe vaak je veel alerter bent dan nodig is!

Zo leer je NEE zeggen tegen een ander en JA tegen jezelf

Een ezel stoot zich niet twee keer tegen dezelfde steen

Hoe komt het toch dat we soms een plattere leercurve hebben dan die spreekwoordelijke ezel? Je had je nog zo voorgenomen om je niet nog een keer voor het karretje van die ene vriendin te laten spannen en toch. Voor je het weet rijd je op een tijdstip dat voor haar veel handiger is dan voor jou weer naar haar huis en luister je voor de 10e keer naar haar drama.

‘Cementmeisje’

Als dit je bekend voorkomt ben je waarschijnlijk een rasechte ‘peoplepleaser’. Daar is op zich niets mis mee, want iets voor een ander willen doen is op zich een goede eigenschap. Op het moment dat anderen je structureel overvragen of zelfs misbruik van je maken en jij je zo langzamerhand het ‘cementmeisje’ van de levens van andere mensen voelt, is er echter werk aan de winkel.

Soms heb je er helemaal niets aan te weten wat een ander nodig heeft

Continu bezig zijn met anderen is niet alleen uitermate vermoeiend, het is ook slecht voor de relatie met jezelf. Als je namelijk maar lang genoeg bezig bent met wat anderen willen, weet je op een gegeven moment totaal niet meer wat je zelf wilt. Om gelukkig te kunnen zijn is weten wat je zelf wilt onmisbaar en in die zin dus ook een stuk belangrijker dan zorgen dat de hele goegemeente om je heen krijgt wat hij of zij wil.

Of ik thee of koffie wil? Geen idee…

Stel je voor dat je bij iemand op bezoek gaat die vraagt of je koffie of thee wilt. Als je je op zo’n moment afvraagt of het voor de ander handiger is om thee of koffie te gaan zetten ben je zeker een ‘peoplepleaser’. Tegen de tijd dat je niet eens meer weet of je nou thee of koffie had gewild ben je een ‘hardcore peoplepleaser’ die de connectie met zichzelf kwijtgeraakt is.

Type 1 en 2

Eigenlijk heb je in deze wereld maar 2 soorten mensen:

Type 1) Mensen die prima rekening kunnen houden met zichzelf, maar er baat bij zouden hebben rekening te leren houden met een ander.

Type 2) Mensen die prima rekening kunnen houden met anderen, maar er baat bij zouden hebben om rekening te leren houden met zichzelf.

Als ‘peoplepleaser’ val je overduidelijk onder type 2 en moet je dus leren rekening te houden met jezelf. Anders blijf je gevangen in de dynamiek van “teveel ja en te weinig nee” en put je jezelf vroeg of laat uit. Als je het ‘peoplepleasen’ zover hebt doorgetrokken dat je niet eens meer weet wat je zelf wilt, is het 1e dat je moet doen zorgen dat je weer contact krijgt met je eigen gevoel.

Soulsearching en radicale begrenzing

Ga voor jezelf na waar het patroon van het anderen naar de zin maken vandaan komt. Word je bewust van situaties waarin je steevast terugvalt in de rol van peoplepleaser. Vraag je af bij welke mensen in jouw omgeving je dit het sterkste hebt en waarom. Neem afscheid van mensen die misbruik van je maken en stel duidelijke grenzen aan mensen die je overvragen.

Wees bedacht op ziektewinst

Wees hierin niet alleen kritisch naar anderen, maar ook naar jezelf. Stel jezelf de vraag of zo overmatig met anderen bezig zijn jou ook iets oplevert. Bijvoorbeeld omdat je graag aardig gevonden wilt worden. Of omdat je bezig houden met de problemen van anderen voor jou altijd nog makkelijker is dan je eigen problemen onder ogen te zien.

Zeg NEE tegen de ander en JA tegen jezelf

Oefen met ander gedrag. Geef jezelf de opdracht om nee te zeggen op momenten dat je de neiging krijgt om ja te zeggen, terwijl je van binnen een heel groot ‘NEE’ voelt opborrelen. Zeg gerust dat je er nog even over na wilt denken. Neem vervolgens de tijd om te bedenken hoe je nee gaat zeggen. ‘NEE’ leren zeggen tegen een ander is soms ook ‘JA’ leren zeggen tegen jezelf. Dat is je volste recht en wellicht zelfs de belangrijkste opgave in dit leven.

Aan de hemelpoort zullen ze je tenslotte echt niet vragen waarom je tijdens jouw leven niet meer zoals een ander bent geweest….